Het nieuwe brandpunt van de 21ste eeuw

Robert Kaplan voorspelt wat China doet in de 21ste eeuw.

En hoe Amerika daarop zal reageren.

Je hoeft de globe maar een beetje te draaien of je blik op de wereldkaart iets te verschuiven, om te zien waar in de nabije toekomst de grote politieke krachtmetingen zich zullen voordoen. Niet in het Midden-Oosten, niet in Afghanistan en Pakistan en ook niet rondom het Koreaanse schiereiland of Taiwan.

Volgens de Amerikaanse journalist en essayist Robert Kaplan moeten we afleren op de wereldkaart meteen te kijken naar continenten, subcontinenten en landen. Want in dit tijdperk van globalisering ligt het zwaartepunt op zee. De spil van deze eeuw zal de Indische Oceaan zijn, is het prikkelende uitgangspunt van zijn boek Moesson. Zoals de 20ste eeuw draaide om de kaart van Europa, zegt Kaplan, zo zal deze eeuw bepaald worden door wat zich afspeelt op en rond deze grote watervlakte, die grofweg wordt ingesloten door Oost-Afrika, het Arabisch Schiereiland, Zuid-Azië en Indonesië. Dankzij de voorspelbare winden van de moesson liepen hier al eeuwen geleden belangrijke scheepvaartroutes. Het was en is een kruispunt van culturen.

Dat de Indische Oceaan bovendien het geostrategische brandpunt van de 21ste eeuw wordt, komt niet alleen doordat hier de belangrijkste scheepvaartroutes voor ruwe olie en andere belangrijke grondstoffen lopen, of doordat langs de randen van deze oceaan de brandhaarden van moslimextremisme liggen. Dat komt vooral doordat hier de rivaliteit zal worden uitgespeeld tussen de opkomende machten China en India en, nog belangrijker, tussen China en supermacht Amerika.

Aan Moesson ging een veel stelliger tijdschriftartikel vooraf, dat in 2005 verscheen onder de titel How We Would Fight China. De Chinese marine, stelde Kaplan, ligt klaar om de Grote Oceaan op te varen, waar nu de Amerikaanse vloot nog dominant is. De confrontatie tussen de twee grootmachten zou een Tweede Koude Oorlog veroorzaken, die zo maar generaties kon gaan duren.

Maar Kaplan is geen leunstoelgeneraal. Hij is een journalist die erop uittrekt, om zich heen kijkt en met mensen spreekt om zijn ideeën te kunnen illustreren en ook te testen. En zo komt hij ook deze keer tot heel andere conclusies in zijn boek dan in het stuk dat eraan ten grondslag lag. Niet alleen stelt hij nu het belang van de Indische Oceaan centraal. Hij verbindt er zowaar een optimistische toekomstverwachting aan.

De meeste boeken van Kaplan (dit is zijn dertiende) zijn een mengeling van geopolitieke analyse, reisverslag en geschiedenis. Zo ook Moesson. In dit boek onderneemt hij een reis langs de randen van de Indische Oceaan, die hem van het sultanaat Oman via kustplaatsen in Pakistan, India, Bangladesh en Sri Lanka naar Birma en Indonesië voert, om uiteindelijk uit te komen in Zanzibar, voor de Oost-Afrikaanse kust.

De reportages die eruit voortkomen verschillen per land nogal in kwaliteit. Zo zijn de bronnen die hij in Birma heeft wel kleurrijk, maar erg informatief of anderszins waardevol zijn deze zegslieden niet.

Toch slaagt Kaplan er goed in te laten zien hoe belangrijk de Indische Oceaan is in zowel commercieel als strategisch opzicht voor al deze landen – en ook voor China en de VS. En het aardige is dat hij daarbij belevenissen en observaties die zijn centrale stelling relativeren, niet wegmoffelt.

Dat blijkt onder meer in zijn hoofdstuk over de Pakistaanse havenstad Gwadar, die als illustratie moet dienen van de groeiende geopolitieke ambities van China. Peking heeft honderden miljoenen dollars geïnvesteerd in de ontwikkeling van de haven, die, eenmaal aangesloten op een nog te bouwen net van pijpleidingen, een overslag- en distributiepunt moet worden van gas en olie uit Centraal-Azië. Het stadje van nu 70.000 inwoners kan met zijn ‘ultrastrategische locatie’ een grote naam worden, schrijft politiek analist Kaplan enthousiast, een Dubai, een Singapore in Pakistan. Maar de nuchtere journalist Kaplan ziet dat de mooie kades leegstaan en de kranen niet in gebruik zijn, terwijl Pakistan politiek gevaarlijk instabiel is en de economische ontwikkeling er stilstaat. Dat doet niets af aan het belang van twee cruciale vragen van deze tijd, waarop Kaplan een nieuw licht werpt door de Indische Oceaan zoveel belang toe te kennen: hoe gaat China zijn nieuw verworven economische macht politiek en militair gebruiken? En vervolgens: hoe kunnen de VS daarop het beste reageren?

China, stelt Kaplan in een van zijn laatste hoofdstukken, kiest waarschijnlijk voor een strategie van twee oceanen. Want hoe belangrijk de Indische Oceaan als knooppunt van handels- en machtsrelaties ook mag zijn, de Grote Oceaan is voor zowel China als de VS voorlopig nog zeker zo essentieel. En dat de Amerikanen geleidelijk aan invloed te verliezen – na een maritieme dominantie van meer dan zestig jaar – staat buiten kijf.

In een boek dat begint met het uitroepen van de Indische Oceaan tot spil van het wereldgebeuren kan deze wending de lezer verbazen. Maar ze is wel realistisch. China stoort zich niet alleen aan de dominante Amerikaanse aanwezigheid in de Aziatische wateren, de Chinese marine is ook gefrustreerd door de reeks landen voor zijn kust die bondgenoten zijn van de VS, de zogenoemde ‘Eerste Eilanden Keten’, van Japan, via Zuid-Korea, Taiwan en de Filippijnen tot Indonesië en Australië. Bij elkaar een potentiële barrière die de toegang van China tot de Grote Oceaan kan blokkeren. Aansluiting van Taiwan bij het vasteland zou een belangrijke bres in die keten slaan.

Maar dat China en de VS tegenstanders worden, is volgens Kaplan niet onvermijdelijk. Hij sluit een nieuwe Koude Oorlog niet uit. Maar hij acht ook een vreedzame overgang mogelijk van de Amerikaanse alleenheerschappij op zee, naar een situatie waarin China – en in de Indische Oceaan ook India – een steeds prominentere rol spelen, samenwerkend met de Amerikanen aan de stabiliteit die noodzakelijk is voor een gezonde economische ontwikkeling. Ook als optimist ontbreekt het Kaplan niet aan geopolitieke verbeeldingskracht.

Robert D. Kaplan: Moesson. De Indische Oceaan en de toekomstige wereldmachten. Vertaling Margreet de Boer, Spectrum, 415 blz. € 25,-