Oefeningen op een steile helling

Slopestyle is een nieuw fenomeen voor de internationale skifederatie.

Het ligt Nederlandse en Belgische snowboarders misschien beter dan halfpipe.

De Fin Markus Malin ondersteboven in de halve finale van halfpipe bij de WK in La Molina. Foto Reuters Finland's Markus Malin competes in the men's Snowboard Halfpipe semi-final at the FIS Snowboard World Championships in La Molina January 20, 2011. The championships take place in Barcelona and La Molina from January 15 to 22. REUTERS/Susana Vera (SPAIN - Tags: SPORT SNOWBOARDING) REUTERS

„Zo, nu nog even trainen voor de slopestyle.” Dolf van der Wal wist gistermorgen na het missen van de finale bij de halfpipe wel hoe hij de ongewenste vrije middag moest vullen. Niet dat de snowboarder zich vandaag veel kansen toedicht op de nieuwe WK-discipline, maar helemaal onvoorbereid wil hij ook niet aan de slopestyle beginnen.

De halfpipe, de snowboardcross en de parallelreuzenslalom zijn dankzij de Olympische Spelen intussen tamelijk bekend bij het grote publiek. Maar wat is in hemelsnaam de slopestyle?

Ruw geschetst: een bochtige, redelijk steile afdaling over een lengte van zo’n 800 meter waarop snowboarders rails, buizen, steile wanden en heuvels gebruiken om oefeningen (tricks) te doen. Een jury beoordeelt de kunstzinnigheid en bepaalt daarmee de uitslag. Je zou slopestyle kunnen omschrijven als een individuele cross met hindernissen en een vleugje halfpipe.

De specialisten noemen slopestyle de meest pure vorm van snowboarden, omdat bijna alle facetten van de sport er zijn samengevoegd. Maar bij een uitleg zijn de termen voor buitenstaanders abracadabra. De negentienjarige Belg Seppe Smits somt op welke obstakels hij op de piste van La Molina zoal tegenkomt: een downrail (schuine metalen buis), een double-king-box (een buis met twee schuine vlakken en een vlak middenstuk), een flatrail (vlakke rail), een quarterpipe (steile wand), heuvels voor jumps (sprongen) en tot slot een gap-to- down-rail (een brede stang die licht omhoog loopt).

Smits weet waarover hij praat, want hij behoort bij de WK slopestyle tot de titelfavorieten. Opvallend voor een snowboarder van het vlakke Vlaamse land. „Toch niet”, zegt Smits. „Wij hebben het voordeel van indoorhallen. Ideaal voor het leren van tricks. De indoorpistes zijn zo kort dat je met de lift in een uur wel honderd keer naar boven kunt. En dat heeft mij geholpen. Zonder die hallen had ik nooit zo’n hoog niveau kunnen bereiken.”

De Nederlandse deelneemster Charlotte van Gils (24) bevestigt die opvatting. De afgestudeerde Amsterdamse lerares lichamelijke opvoeding: „Ik denk dat slopestyle geschikter is voor Nederlanders en Belgen dan de halfpipe. Daarop kun je in Nederland niet trainen, maar moet je naar het buitenland. Amerikanen en Noren hebben een grote voorsprong; die beginnen al in een halfpipe als ze vijf jaar zijn.”

Vreemd genoeg heeft Van Gils haar hoge niveau niet te danken aan trainingen in skihallen. Zij leerde snowboarden op wintersportvakanties. En pas op de relatief late leeftijd van achttien jaar is Van Gils de sport serieus gaan beoefenen. „Eerlijk gezegd verraste het niveau me. Ik had niet gedacht dat ik binnen twee jaar tot de top zou behoren. Maar ik heb vroeger geturnd, dat is in mijn voordeel. Mijn coördinatievermogen komt vooral bij de sprongen van pas.”

Van alle snowboardonderdelen is slopestyle het gevaarlijkst, erkennen Smits en Van Gils. Smits heeft al beide sleutelbenen gebroken en een scheurtje in zowel zijn meniscus als de kruisband opgelopen. Zijn remedie: „Veel trainen, want dan krijg je controle over de sprongen.”

Voor Van Gils, die mikt op een podiumplaats, is een goede valtechniek belangrijk. „Hoe vaker je valt zonder pijn te lijden des te meer lef je krijgt. Dat geldt vooral voor vrouwen, want mijn ervaring is dat mannen eerst nieuwe tricks uitproberen en dan pas kijken wat er verbeterd moet worden. Wij volgen de veilige weg door stap voor stap wat nieuws te leren.”

De WK slopestyle is een nieuw fenomeen voor de internationale skifederatie FIS. Normaal worden die wedstrijden gehouden in de commerciële circuits. Daaruit komt ook Van Gils voort. En dat is oorzaak van haar relatieve onbekendheid. Ze verblijft voor haar sport voornamelijk in de Verenigde Staten.

De FIS heeft op aandringen van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) besloten zich ook over de slopestyle te ontfermen. Om jongeren meer te interesseren voor de Olympische Winterspelen bepleit het IOC de toelating van sporten die aansluiten bij de jeugdcultuur. De halfpipe en snowboardcross waren daar het voorbeeld van. En slopestyle moet de volgende discipline worden op de Winterspelen. Maar volgens de IOC-regels moet de FIS dan minimaal twee keer de wereldkampioenschappen hebben georganiseerd. En daarmee wordt in La Molina een begin gemaakt.