Haagse paniek na zoekraken Ghul

Diplomatenpost

Nederland moest zware druk uitoefenen op de VS om een gevangene ‘terug te krijgen’ in Afghanistan; minister Verhagen werd zwaar geschoffeerd door de Israëlische minister Lieberman.

Mike Gallagher, tweede man van de Amerikaanse ambassade in Den Haag, wordt begin oktober 2008 plotseling ontboden op het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het gesprek dat Gallagher daar heeft staat bol van de spanning, blijkt duidelijk uit het ambtsbericht dat de ambassade nog dezelfde dag naar Washington stuurt. Directeur Politieke Zaken Robert de Groot was „nauwgezet, kalm en objectief”, zegt het verslag. Maar de boodschap is niet mis te verstaan: de Verenigde Staten moeten Talibaanleider Mullah Bari Ghul onmiddellijk terugbrengen. „Als Ghul niet in Afghaanse handen komt en kan worden bezocht door de Nederlanders”, bericht de post, „dan kan de Nederlandse steun in Afghanistan in gevaar komen”.

Immers, schrijft de ambassade in een commentaar, „de gevangenenkwestie is een explosief thema in het Nederlandse parlement. We verwachten dat nieuws over een vermiste Nederlandse gevangene hier significante aandacht zal krijgen van politiek en pers”.

Mullah Bari Ghul is in de eerste week van augustus 2008 opgepakt door Australische commando’s. Een spectaculaire vangst; volgens het Australische ministerie van Defensie is de Talibaanleider de ‘schaduwgouverneur’ van Uruzgan en de grote man achter een verwoestende bermbommenoffensief dat meerdere westerse militairen en vele Afghanen het leven heeft gekost. Zijn arrestatie, zegt generaal Brian Dawson in een persverklaring, is een „gevoelige slag voor het operationele commando van de Talibaanextremisten in de provincie”.

Omdat Nederland de leiding heeft over de Task Force Uruzgan hebben de Australische militairen Mullah Bari Ghul afgeleverd bij het Nederlandse detentiecentrum op Kamp Holland. Binnen 96 uur is hij volgens het protocol overgeplaatst naar een gevangenis van de Afghaanse geheime dienst NDS in Tarin Kowt. Omdat Ghul een grote vis is, wordt hij daarna overgevlogen naar de zwaarbewaakte Pol-e-Charki gevangenis in Kabul.

Nederlandse diplomaten in Afghanistan proberen de zaak-Ghul goed te volgen. Bari Ghul mag dan zijn overgedragen aan de Afghanen, Nederland blijft waken over zijn welzijn. Zo is dat afgesproken met de Tweede Kamer en met de Afghaanse autoriteiten.

Eind augustus of begin september brengen Nederlandse diplomaten een eerste bezoek aan Ghul. Uit de verslagen van de Nederlandse ambassade in Kabul, die het ministerie van Buitenlandse Zaken eerder op verzoek van deze krant heeft vrijgegeven, blijkt dat de Nederlandse ambassade informeert naar de gezondheid, of er voldoende eten en drinken is, of de gedetineerden bezoek hebben gehad van een arts, van hun familie. Er wordt gevraagd naar de behandeling van de gevangenen tijdens hun verhoor door de Afghaanse geheime dienst.

Maar als ambassadepersoneel Ghul in september voor de tweede keer wil bezoeken, blijkt de Talibaanleider spoorloos. De Afghanen willen niet vertellen waar hij is. Later blijkt waarom: Bari Ghul zit op de Amerikaanse legerbasis Bagram, even buiten Kabul.

In Bagram worden honderden Afghanen zonder aanklacht vastgehouden als ‘vijandelijke strijders’. Het detentiecentrum zou sinds 2004 als alternatief dienen voor de Amerikaanse marinebasis Guantánamo Bay in Cuba. De gedetineerden in Bagram hebben geen recht op een advocaat. Ze hebben zelfs minder rechten dan de gevangenen in Guantánamo, melden mensenrechtenorganisaties.

Uit Bagram zijn jarenlang berichten gekomen over mishandeling van gedetineerden. Voorjaar 2009 publiceerde de BBC een eigen onderzoek waarin tientallen Afghanen die gevangen zaten tussen 2002 en 2008 verklaarden te zijn geslagen, blootgesteld aan extreme hitte en kou en bedreigd met de dood.

