Onenigheid bedreigt missie

De politiemissie in het Noord-Afghaanse Kunduz, die het kabinet heeft voorgesteld, heeft alleen kans van slagen als de diepe etnische tegenstellingen in het gebied worden overbrugd. Deze waarschuwing is afkomstig van zowel lokale Afghaanse waarnemers als buitenlandse diplomaten.

Volgens Moeen Marastial, oud- parlementariër uit Kunduz, moet het Westen zijn invloed gebruiken om een meer evenwichtige verdeling van belangrijke bestuurlijke functies te verkrijgen. „Je kunt hier 100.000 militairen heen sturen, maar als je niets doet aan de politieke conflicten tussen de etnische groepen, verlies je de oorlog.”

Nu wordt de dienst in Kunduz uitgemaakt door Jamiat-i-Islami, een door Tadzjieken gedomineerde partij die in de jaren 80 faam verwierf met haar verzet tegen de Sovjet-bezetting. Jamiat werkt nauw samen met de regering van president Karzai.

Andere minderheden, met name de Pashtun, worden dikwijls achtergesteld. Uit frustratie sluiten sommigen zich aan bij milities of de Talibaan, die Jamiat, de regering en de internationale troepenmacht van de NAVO bestrijden.

De Duitse minister van Defensie Karl-Theodor zu Guttenberg, die probeert een verlenging van de Duitse missie in Kunduz door de Bondsdag te krijgen, is in moeilijkheden geraakt. Duitsland is ‘lead nation’ in Kunduz. De minister moet opheldering geven over een schietincident, opengemaakte post en een vermeende muiterij.

Tadzjiekse dominantie: Drie