Mahler 7 volmaakt afgewogen bij Boulez

Mahler, Symfonie. Nr. 7. Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Pierre Boulez. Gehoord: 20 jan Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 21/1 aldaar, 22/1 Keulen. ****

Toen het Concertgebouworkest zijn cyclus van Mahler-symfonieën programmeerde, was het aantrekken van componist/dirigent Pierre Boulez (85) voor de Zevende een van de opvallendste en, diens leeftijd indachtig, risicovolle hoogtepunten. Maar Boulez kwam, oogt vitaal en werkt tussen het dirigeren door stug verder aan zijn eigen oeuvre: een eerste opera naar Becketts Waiting for Godot is, zo suggereert onder meer The Guardian, in de maak.

Boulez leerde Mahler ‘achterwaarts’ waarderen: via Schönberg, Webern en Berg. Die appreciatieroute volgde hij gisteravond na door Weberns Sechs Stücke für Orchester (1909) te dirigeren als hypergeconcentreerde opmaat tot Mahlers Zevende symfonie.

Het was een typische Boulez-keuze, die wonderwel werkte. Je zou verwachten dat Mahlers vijf jaar oudere muziek in Weberns schaduw over-romantisch aandeed, maar het tegendeel bleek waar. Juist door te horen hoe de muziek zich ná Mahler ontwikkelde, ontdekte je des te helderder het moderne in Mahler zelf.

Maximale helderheid en vormbeheersing bleken kernwoorden van Boulez’ Mahler-aanpak; in de gedoseerd opgebouwde climax van het openingsdeel, de glasheldere fuga en lichte adem in de stukken Nachtmusik. Maar ook in het vitale slotdeel, Mahler op zijn monterst, zocht je vergeefs naar een roes of explosieve energie.

Objectivisme, gemarkeerd spel en ultieme afgewogenheid in de spanningsopbouw voerden de toon bij het groots klinkende Concertgebouworkest. Spelen wat er staat, en wel precies; je kunt het ‘koel’ noemen, maar dat is inaccuraat. Want Boulez’ transparante, onzware benadering emotioneerde zeker niet minder.