De overplaatsing van Bari Ghul naar Bagram is tegen alle afspraken in. Voor de missie in Uruzgan begon, heeft Nederland een Memorandum of Understanding getekend met de regering-Karzai. Daarin is een bepaling opgenomen dat de Afghaanse regering geen ‘Nederlandse’ gevangenen mag overdragen aan „derden” (lees: de VS) zonder dat Nederland hiervan van tevoren op de hoogte wordt gesteld. De „anti-Guantánamo clausule”, zoals de bepaling in een Amerikaans telegram wordt genoemd, is een cruciale pijler onder de Nederlandse parlementaire steun onder de missie in Uruzgan.

De Amerikaanse regering kent die gevoeligheden maar al te goed. De schandalen rond de beruchte Iraakse gevangenis Abu Ghraib, die in 2004 bovenkwamen toen foto’s verschenen waarop Amerikaanse militairen gevangenen martelden, hebben er ingehakt bij het Nederlandse publiek. Net als de omstreden verhoortechnieken in gevangenkamp Guantánamo Bay, berichten de Amerikaanse diplomaten aan Washington.

De Nederlandse regering heeft officieel afstand genomen van het Amerikaanse gevangenenbeleid. Maar de Tweede Kamer blijft uiterst kritisch. „Het goede nieuws is dat bijna elk denkbaar kabinet toekomstige samenwerking met de VS zal steunen (...) ondanks controversiële kwesties als het gevangenenbeleid”, schreef de Amerikaanse ambassade voor de verkiezingen van 22 november 2006. „Het slechte nieuws is dat het [Amerikaanse] gevangenenbeleid de stemming onder het Nederlandse publiek heeft verzuurd.”

In die periode verschijnen ook rapporten van internationale mensenrechtenorganisaties over renditions. Terrorismeverdachten zouden worden versleept naar geheime locaties om te worden gemarteld. Nederland, vindt de Kamer, mag daar absoluut niet bij betrokken raken.

De Kamer wil daarom gedetailleerd op de hoogte worden gehouden over de status van gevangen genomen Taibaan. Het uitgebreide monitorsysteem dat Buitenlandse Zaken is het gevolg van deze politieke druk.

Geen wonder dus dat bij Buitenlandse Zaken alle alarmbellen gaan rinkelen, als Bari Ghul in september 2008 plotseling in Amerikaanse handen blijkt te zijn. Eind september heeft minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen (CDA) de zaak al vergeefs aangekaart in bilateraal overleg met de Afghaanse president Karzai, in de marge van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York. Ook gesprekken op het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Pentagon in Washington leverden niets op.

Verhagen, meldt de Haagse post, is „zeer bezorgd” omdat hij een maand later in het parlement verantwoording moet afleggen over gevangenen die zijn overgeleverd aan de Afghaanse autoriteiten, na klachten over mishandelingen. Als Bari Ghul niet snel terug komt „veroorzaakt dat problemen met het parlement”.

„Het Nederlandse falen” om de gevangene in Afghaanse handen te houden, schrijven de Amerikanen, kan zelfs negatieve consequenties kan hebben voor de toekomstige aanwezigheid van Nederlandse troepen in Afghanistan. „De Groot begrijpt dat de VS altijd willen praten met mensen als Bari Ghul.” Maar, zegt De Groot tegen de Amerikaanse vertegenwoordiger in Den Haag: „Jullie hebben Bari Ghul nu bijna drie weken gehad; hij moet terugkeren in de handen van de Afghaanse autoriteiten”.

Volgens goed ingelichte bronnen gebeurt dat. Op 12 oktober 2008 melden Afghaanse autoriteiten dat Bari Ghul terug is in zijn cel in Kabul. De volgende dag brengen Nederlandse diplomaten een bezoek. Ghul zegt dat hij niet is mishandeld, en niet onder mentale druk is gezet. Een jaar later horen de Nederlanders dat Mullah Bari Ghul is vrijgelaten.

Het incident is nooit aan de Kamer gemeld. Nog steeds zwijgt Buitenlandse Zaken over de zaak-Ghul, ook tegenover deze krant.