Kopie van Salvador Dalí

Salvador Dalí werd geboren op 12 oktober 1901 in Figueres, Catalonië, kind van Salvador Dalí i Cusi en Felipa Domenech Ferrés. Zoon Salvador Dalí stierf in 1989 en groeide uit tot een van de opmerkelijkste kunstenaars van de twintigste eeuw. Hij schreef, dichtte, filmde, fotografeerde, maakte commercials, ontwierp kleding en het logo ChupaChups, een Spaanse lolly. Bovenal was Dalí een surrealistisch schilder. Smeltende klokken op uitgestrekte vlaktes, zwanen die olifanten blijken.

Zijn talent voor aandachttrekken was legendarisch. Vast verscheen hij met een cape en wandelstok, en met de puntjes van zijn snor recht omhoog. Hij praatte over zichzelf graag in de derde persoon, één van zijn beroemdste citaten is: „Elke ochtend als ik wakker word, beleef ik een immense vreugde: de vreugde Salvador Dalí te zijn, en dan vraag ik me af, stomverbaasd, wat voor wonderlijke dingen hij vandaag weer zal doen.”

Hoe kan een mens uitgroeien tot zo’n apart verschijnsel?

Feit is dat Salvador Dalí stierf toen hij nog geen twee jaar oud was. Het was 1 augustus 1903. Doodsoorzaak: hersenvliesontsteking. Terstond raakte moeder Felipa opnieuw zwanger. Op 11 mei 1904 beviel ze van een tweede zoon, precies negen maanden en tien dagen na de dood van de eerste. Dat moest wel een wedergeboorte zijn, besloten de ouders. Ze gaven de nieuwe baby dus de naam van hun overleden zoon. Salvador Dalí.

Voor zijn ouders had de dode Salvador de status van een heilige. De levende versie kreeg voortdurend te horen hoe enorm hij op hem leek. Tegelijkertijd was de boodschap van zijn ouders kraakhelder: zo hemels als hij word jij nooit. Salvador de Tweede moest vooral goed oppassen, anders zou ook hij doodgaan. Liep hij met zijn ouders over straat, dan zeiden ze bijvoorbeeld: „De andere moest niezen toen hij hier langsliep, dus wees voorzichtig.”

De uitwerking van deze helse parabel op Salvador Dalí was uiteraard enorm. Hij mocht een van de grootste kunstenaars worden van zijn tijd, een zelfbenoemd genie die altijd blij was wakker te worden als Salvador Dalí, zijn broer zou altijd genialer blijven. In 1963 schilderde de 59-jarige Salvador Dali een Portrait of a dead Brother in zijn karakteristieke mix van klassiek en modern. Op de verre vlakte een realistisch getekend echtpaar in rouwpose. Op de voorgrond, allesoverheersend, stipjes die samen het gezicht vormen van zijn broer. Een jongeman nog, maar veel ouder getekend dan de 22 maanden die Dalí’s broer echt werd.

Ingmar Vriesema