Normaal is een uitdaging

Pompend geweld, gierende sirenes – alle ellende van de wereld zit in de muziek van de Letse componist Peteris Vasks. Juist met die muziek werd het piepjonge Navarra Strijkkwartet bekend.

Het zou filmmuziek kunnen zijn. Een dicht bos. Een winderige akker waarop een duister type rondwaart. Hoe dan ook: iets onherbergzaams. Dan klinken opeens ijle krasjes. Zijn het matineuze vogels? Een treurige melodie verrijst, terwijl de vogels onverstoorbaar door krijten.

Het valt niet mee de muzikale wereld van de Letse componist Peteris Vasks (1946) te vatten in een paar rake typeringen. Pompend geweld, gierende sirenes, desolate akkoorden: alle spectra komen aan bod in zijn Tweede (1984) en Derde strijkkwartet (1995). Zelf zei hij het eens zo: „Ik droomde er altijd van dat mijn muziek beluisterd zou worden op plekken waar ongelukkige mensen samenscholen: ziekenhuizen, gevangenissen, drukke trams….om te troosten en vragen op te roepen.”

Juist met die muziek trok het nog piepjonge Navarra Strijkkwartet vorig jaar internationaal de aandacht. „Wanneer je je als jong strijkkwartet wilt profileren, moet je goed nadenken over je repertoire”, zegt altvioliste Simone van der Giessen. „Als iemand een cd koopt met strijkkwartetten van Beethoven is de kans groot dat hij kiest voor de grote namen. Maar met nieuw repertoire trek je de aandacht.” Ze lacht. „Wie deze muziek wil kopen, heeft trouwens gewoon geen keus; de enige uitvoering is de onze!”

Die cd, verschenen bij het Nederlandse Challenge Classics, kwam er niet zomaar. Op een videofragment op de site van het kwartet zie je de musici met de componist sleutelen aan hun interpretatie. „Stel je alle ellende voor in de wereld en stop die allemaal in dit stuk”, coacht hij. „Vasks wil dat zijn muziek uit je hart komt”, zegt cellist Nathaniel Boyd. „Je moet uitermate gepassioneerd spelen, anders doe je geen recht aan alle woede die hij erin heeft verwerkt.” Violiste Marije Ploemacher: „En toch is het ook toegankelijke muziek, waarschijnlijk door dat compromisloze. Als we voor publiek spelen, merk je dat het meteen aankomt.”

In Nederland zijn we, met dank aan de Nederlandse Strijkkwartet Academie, een beetje gewend geraakt aan extreem jonge strijkkwartetten. Het Matangi Kwartet, het Rubens, het Ragazze, het Atrium, het Tiberius – alle proberen ze een plaats te bevechten binnen het internationale kamermuziekcircuit.

Ook het Navarra Quartet is een beetje Nederlands, al hebben ze met de Academie niets te maken. Eerste violist Magnus Johnston is 31 en de oudste; hij verving onlangs de vorige – Nederlandse – primarius Xander van Vliet. Cellist Nathaniel is 27, altiste Simone 26, tweede violiste Marije 28. Allen studeerden ze aan het Royal Northern College of Music in Manchester. Daar leerden ze elkaar ook kennen.

Tegenwoordig is het kwartet gevestigd in Londen. „Marije, Xander en ik kwamen aanvankelijk naar Groot-Brittannië omdat we onze leraar achterna reisden”, zegt altiste Simone. Die leraar, Jan Repko, was in Amsterdam jarenlang hoofdvakdocent aan het conservatorium, oprichter van het Nederlands Jeugd Strijkorkest en mentor van talrijke jonge supertalentjes. „Als je als musicus eindelijk een leraar hebt gevonden met wie het klikt, dan doe je alles om die te kunnen behouden. Maar ik dacht zeker niet dat het voor langer dan twee jaar zou zijn.”

Ploemacher: „Dat het steeds meer jaren werden, kwam ook door de kracht van de kamermuziekafdeling in Manchester. We waren er koud één week, toen ontstond dit kwartet. En dat werd steeds meer een reden om te blijven.”

Na acht jaar samenspelen verkoos de eerste primarius, Xander van Vliet, eerder dit jaar een baan in het Scottish Ensemble. Magnus Johnston volgde hem op. „Het klikt, denk ik, omdat we aan hetzelfde conservatorium studeerden”, zegt hij. „We stammen, letterlijk en figuurlijk, uit dezelfde school.” Het in 2007 overleden hoofd van de kamermuziekafdeling in Manchester, Christopher Rowland, was in de Britse muziekwereld een begrip. Rowland gaf een baan als kwartetviolist in het beroemde Fitzwilliam Quartet op om in Manchester te komen lesgeven. Johnston: „Hij dwong je om altijd je uiterste best te doen en kon je tackelen over één maat. Wat doe je daar? Waarom? Dat vuur en dat perfectionisme heeft ons allen gevormd. Dat maakt het mogelijk om me nu nog in dit kwartet in te voegen, denk ik. Al zal het zeker tijd en energie kosten.”

Het vinden van een nieuwe eenheid is ook de reden dat het Navarra Quartet zich op dit moment vooral richt op het repeteren en het geven van concerten. „Er komt zeker nog een cd met meer kwartetten van Vasks”, zegt cellist Nathaniel. „Maar eerst moet er een nieuwe, echt eigen Navarra-klank zijn ontwikkeld.” Magnus Johnston knikt. „ De spelchemie tussen de andere drie is er al acht jaar, ik kom net kijken.” Toch is hij blij dat hij na jaren van twijfel heeft gekozen voor een bestaan als kwartetmusicus, zegt hij. „Kwartet spelen is de mooiste, puurste manier van muziek maken. Beter wordt het niet.”

Voorlopig blijft het kwartet gevestigd in Londen. „Maar we hopen wel vaker in Nederland te spelen”, zegt altiste Simone. De druk van een leven met zijn vieren ervaren ze nog niet als te belastend. Onderweg naar concerten worden flauwe grapjes gemaakt, zijn musici opeens weer schoolvrienden. „Eh… ja. Wij zijn inderdaad niet zo’n kwartet waarvan de musici in vier verschillende vliegtuigen naar concerten reizen.” Johnston: „Het is wel een uitdaging om een beetje een normaal leven te behouden. Maar juist omdat het kwartetspelen muzikaal zo onvergelijkbaar bevredigend is, is het de moeite daar dan maar je best voor te doen.”

Concerten op 3 feb (Weesp), 4 feb (Arnhem), 6 feb (Bloemendaal), 7 feb (Deventer), 8 feb (Den Haag), 19 feb (Amsterdam), 20 feb (Zelhem). Radio 4: 6 feb, 10 uur, live vanuit de Spiegelzaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Inl. www.navarra.co uk