Prot. chr. lezen

Dat bepaalde protestants-christelijke bibliotheken en boekhandels benauwd zijn voor de populaire weerwolfjes van jeugdboekenschrijver Paul van Loon was bekend. Dat ze Harry Potters magische Werdegang in de ban deden ook. De educatieve uitgeverij die, nog voor hij klachten kreeg, zijn auteurs al houdt aan een lijst taboe-onderwerpen is nieuw. Het bedrijf bedient basisscholen van alle gezindten. Maar voor de zekerheid hanteert het de normen van de strengste afnemers.

De lijst, naar buiten gebracht door schrijfster Anna van Praag, verordonneert realisme. Occulte onderwerpen, waartoe Darwins evolutietheorie wordt gerekend, dient de schrijver te vermijden. Zelfs kabouters worden ontraden. Auteurs mogen ook niet te realistisch worden. Aantasting van het ouderlijk gezag is onmogelijk. Een tweede huwelijk na een echtscheiding kan niet bestaan, een homo-echtpaar evenmin. Eeuwenoud vertier als kermisvermaak, circus en carnaval? Beter van niet.

Er blijft weinig anders over dan een verhaal dat zich afspeelt in een wereld zonder veel bijzonderheden. Met de gordijnen dicht, de televisie uit en internet op zwart.

Een educatieve uitgeverij verdient zijn geld met lespakketten. Zo’n uitgeverij werkt uiteraard graag samen met erkende jeugdboekenschrijvers. Zij hebben schrijftalent, hun expertise is bewezen en ze deden ervaring op met schoolkinderen. Een serieuze uitgever weet dat juist een goede jeugdliterator bij machte is om leerstof op zijn voordeligst vorm te geven. Zijn instrument is zijn verbeelding. De uitgever die een schrijver engageert en vervolgens reduceert tot doorgeefluik van een beperkte versie van de protestants-christelijke moraal, speelt een merkwaardig spel.

De scholen zijn gewaarschuwd, en de ouders ook. Vóór een school zijn orders plaatst, kan hij bij de uitgeverij informeren naar eventuele taboes voor de auteurs. Beschouwen scholen het als hun taak om hun leerlingen niet af te schermen van de wereld, maar hen ermee bekend te maken, dan kunnen ze hun lespakketten zonodig betrekken van een andere uitgever. Ouders kunnen aandringen op deze aanpak.

Ook een auteur moet op zijn hoede zijn. Merkt hij dat een uitgever hem wil knechten, dan kan hij alleen maar zeggen: aardig dat u me vraagt, maar ik pas. Want zo’n schrijver realiseert zich dat de uitgever die de fantasie afweert, indirect de ontlezing van het jonge publiek in de hand werkt. Het kind aan wie de kracht van literatuur wordt onthouden, associeert een boek de rest van zijn leven met school en plicht. Die zal niet snel meer naar de bibliotheek gaan. Daar wil geen schrijver aan meewerken.