Reeks grote aanslagen in Irak

Een gecoördineerde aanslag bij de shi’itische heilige stad Kerbala waarbij drie zelfmoordterroristen in auto’s waren betrokken heeft gisteren zeker 50 pelgrims het leven gekost. Het was de vierde zelfmoordaanslag met doden in drie dagen. In totaal zijn daarbij bijna 120 doden en honderden gewonden gevallen.

Het geweld in Irak is aanzienlijk verminderd in vergelijking met de burgeroorlogsjaren 2006 en 2007. In 2010 telde de onafhankelijke Britse organisatie Iraq Body Count in totaal 3.976 burgerdoden, het laagste aantal sinds de Amerikaans-Britse invasie die in maart 2003 een einde maakte aan het regime van Saddam Hussein.

Toch was Iraq Body Count drie weken geleden in zijn jaarlijkse rapport niet optimistisch. Na een daling van het geweld met 63 procent in 2008 ten opzichte van 2007 en 50 procent in 2009 ten opzichte van 2008 gaf de vermindering met 15 procent in 2010 aan dat mogelijk een „niet te verbeteren minimum” was bereikt. De aanslagen van de laatste dagen onderstrepen dat.

Het patroon van het afgelopen jaar is dat te midden van dagelijkse kleine, gerichte aanslagen met een of twee doden er met weken tussenruimte een korte serie grotere aanslagen komt. De daders worden gezocht onder sunnitische extremisten, die als specifieke doelwitten shi’ieten, onder wie vaak Iraanse pelgrims, leden van de kleine christelijke minderheid en de politie kiezen.

De afgelopen drie dagen was behalve de shi’ieten de politie mikpunt. Bij aanslagen bij gebouwen van de politie in Baquba in de oostelijk provincie Diyala gisterochtend en woensdag vielen respectievelijk drie en vijftien doden. Dinsdag vielen 49 doden bij een zelfmoordaanslag bij een rekruteringscentrum van de politie in Tikrit.

De aanslagen bij Kerbala hadden plaats bij controleposten rond de stad, waar miljoenen pelgrims zich deze dagen verzamelen voor de viering van het einde van de rouwperiode voor imam Hussein, kleinzoon van de profeet Mohammed. Een parlementslid van de partij van de populistische shi’itische geestelijke Muqtada Sadr beschuldigde de overheid er gisteren van te falen bij de beveiliging van de pelgrimsmassa’s.