Mijten die pelikanen (en mensen) bijten

Lezerspost voor de Hoger Opgeleide Vlo. Onderzoeker Thijs Kuiken uit Gouda beschrijft een indringende wriemelervaring:

Een aantal jaren geleden heb ik, als veterinair-patholoog, onderzoek gedaan naar de oorzaken van sterfte van pelikanen op een broedkolonie in Canada. Alle jonge pelikanen waren besmet met een bijtende mijt, Piagetiella peralis. Sommige pelikaankuikens hadden honderden van deze mijten van tot een centimeter in lengte op hun kop en snavel. Deze mijten veroorzaakten hevige jeuk en ontsteking door beschadiging van de opperhuid.

De mijten bezorgden ook mij last wanneer ik, als onderdeel van mijn onderzoek, een sectie uitvoerde op een pas gestorven pelikaankuiken. Zoals ratten een zinkend schip verlaten, zo verlieten de hordes mijten het langzaam afkoelende karkas van de gestorven pelikaan, kropen langs benen en armen op mijn lichaam, en nestelden zich tussen mijn hoofdharen. Dagen na zo’n sectie had ik last van jeuk en plukte herhaaldelijk de dikke parasieten van mijn hoofd. Om deze problemen te voorkomen, legde ik het volgende pelikanenkarkas op een dienblad, dat ik tot een diepte van 1 cm vulde met 70 procent alcohol. De vluchtende mijten stortten zich in het vloeistof en waren na een paar seconden dood. Echter, tientallen mijten wisten mij desondanks te bereiken door via de scalpel en pincet die ik voor de sectie gebruikte omhoog te kruipen, waardoor ik toch weer last kreeg van jeuk op mijn hoofd. Als oplossing hiervoor droeg ik tijdens de sectie een wollen muts, waar de mijten in trokken om als schuilplaats te gebruiken. Toen ik klaar was met het onderzoek van de dode pelikaan, trok ik de muts eenvoudig af en sprayde de daarin schuilende mijten dood met insecticide.

Thijs Kuiken

Mail uw wriemelervaring ook aan DHOV: achterpagina@nrc.nl

Post blijft binnenstromen. We behandelen een selectie. Goed nieuws voor de Hoger Opgeleide Vlo: verschillende lezers laten via achterpagina@nrc.nl weten dat de naam van zijn rubriek niet per se fout Nederlands is. Een oplettende lezer had gemeld dat het eigenlijk De hoogopgeleide vlo moest zijn. Onder anderen M. van der Linden uit Someren schrijft dat dat niet juist is: „Er is een verschil tussen beide termen. Hoogopgeleid wil zeggen: duidelijk boven het gemiddelde niveau van onderwijs. Hoger opgeleid is hoger dan iets of iemand die lager opgeleid is, kan dus duidelijk onder het gemiddelde verkeren. Het dubbelzinnige van hoger opgeleid is, dat het in wezen niets zegt. Dat is duidelijk een vorm van ironie, dat hoogopgeleid duidelijk mist. En dat past goed bij de vlo.” Waarvan akte.

Petra Kroes is het taalkundig eens met de vorige briefschrijver, maar merkt terloops op dat haar als bioloog de pijp in de mond van de Hoger Opgeleide Vlo in het logo stoort. Hier wil DHOV toch even reageren: waren het niet Spaanse vakgenoten van mevrouw Kroes uit vorige eeuwen, die hun anti-vlooienpoeder als volgt aanprezen: „Vang de vlo, open zijn mond en plaats de poeder daarin. Als deze methode gevolgd wordt, is de dood (van de vlo) gegarandeerd,” zo lezen wij in het boek The Compleat Flea van Brendan Lehane (Londen, 1969). Het smoken van een pijpje is voor een vlo wellicht niet gezond, het is toch nog beter dan door anderen gif in de mond gestopt krijgen. Maar nu we het toch over taal hebben: in het Nederlands is het overdrachtelijke woord vlooien identiek aan dat voor het het onderwerp dan wel lijdend voorwerp, net als bij ‘vissen’ en ‘vogelen’ Net zoals luizen, maar dat is in onbruik geraakt. Terwijl iemand het haar luizen gebruikelijker is dan die persoon vlooien. Als met alle dubbele woorden is er veel mee mogelijk. Zoals: ‘Als vlooiende vlooien vlooiende vlooien vlooien, vlooien vlooiende vlooien vlooiende vlooien’.