Met weinig geld krijg je ook waardeloos onderwijs

Goed onderwijs kost geld, schrijft Jan Drentje. En, voegt Dirk Jan van den Berg toe, willen we alleen Indiase ingenieurs?

Met het onderwijs in Nederland is het gesteld als met het spoor – een dichtbezet netwerk, veel stations, veel trajecten en toch jaarlijkse klaagrituelen en opgewonden Kamerdebatten.

De politiek stelt hoge eisen, maar vergeet gemakshalve de jarenlange onderinvesteringen in de infrastructuur. Klagen over het niveau van dienstverlening krijgt dan perverse trekken.

Ook bij het onderwijs is dat het geval. De politiek formuleert ronkende doelstellingen over het niveau van onze kenniseconomie. Aan de zesjescultuur moet een einde komen. We willen bij de top horen wat betreft onderwijs, onderzoek en innovatie.

De investeringen daarin vertonen al decennia een dalende trend. Aan de universiteiten moeten meer studenten worden bediend door minder docenten. Bovendien zijn onderwijsprogramma’s ernstig verschraald bij de introductie van de bachelorfase, in elk geval op de letterenfaculteit.

Ingenieus is het curriculum ingedikt. De academische geest van verdieping is verdwenen. Studenten krijgen minder werkgroepen om stof te verwerken, meer kortdurende collegereeksen en hoeven vooral veel minder te lezen.

Vanwege het maatpak van een veertigurige studieweek worden programma’s uitgedrukt in studiepunten. Studenten geschiedenis kunnen hun bachelor halen zonder dat zij ooit een letter hebben gelezen van Huizinga, Braudel of Kossmann.

Aan de inzet en het niveau van docenten en studenten ligt het niet. De beste studenten volgen vaak twee studies. De overheid ontmoedigt dit. De studievertraging die het gevolg is van extra vakken volgen, studeren in het buitenland of deelname aan academische verenigingen wordt beboet. Daarmee wordt het onderwijssysteem afgestemd op de massastudent, die zijn lesjes afraffelt en met zesjes een boete van drieduizend euro ontloopt.

Ook de universiteit zal worden gekort als de student niet binnen de termijn afstudeert. Duidelijk is dat het academische onderwijs op deze manier nog sterker in de houdgreep komt van het rendementsdenken van de korte termijn. Deze maatregel is gespeend van visie op de ontwikkeling van jonge mensen in de wetenschap.

Verdere verschoolsing zal het gevolg zijn. De masterfase moet zelf worden bekostigd. De universitaire fase in het leven van veel jongeren zal vooral in het teken staan van geldzorgen, om de basisbeurs aan te vullen, boetes te ontlopen en de master te kunnen betalen.

De overheid wil de talenten van studenten vooral tot ontwikkeling brengen om deze economisch te kunnen exploiteren. Vergeten wordt dat wetenschappelijke ontwikkeling en talentontplooiing niet op deze wijze verlopen. De zesbaanssnelweg voor de massa is niet geschikt voor het vinden van nieuwe wegen. Idealisme, inspiratie en motivatie hangen samen met andere factoren dan alleen de kapitaalswaarde van toekomstige verdiensten of opbrengsten.

Denken vanuit de inhoud lijkt te zijn stopgezet. Ontbreekt daartoe het niveau? Bezuinigingsdoelstellingen prevaleren, waar investeringen zijn geboden. Aan studenten en wetenschappers moet ruimte worden geboden om zich te ontwikkelen. Kwaliteit kost geld, maar de beste maat in Nederland is nog steeds de goedkope middelmaat. Politieke klachten over het niveau van het onderwijs kunnen in het vervolg worden afgedaan als een vorm van pathologisch masochisme.

Dr. Jan Drentje is als onderzoeker politieke geschiedenis verbonden aan het Ernst Kossmann Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen.