Ontdekt: onbekende foto's van schilder Kees van Dongen aan het strand in Deauville

De eerste foto’s van Van Dongen met zijn laatste muze Marie-Claire uit 1937 gevonden.

Voorjaar 1933. Het echtpaar Annemie en Helmuth Wolff ontvlucht München voor het nazigeweld. Zoals vele immigranten in de jaren dertig vestigen zij zich in het nieuwe Plan Zuid in Amsterdam. Zij besluiten op de Noorder Amstellaan, de huidige Churchilllaan, samen een fotostudio op te richten. De fotografe Annemie leert haar man, die van oorsprong architect is, het vak. Al snel weten zij interessante opdrachten binnen te slepen. De luchthaven Schiphol en de Vereniging de Amsterdamse Haven zijn de belangrijkste opdrachtgevers. En al snel voelen de nieuwkomers zich thuis in het Amsterdamse culturele leven. Zij richten een tijdschrift op over kleinbeeldfotografie dat in korte tijd zeer populair wordt: Kleinbeeld-fotografie. Helmuth geeft lezingen door het hele land over het gebruik van handzame kleine camera’s.

Daarnaast blijft reizen hun passie. Zo maken zij verschillende reportages van Noord-Afrika, onder andere voor de Rotterdamse Lloyd. Het resulteert in verslagen in tekst en en beeld, die zij ook op de internationale markt verkopen.

In de zomer van 1937 bezoeken zij de wereldtentoonstelling in Parijs. Het thema ‘Kunst en Techniek in de moderne samenleving’ is hun op het lijf geschreven. Ze bezoeken ook Normandië en Bretagne. In de badplaats Deauville, het mondaine Zandvoort van Parijs, verblijft op dat moment de schilder Kees van Dongen. Hij heeft er net een huis gekocht om er de zomermaanden door te brengen. De Roaring Twenties hadden hem roem en fortuin gebracht, maar na de depressie van 1929 houdt hij zich een paar jaar bewust uit de publiciteit, exposeert niet meer en verkoopt geen werk. Onder de prijs verkopen was hem een gruwel. Maar nu staat hij weer volop in het middelpunt van de Parijse belangstelling. De opdrachten voor portretten stromen sinds een jaar weer binnen. Op het strand van Deauville vindt een fotosessie plaats, zo blijkt uit een onlangs op zolder van de erven Wolff herontdekt archief. Daarin is te zien dat de sessie in Deauville onder meer een kleurenportret van de wereldberoemde schilder opleverde. En een reeks bijzondere zwart-witbeelden die de fotografen maakten van de vitale schilder met een jonge vrouw in badpak. Van Dongen is op dat moment zestig jaar en de jonge vrouw op de foto veel jonger, je zou bijna zeggen een echte Lolita met haar zonnebril en teenslippers. Het is de uit Bretagne afkomstige Marie-Claire Huguen met wie Van Dongen in 1953 in het huwelijk zal treden.

Uit hun relatie wordt in 1940 zoon Jean Marie geboren. De Rotterdammer Van Dongen is dan al lang tot Fransman genaturaliseerd. Het gezinsleven geeft hem frisse energie, naast zijn werk als portrettist, schildert en tekent hij ook voor publicaties van onder andere Kipling, Proust en Baudelaire. In 1947 koopt Marie-Claire in Monaco een villa en trekt daar met haar zoon in. Van Dongen werkt in de zomermaanden voornamelijk in Parijs en Deauville voor zijn rijke en beroemde opdrachtgevers en verblijft alleen in de winter aan de Cote d’Azur.

De schilder van de Beau Monde overlijdt in mei 1968, symbolischer kan het haast niet. Op het moment dat de stenen van de Parijse boulevards door de lucht vliegen wordt er in de pers nauwelijks aandacht besteed aan zijn heengaan. De Wolff-foto’s uit 1937 tonen een prille relatie aan het strand van Deauville. Misschien de eerste beelden van het paar samen. De ontmoeting was ook voor het echtpaar Wolff belangrijk. Het kleurenportret van Van Dongen hing bij hen thuis aan de muur, tot Annemie Wolffs overlijden in 1994.

Laatste weekeinde: tot en met zondag is de expositie ‘De grote ogen van Kees van Dongen’ nog te zien in museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.

Simon B. Kool is fotohistoricus