Incident over gevangene

Tegen alle afspraken in is een Afghaanse gevangene waarvoor Nederland verantwoordelijk was in een Amerikaans detentiecentrum beland.

Het incident leidde in het najaar van 2008 tot een majeure aanvaring met de Verenigde Staten. Toenmalig ministers Verhagen (CDA) en Koenders (PvdA) hebben de kwestie op het hoogste niveau aangekaart, maar meldden dit niet aan de Tweede Kamer.

Dat blijkt uit Amerikaanse diplomatieke stukken, die in bezit zijn van NRC Handelsblad en RTL Nieuws. Mullah Bari Ghul werd in augustus 2008 in Uruzgan gearresteerd en gedetineerd op het Nederlandse Kamp Holland. Daarna werd de Talibaanleider overgedragen aan de Afghaanse autoriteiten. Volgens afspraak moest Nederland echter ook toezien op zijn welzijn.

Maar toen Nederlandse diplomaten in Kabul op bezoek wilden bij Ghul, was hij plotseling verdwenen. De Talibaanleider bevond zich op de Amerikaanse basis Bagram, waarschijnlijk voor ondervraging. Op Bagram worden terrorismeverdachten zonder vorm van proces vastgehouden, net als in Guantánamo Bay. Volgens mensenrechtenorganisaties is er op Bagram gemarteld.

De vermissing van Ghul werd hoog op genomen door de Nederlandse regering. Eind september spraken Verhagen en Koenders met de Afghaanse president Karzai, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Pentagon. Toen Ghul begin oktober nog niet terug was, ontbood Buitenlandse Zaken de tweede man van de Amerikaanse ambassade. „Jullie hebben Bari Ghul nu bijna drie weken gehad”, zou topambtenaar Robert de Groot volgens de Amerikanen hebben gezegd: „hij moet terugkeren”. Pas op 12 oktober 2008 werd Ghul teruggebracht naar Kabul.

Nederland had met de regering-Karzai een verdrag gesloten over de ‘Nederlandse’ gevangenen. Gedetineerden mochten niet worden overgedragen aan „derden” (lees: de VS) zonder dat Nederland hiervan op de hoogte werd gesteld. Het ministerie van Buitenlandse Zaken wil niet reageren.

Diplomatieke aanvaring Nederland met VS over Talibaan: Drie