Recensies

Strepen verf die aan het netvlies kleven

Ellen de Bruijne Projects

Evi Vingerling. T/m 26 febr, Rozengracht 207a, Amsterdam. Di t/m za 11-18u. Inl: www.edbprojects.nl

Wie, zoals Evi Vingerling, in deze dagen minimalistische schilderijen maakt, heeft lef. Niet alleen passen karigheid en soberheid niet erg bij de huidige kunstenaars-moeten-zich- maar-bewijzen-geest, de grenzen van de stroming lijken de afgelopen vijftig jaar ook wel zover afgetast dat toeschouwers de patronen en ideeën erachter zo langzamerhand doorzien. Als kunstenaar moet je dus van goeden huize komen om binnen die beperkte hoeveelheid mogelijkheden met iets opvallends te komen, en daarbij ben je, opnieuw door die overzichtelijkheid, ook nog eens behoorlijk kwetsbaar. Enter Evi Vingerling (1979).

Het bijzondere aan Vingerlings werk was tot nu toe altijd dat het groeide in de tijd. Of beter: in je hoofd. Haar schilderijen, vaak op doek, maar ook regelmatig op de wand, bestonden uit grote, onbestemde, vaak dwingende vormen met weinig kleuren – op de achtergrond waarde de geest van Ellsworth Kelly rond. Vingerlings composities en kleuren leken simpel (je stond er nooit lang voor) maar na maanden, zeg maar gerust jaren, bleven ze in je hoofd opduiken. Zodat de conclusie toch moest luiden dat die Vingerling wel wat kon, al was het maar het branden van beelden in je hoofd die behoorlijk tijdsbestendig bleken.

Precies in dat opzicht blijkt Vingerlings nieuwe expositie bij Ellen de Bruijne Projects een verrassing: de dwingende vormen en felle kleuren zijn grotendeels verdwenen. Goed, het opvallendste doek bestaat uit drie schijnbaar lukrake, brede verfstrepen waarvan de twee in oranje zo fel oplichten dat ze zich bijna letterlijk op je netvlies blijven kleven. Maar dit is een uitzondering: Vingerlings stijl is soberder geworden, zoekender. Wat dikke paarse vegen op een witte ondergrond. Een reeks zoekende grijsgroene stippen in een cirkelvorm. Uit de schetsen die erbij worden getoond valt op dat Vingerling zulke vormen meestal aan de werkelijkheid ontleent (een bosje, wat zeilen), maar ze vervolgens zo ver abstraheert dat er niets meer van te herkennen is. Het patroon, de vorm moet het zelf doen.

Het effect hiervan is dat je eerst vooral rondloopt met heimwee naar de ‘oude’ Vingerling. De (schijnbare) zelfverzekerdheid mist. Maar al snel weten sommige vormen toch te prikkelen – zeker Feestverlichting (2010), een ketting van kleine gekleurde verfkralen tegen een witte achtergrond, houdt goed stand. Misschien is dat wel wat Vingerlings wil: dat haar werken zich bewijzen in de tijd, dat het beeld blijft als het schilderij al lang is verdwenen. Dat wordt afwachten.

Hans den Hartog Jager

Uit puinhopen verrijzen huiselijke hutjes

Kunstruimte Nest

Urban Expressionism. T/m 20 febr, De Constant Rebecqueplein 20b, Den Haag. Do t/m zo 13-17u. Inl: nestruimte.nl

Alsof het plafond van de Haagse kunstruimte Nest zojuist naar beneden is komen zetten, zo kun je de sculptuur Dwellings van de Franse kunstenaar Romain Pellas nog het beste beschrijven. Op de vloer ligt een berg verpulverd bouwmateriaal: stukken gipswand, geknakte houten latjes, afgebrokkelde bakstenen. Maar uit die hoop puin zijn alweer krakkemikkige uitkijkposten op wankele hoge poten verrezen. Alsof een optimistische architect na een verwoestende aardbeving direct enthousiast aan de slag is gegaan met het restmateriaal.

De groepstentoonstelling Urban Expressionism laat het werk zien van een zevental geestverwante kunstenaars die allemaal beelden maken die iets te zeggen hebben over het leven in de grote stad. Volgens de samenstellers draait de expositie om „de tegenstelling tussen architectonische ordening en persoonlijke expressie”. Maar de term ‘creatief met restmaterialen’ dekt net zo goed de lading.

Met name de maquettes van André Kruysen en Urs Pfannenmüller hebben een hoog knutselgehalte. Kruysen staat bekend om zijn indrukwekkende ruimtelijke ingrepen, maar als schaalmodellen hebben zijn sculpturen beduidend minder impact. Pfannenmüller liet zich inspireren door het Indonesische straatbeeld en maakte driedimensionale ‘portretten van gebouwen’. Maar zijn versleutelde kartonnen dozen zijn net te rudimentair om echt indruk te maken.

Een werk dat er op deze tentoonstelling uitspringt is Tarnung #3 van Rob Voerman. Deze grillig gevormde hut lijkt ook te zijn opgebouwd uit de restanten die na een natuurramp overbleven – een eclectische mix van gevonden deuren, glasscherven en stukken karton, die kunstig tot ornamenten zijn omgevormd. Binnenin het schuurtje is het onverwacht huiselijk, met een bed, een koffiehoek en een ovaal venster dat uitzicht biedt op de tentoonstelling. Als je dan toch moet schuilen na een apocalyptische ramp, dan maar in een fijn toevluchtsoord als dit.

Sandra Smallenburg