Heimelijke genoegens

Veertig jarig jubileum voor het International Film Festival Rotterdam

Augustí Villaronga is er te spreken over zijn demonen, de Russen blijken ook Westerns te hebben gemaakt, wat is wuxia precies en wat hebben modeontwerpers met film? Vier programma-onderdelen op IFFR uitgelicht.

Vroeger heette het nog gewoon kungfu. Tegenwoordig gaan de Chinese vechtsportfilms, die sinds de jaren tachtig opmars maken in de mainstream, onder hun eigen naam door het leven: wuxia. Het was de toenmalige festivaldirecteur Emile Fallaux begin jaren negentig extravagante knokfilms uit Hongkong programmeerde. Das was pré dvd, en ook de ‘peer to peer’-netwerken waar filmliefhebbers elkaar tegenwoordig weten te vinden, bestonden nog niet, dus je enige kans om deze films te zien was in de bioscoop. Niet veel later zouden de eerste films van de cinefiele hergebruiker Quentin Tarantino de kloof tussen hoge en lage filmcultuur verder dichten. Ter gelegenheid van zijn veertigste verjaardag poetst het IFFR nu de eigen geschiedenis op met Water Tiger Inn, een retrospectief van wuxiafilms.

Wuxia (van wu: krijgshaftig en xia: eervol) is een Chinees volksgenre dat ouder is dan de filmkunst. Een mix van sprookjes, fantasy, zedenkomedies en levenslessen. Het vertelt verhalen over eenzame krijgers die volgens een oeroude erecode het goed en kwaad in de wereld herstellen. Maar belangrijker is dat ze hun mannetje staan in het gevecht. Of vrouwtje, want de eerste wuxiafilms kenden net zoveel mannelijke als vrouwelijke helden; reden om in het IFFR-retro extra uit te zien naar Red Heroine uit 1929 en The Swordswoman of Huangjiang uit 1920, waarin de hoofdrol wordt gespeeld door actrice Chen Zhi-gong. Net zoals Jackie Chan en veel van de wuxia-acteurs deed zij al haar stunts zelf.

Wie wuxia zegt, zegt stunts. Denk aan de zwaartekracht tartende gevechten uit films als The Matrix, Spider-Man of Inception en het is meteen duidelijk hoezeer Hollywood gebruik maakt van de ‘wire-fu’: een vorm van kungfugevechten waarbij de acteurs in tuigjes aan draden hangen. Die worden door katrollen aangedreven, waardoor ze adembenemende bewegingen kunnen maken.

Maar ook de Chinese mainstreamcinema weet er tegenwoordig wel raad mee. Dat begon natuurlijk met het Oscar winnende Crouching Tiger, Hidden Dragon van regisseur Ang Lee. Nadat wuxia onder het communisme verboden was en moest uitwijken naar Hongkong hebben de afgelopen jaren ook ‘vasteland’-regisseurs als Zhang Yimou (Hero, The House of the Flying Daggers) en Chen Kaige (The Promise) zich eraan gewaagd.

Maar Rotterdam zou Rotterdam niet zijn als het niet wat obscuurdere hoogtepunten had weten op te diepen, zoals Killer Clans uit 1976 van Chu Yuan, waar ook een vleugje lesbische seks in verweven zit. Of de biopic Yip Man (2008) over de ‘mentor van Bruce Lee’. De guilty pleasures van de filmgeschiedenis.