Politie afhankelijk van politieke oplossing Kunduz

Nederland wil de politie in Kunduz trainen. Maar zonder politieke oplossing voor de diepe etnische tegenstellingen heeft politiewerk weinig kans op succes, blijkt ter plaatse.

German Defense Minister Karl-Theodor zu Guttenberg pauses during a news conference at the German Embassy in Beijing November 2, 2010. REUTERS/Petar Kujundzic (CHINA - Tags: POLITICS) REUTERS

Stel dat de jonge Massoud Khil carrière wil maken in de provincie Kunduz, dan kan hij dat vergeten. De politietrainer die voor de Duitsers werkt, hoort tot de etnische Pashtuns en wordt daarom gediscrimineerd, zegt hij. De macht in de provincie is in handen van de Tadzjieken en de Oezbeken, de andere bevolkingsgroepen in het gebied, legt hij uit. „De overheid neemt alleen haar eigen achterban aan, ook al heb ik betere papieren.”

Klachten over de eenzijdige samenstelling van het overheidsapparaat zijn alom te horen in Kunduz, het gebied waar het Nederlandse kabinet politietraining wil beginnen. Inmiddels is er wel een enkele Pashtun in het bestuur opgenomen, maar de Tadzjiekse mujahedeen-groep, Jamiat-i-Islami, heeft de touwtjes in handen. Deze groep die vocht tegen de Sovjet-bezetting levert nu niet alleen de huidige minister van Binnenlandse Zaken, maar ook de regionale politiecommandant Daoud Daoud. Zeker vier gouverneurs en politiecommandanten in andere noordelijke provincies behoren tot die partij.

Zowel buitenlandse diplomaten als lokale bronnen waarschuwen dat de etnische tegenstellingen van groot belang zijn. Als die niet afnemen, is de kans op succes voor militaire missies en politiewerk zeker op langere termijn gering.

Volgens Moeen Marastial, oud-parlementariër uit Kunduz, moet het Westen zijn invloed aanwenden voor een meer evenwichtige verdeling van belangrijke bestuurlijke functies. „Je kunt hier honderdduizend militairen heen sturen, maar als je niets doet aan de politieke conflicten tussen de etnische groepen, verlies je de oorlog.”

De oud-politicus vraagt zich echter af of de internationale gemeenschap daarin nog kan slagen. De lokale patronagenetwerken zijn al zo machtig, dat buitenlanders hier geen invloed meer op hebben, zegt hij. De Tadzjiekse politiecommandant Maulana Saydkhili, met wie de Nederlandse politietrainers te maken krijgen, is de sterkste Jamiat-leider in Kunduz. De man, die twee villa’s in Kabul bezit, diende eerder als politiecommandant in het naburige Baghlan waar het in sommige districten al een tijd onrustig is. Abdul Hakim Khan, Pashtun-leider in Baghlan, herinnert zich Saydkhili goed. „Hij dacht alleen maar aan z’n eigen mensen”, zegt hij aan de telefoon. „Hij maakte ons het leven onmogelijk. Jullie zijn Talibaan, zei hij, en dan joeg hij ons weg.”

Velen zijn volgens Abdul Hakim naar het naburige Chardara-district in Kunduz gevlucht, om zich bij het verzet tegen de regering te voegen. Vorige maand voerde de NAVO daar samen met Saydkhili een ‘schoonveegactie’ uit en ‘verjoeg de Talibaan’, zeggen NAVO-militairen in Kunduz. Volgens Abdul Hakim waren de strijders daar ook „normale Afghanen” in opstand tegen de overheid.

Sommigen menen dat het gevaarlijk is in deze omstandigheden een politietrainingsmissie te beginnen. „De Tadzjieken hebben de macht en hebben belang bij onveiligheid”, zegt politietrainer Khil.

Ook een diplomaat die veel van het noorden weet en de Nederlanders op de voet volgde in de zuidelijke provincie Uruzgan, vreest hiervoor. „De rivaliteit die er zal ontstaan tussen Jamiat en anderen kan bermbommen opleveren.” Volgens hem had Nederland bij Duitsland meer invloed op benoemingen in gevoelige functies moeten afdwingen. Nederland ‘scoorde’ juist op deze manier in Uruzgan, vindt hij.

Bestuurders die ‘Talibaanvreters’ werden genoemd, maar eigenlijk op gewelddadige manier hun rivalen uitschakelden, werden in Uruzgan aan de kant gezet, of er werden tegenmachten georganiseerd. „Alleen op deze manier, en eventueel met extra diplomaten die dit via gesprekken voortdurend aankaarten, kan er wat veranderen in Kunduz. Daarna komt de politietraining”, zegt hij.

Volgens een VN-diplomaat is het in het belang van de NAVO om de politieke balans te bewaken. „Als dat niet gebeurt, sluit ik niet uit dat we teruggaan naar de tijd voor de Talibaan, toen Jamiat er hier niets van maakte.” Als er groepen worden buitengesloten heeft dat volgens de diplomaat direct effect op de strategie van het Westen om de opstandelingen terug te dringen.

Op de ISAF-kampen even buiten het centrum denkt de leiding er anders over. „We leiden ambtenaren op, om ze beter te laten functioneren. Maar wij interveniëren niet bij benoemingen. Daar hebben we ook geen invloed op”, zegt kolonel Grube, de Duitse commandant van het Provincial Reconstuction Team. Hij wijst op de nieuwe Pashtun-gouverneur, Mohammad Anwar Jekhdalek. Hij is lid van Jamiat en heeft met andere groepen goed contact, zegt de commandant. De gouverneur werd benoemd nadat zijn voorganger omkwam door een bom die in de moskee was ingegraven, precies op de plek waar hij altijd bad. De Talibaan eisten de verantwoordelijkheid voor de aanslag niet op. Geruchten gaan dat Jamiat-leider Daoud Daoud erachter zat.

Volgens Russell Lewis, de Amerikaanse commandant van het bataljon dat vooral vechtmissies doet met de politie, kan Nederland toch iets bijdragen. Dat het politieapparaat op drift raakt en met veel getrainde agenten een supermilitie wordt voor de belangen van Jamiat, is niet iets waar Nederlanders zich zorgen om hoeven te maken, zegt de kolonel. Er zijn veel mannen van Jamiat in dienst van de overheid, maar hij wijst juist naar Saydkhili als een positieve kracht. „Hij heeft ons gevraagd wat extra aandacht te geven aan de Pashtun omdat hij daar geen goede relatie mee heeft.” De politiecommandant is ‘de belangrijkste reden’ dat delen van Kunduz rustiger zijn, zegt hij. „Door onze acties samen met de politie is de bazaar van Kunduz veiliger. Nederland kan zich daarom meer richten op de echte politietaken.”