Man, gescheiden en sociaal zeer onhandig

Piers Paul Read: The Misogynist. Bloomsbury, 257 blz. €23,-

Onder het lezen van The Misogynist, de nieuwe roman van Piers Paul Read, moest ik een paar keer aan Frits Bolkestein denken; niet omdat die misogyn zou zijn, maar vanwege dat vileine lachje waarmee hij op het bordes van de Amsterdamse Stadsschouwburg links Nederland voorhield dat het geld voor de cultuurbegroting bij ontwikkelingssamenwerking moest worden weggehaald.

Dat licht sardonische, dat past erg goed bij Geoffrey Jomier, de titelheld van The Misogynist. Jomier is chagrijnig, narrig, bevooroordeeld, intelligent en niet genegen ook maar iets van de stompzinnigheid van de moderne samenleving door de vingers te zien – stuk voor stuk eigenschappen die hem tot een interessant en zelfs sympathiek personage maken. Want dat is het mooie van romanpersonages: je hoef het niet per se met ze eens te zijn om ze gelijk te geven.

Geoffrey Jomier is een gepensioneerde advocaat. Zijn vrouw heeft hem jaren geleden verlaten en hij heeft de scheiding nog steeds niet verwerkt. Elke dag zet hij zich achter zijn computer om oude dagboeken over te typen. Uit de aantekeningen die hij zijn hele leven nauwgezet heeft bijgehouden, probeert hij antwoorden te krijgen op zijn vragen. Hoe kan het dat zijn scheiding hem zoveel geld heeft gekost dat hij moest verhuizen, niet alleen naar een kleiner huis, maar ook naar een slechtere buurt, terwijl zijn vrouw en haar nieuwe man het breed laten hangen?

Er gebeurt niet veel in The Misogynist. Dat je toch door wilt lezen, komt door Jomiers scherpe blik en de droge, wrange toon waarop hij zijn observaties verwoordt. Hij kijkt niet alleen terug, hij kijkt ook om zich heen, op straat, in de multiculturele wijk waar hij na zijn scheiding is terechtgekomen, en op de middenklassedineetjes die hij bezoekt – etentjes waarvoor hij trouwens niet wordt uitgenodigd wegens zijn persoonlijkheid, maar omdat hij als alleenstaande man mooi als tafelheer kan dienen voor een weduwe of ongetrouwde zus.

Ondertussen denkt Jomier er het zijne van. Hij verbaast zich erover dat het bij de generatie van zijn volwassen kinderen volstrekt normaal is om vriendschappelijk te blijven omgaan met ex-partners; zelf kan hij zich daar niets bij voorstellen. En hij ziet dat de moderne samenleving zeven seculiere hoofdzonden kent: racisme, misogynie, homofobie, elitisme, roken, overgewicht en religieuze overtuiging. Jomier rookt niet meer, is niet dik en gelooft nergens in, maar over de andere vier moet hij nog even nadenken.

Zo zit het boek vol mooie observaties. Het is bijna jammer dat zich toch iets van een plot ontwikkelt wanneer Jomier iets krijgt met een vrouw die hij op een dinertje ontmoet, en die hij nog van (heel) vroeger kent. Maar het levert wel onverwacht tedere hoofdstukken op, vol mooie observaties over liefde op latere leeftijd. Dan is ook allang duidelijk geworden dat achter Jomiers scherpe blik een grote mate van sociale onhandigheid schuilgaat. Dat geeft hem iets tragisch, wat hem als personage alleen maar innemender maakt.

De Britse auteur Piers Paul Read is van dezelfde generatie als zijn misogynist. Read is belijdend katholiek, maar verder lijkt hij het nodige met zijn personage gemeen te hebben. Zo zei hij laatst in een interview met The Guardian dat het feminisme vrouwen niet gelukkiger heeft gemaakt en dat het medeverantwoordelijk is voor het hoge aantal echtscheidingen. Verder vond hij dat het opvoeden van kinderen niet met een carrière kon worden gecombineerd – en het was duidelijk wie voor die opvoeding thuis moesten blijven. Geoffrey Jomier had het gezegd kunnen hebben. Waarschijnlijk lijkt hij toch meer op zijn schepper dan op Frits Bolkestein.