Gebrek aan groeiplannen nekt Ahold

Ahold staat er goed voor: de omzet groeit wereldwijd en er is veel geld in kas. Maar waar kan het concern nog groei vandaag halen?

Heel erg verrassend zullen ze niet zijn, de winstcijfers over 2010 die Ahold begin maart presenteert. Traditioneel publiceert het supermarktconcern zijn belangrijkste cijfer al in januari: de omzet.

Gisteren meldde Ahold „een sterke omzetontwikkeling in al haar markten”. Alles bij elkaar verkochten de Ahold-winkels in de Verenigde Staten, Nederland en de rest van Europa ruim 29,5 miljard euro aan producten, 5,7 procent meer dan in 2009. En dat terwijl dat jaar in de telling van de retailsector ook nog een extra week bevatte. Op kwartaalbasis bedroeg de omzetgroei van Ahold 2,6 procent, met weer die ene winkelweek minder dan in het laatste kwartaal van 2009.

Knap gedaan, zou je zeggen, maar beleggers reageerde toch wat teleurgesteld. De koers van het aandeel Ahold daalde met 1,3 procent op de Amsterdamse beurs. Dat aandeel staat de laatste weken toch al onder druk: waar de AEX-index sinds begin dit jaar voorzichtig op een klein procent winst staat, heeft Ahold bijna 3 procent aan waarde verloren.

Analisten waren het er gisteren grosso modo over eens dat de omzetontwikkeling van het concern in lijn met de verwachtingen was, of in sommige regio’s zelfs wat daarboven uitstak. Maar operationeel blijkt Ahold hier en daar kwetsbaar. „De omgeving vormt nog altijd een uitdaging”, formuleerde het bedrijf het zelf in een cliché, „waarbij de consument waar voor zijn geld wil en prijsacties een grote rol spelen, met name in de Verenigde Staten.”

De VS, zo zien ook de volgers het, vormen inderdaad een probleem – Ahold haalt daar ruim 60 procent van zijn omzet vandaan. De concurrentiestrijd is er hevig en de volumes groeien nauwelijks. Dat betekent dat een supermarkt alleen meer klanten kan binnen halen door met prijzen te stunten. Dat leidt dan weer tot lagere winstmarges.

Toch is dat volgens analist Ferdinand de Boer van de Belgische zakenbank Petercam niet dé oorzaak van de dalende beurskoers. „De cijfers zijn op zich goed en stevig, maar Ahold kampt met de perceptie van beleggers dat er geen groei in zit.” Beleggers, beaamt De Boers collega Tom Muller van Theodoor Gilissen zijn dezer maanden „weer wat agressiever en duiken vooral in it-fondsen, waar in hun ogen groei van meer dan 10 procent in zit. De levensmiddelenbranche geldt als defensief met matige groeiperspectieven.”

Dat laatste ligt bij Ahold ook aan het management zelf. Het bedrijf heeft ruim 2,5 miljard in kas, stelt analist De Boer. Maar Ahold heeft volgens hem geen concrete plannen voor de besteding van deze overdaad aan contanten.

Met autonome groei, hier en daar een overname en beheersing van de kosten is een rendement van hooguit 6 of 7 procent per jaar mogelijk. Een grote overname in een groeiregio biedt meer perspectief maar is zeldzaam. Muller: „Ahold maakt maar niet duidelijk waar ze groei vandaag denken kunnen te halen.”

Al maanden wordt er gespeculeerd over Aholds mogelijke belangstelling voor het Nederlandse non-foodwarenhuis Hema. Maar de prijs die eigenaar Lion Capital daarvoor schijnt te vragen (1,5 miljard euro) zou in de ogen van Ahold veel te hoog zijn. Terecht, vinden ook analisten.

Voor Ferdinand de Boer heeft Ahold op korte termijn eigenlijk maar één mogelijkheid om beleggers tevreden te stellen: het vele kasgeld uitkeren aan aandeelhouders. Als dat op de plank blijft liggen krijgt Dick Boer, de man die in maart aantreedt als nieuwe bestuursvoorzitter, een probleem. De Boer: „Hij wil niet elk kwartaal moeten uitleggen wat hij dán met al dat geld gaat doen.”