Column

Sjors van de rebellenclub

Sjors ken ik een jaar of vijftien. Hij is een van de vaste gasten van mijn stamcafé. Een drinker en een zwijger met een zeer goed luisterend oor.

Hij bestelt nooit verbaal, maar wijst de barkeeper steevast op zijn lege glas dat daarop altijd met een glimlach gevuld wordt.

Wat Sjors precies doet voor de kost? Rijk getrouwd met een secreet en daar heeft hij een serieuze dagtaak aan. Hij mengt zich nooit in de discussie. Nee, hij spaart. Hij pot alles de hele avond op. En aan het eind, op de deurmat van de kroeg, met de klink in zijn klauw vat hij de stand van het land altijd even samen. In een vlammend betoog. Politiek, televisie, geloof, voetbal en andere zinloze zaken worden doorgenomen.

Hoe oud hij is? Hij lijkt zestig, maar schijnt stukken jonger te zijn. Hij eindigt zijn monoloog altijd met de woorden: „Oké, ik ben dronken, maar dronken mensen spreken al eeuwen waarheden als koeien!” Daarna buigt hij en verdwijnt in de nacht. Niemand weet precies waar hij woont. Ergens in oost.

Afgelopen donderdagavond was het weer zover. Zes jenevers, een tosti zonder ham en een kleine negen bier leken zijn enige vrienden.

Om kwart voor een hield hij het voor gezien. Met zijn hand maakte hij een schrijfgebaar richting de barman, die meteen begreep dat er niet betaald werd.

Hij deed als altijd of hij het café verliet, draaide zich om en begon:

„Mijn naam is Sjors. Sjors van de rebellenclub. Een rebellenclub met maar één lid. En dat lid ben ik. Ik ben werkloos, trek van de Staat en ben daar trots op. Ik doe nuttige dingen met uw belastingcenten. Ik zuip ze op. Ik ben geen haar minder dan die grootgraaiers en klaplopers van InHolland, de beste onderwijzers voor onze kinderen. Die Dales en zijn maffia hebben ons grut de essentie van het bestaan geleerd. Aan jezelf denken! Aan jezelf en aan niemand anders. Afvullen die zakken. Bulken zal je. Bulken van andermans centen.

„Wat ben ik blij dat ik niet werk. Niet zoals onze topambtenaren Pieter de Gooijer en Richard van Zwol, de sneue vazallen van Balkenende en Verhagen. Droeftoeters die zich voor het partijkarretje van het CDA lieten spannen, die Bos moesten tackelen op verzoek van de gereformeerde onderkruiper Jan Peter en roomse gluipkop Maxime. Ondemocratisch gekonkel waar zelfs Tunesische Ben Ali zich voor zou schamen. Uri Rosenthal heeft Pieter en Richard inmiddels verdedigd, maar over twee jaar blijkt via WikiLeaks dat deze woorden gedicteerd waren door de Amerikaanse ambassadeur. Dat hij dit moest zeggen! Eén remedie voor die onderkruipende ambtenaren: op bermbominspectie naar Afghanistan.

„En nu op huis aan. Mag hopen dat ik Arie Boomsma bij mij thuis tref en dat hij met zijn zalvende messiaskop filmt hoe mijn zoon aan zijn moeder vertelt dat hij al jaren op cavia’s valt en dat hij dat alleen maar durft te vertellen met de camera erbij. Ik zal die geile kijkcijferevangelist persoonlijk ketenen aan de muur. In een blauw tuigje. Namens de homoseksuele cavia’s die niet op televisie willen! Ik ga op huis aan. Ruud Gullit bellen. En vragen of hij zijn baas Ramzan Kadyrov de groeten van Nelson Mandela wil overbrengen. Idealisten onder elkaar. Een foute wissel en Ruud is van de aardbodem verdwenen. Geen baan voor Dickie Advocaat dus.

„Wie ik ben? Ik ben Sjors, The Voice of Holland, zonder jury! En ik ga weg. Denk vanavond voor jullie gaan slapen allemaal nog een keer aan de burgemeester van Breda! Deze lieverd hoorde als plaatsvervangend voorzitter van de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant vijf uur na het uitbreken van de Moerdijk-brand dat er fik was. Vijf uur! Ik herhaal: vijf uur! Hij was de laatste die in dit land op de hoogte was. Beter kan je ons koninkrijk niet samenvatten! En nu ga ik slapen. Slapen als een politicus. Oké, ik ben dronken, maar dronken mensen spreken al eeuwen waarheden als bla-bla-blaarkoppen!”