'Facebook en Google hebben elkaar nodig'

Met een grote wijziging in de top begint Google aan een nieuwe fase. Nikesh Arora, nummer vier van het bedrijf, moet Google weer de groeisnelheid van een frisse start-up te geven.

Het is rustig in Silicon Valley. Net na de jaarwisseling lijken de kantoren van het Googleplex in Mountain View uitgestorven. In zijn glazen kantoortje in Californië zit Nikesh Arora bij te komen van de jetlag na zijn reis uit India. Arora is verantwoordelijk voor de advertentie-inkomsten van het grootste internetbedrijf ter wereld en geldt als de nummer vier van Google, na de oprichters Sergey Brin en Larry Page en Eric Schmidt, die gisteren bij de presentatie van de kwartaalcijfers bekend maakte dat hij het stokje overgeeft aan Page.

Het gesprek vindt plaats voor de aankondiging van het vertrek van Schmidt in april. De 42-jarige Arora heeft net de eerste vergadering van het nieuwe jaar achter de rug met Brin en Page: 2011 moet het jaar worden waarin Google een passend antwoord vindt op sociaal netwerk Facebook, dat een paar kilometer verderop kantoor houdt.

De introductie van een concurrent voor Facebook is echter niet eenvoudig: Google Buzz, dat e-maildienst Gmail een sociale dimensie moest geven, kreeg een lauwe ontvangst. En er waren meer tegenvallers. In 2010 werd online samenwerkingsdienst Google Wave gestopt en liepen belangrijke projecten als besturingssysteem Chrome OS en Google TV vertraging op. Als Nikesh Arora het over nieuwe plannen heeft, noemt hij ze bets, letterlijk: gokken. Het lijkt erop alsof Google op veel paarden tegelijk gokt – behalve webdiensten ook robotauto’s en windenergie – en daardoor aan slagkracht verliest in de strijd tegen nieuwkomers als Twitter en Facebook. Die vissen naar dezelfde advertentiedollars. Maar Arora vindt het te vroeg om te spreken van een concurrentiestrijd. „De advertentietaart is groot genoeg om iedereen te laten groeien. Facebook, Twitter en Google: we hebben elkaar allemaal nodig.”

U werkt zes jaar voor Google. Hoe zou u uw samenwerking met Sergey Brin en Larry Page omschrijven?

„Die is prettig, erg informeel. Het leuke is dat je met Sergey en Larry kunt praten over elk onderwerp. Ik kom net bij een meeting met ze vandaan. Ze pakken een paar projecten op die ze meer snelheid willen geven.”

Google kocht veel start-ups die zich met sociale netwerken bezighouden. Komt er snel een nieuw product?

„We werken aan iets, maar er is nog niets aan te kondigen. Zijn er gebieden waar we het graag beter of sneller zouden willen doen? Natuurlijk. Maar Google is slechts elf jaar oud. We doen het goed. We groeiden in omzet van 0 naar bijna 30 miljard dollar.”

Elf jaar is volwassen in internettijd. Ligt de lat nu hoger?

„Bij meer succes horen hogere verwachtingen. De markt verwacht dat onze producten meteen werken. Dat in tegenstelling tot start-ups die nog niemand kent. Maar we hebben vertrouwen in onze projecten. Anderhalf jaar geleden wist niemand wat Android was. We kregen op onze donder omdat we zelf telefoons aan consumenten gingen verkopen. ‘Wat een verspilde energie’, was de kritiek. En nu is het bijna het grootste besturingssysteem op smartphones.”

Android was een slimme aankoop.

„Je kunt ook zeggen dat we het goede idee hadden om op het goede moment een goede start-up te kopen en ze de mogelijkheden te geven om tot een nog betere business uit te groeien. Het is alsof je een wees adopteert. Als dat een belangrijke politicus wordt, kun je zeggen: hé, dat is een slimme adoptie. Maar het gaat om de opvoeding die je geeft.”

Maar Google Wave werd gestopt. En Buzz is nog geen succes.

„Vergeet niet: Gmail is enorm groot, onze webbrowser Chrome heeft al meer dan 100 miljoen gebruikers. Kijk, we willen graag dat onze mensen experimenteren. Bij zo'n cultuur hoort ook dat je het risico op mislukkingen accepteert, anders durven mensen niet te innoveren. We accepteren dus dat mensen fouten kunnen maken bij sommige producten, en dan nemen ze bruikbare onderdelen mee en gebruiken dat opnieuw op een andere manier. Er komt uiteindelijk altijd wel iets goeds uit voort. Geen enkel product is in het prille begin ontworpen op de manier zoals de massa er later mee aan de slag gaat. Facebook begon ooit als een site om meisjes te versieren. Mark Zuckerberg heeft het gemaakt tot wat het nu is.”

Kan Google het groeitempo volhouden? Jullie zijn al zo’n grote speler in advertenties bij zoekresultaten.

„Groeimogelijkheden genoeg: er zijn 1,8 miljard mensen op het web, met nog een paar miljard in aantocht. Consumenten brengen nu al 25 procent van hun tijd door op het web: ze lezen het nieuws online, kijken naar online video en lezen tijdschriften en boeken via de iPad. Maar slechts 10 tot 12 procent van de advertentieomzet is nu online. Het duurt even voordat het system is omgeschakeld – zoals het ook tien jaar duurde voordat adverteerders overstapten van radio naar tv. Bovendien heeft een online advertentie niet dezelfde waarde als in de oude media en moet het aanbod opnieuw gedefinieerd worden. Het is geen kwestie van of, maar van wanneer. Ik ga er vanuit dat over vijf jaar 30 tot 40 procent van de advertentiemarkt naar digitale platforms gaat.”

Concurrenten als Facebook en Twitter vechten allemaal dezelfde advertentiebudgetten.

„De advertentietaart wordt steeds groter en het speelveld biedt ruimte voor al die partijen. We hebben een hoop verschillende successen zoals Facebook, Google, Zynga of Twitter nodig om mensen naar het web te lokken. Het is nu niet het moment om te vechten over wie welk gedeelte van de taart krijgt. Het is belangrijk om je positie te behouden en mee te groeien met de markt. De tijd om over marktaandelen te discussiëren komt op het moment dat het internet niet meer zo snel groeit.”

Azië biedt veel kansen.

„Elke markt met een lage internetpenetratie heeft mogelijkheden. Maar er zijn ook nog regio’s met gebrek aan technologie waar we geen geld kunnen verdienen; in delen van Afrika en Azië is het belangrijk om niet alleen op de economische mogelijkheid te letten. Soms zijn we alleen in een land om bewustwording te creëren of te helpen met de infrastructuur.”

Hoe rijmt u dat met het vertrek van Google uit China?

„We zijn vijf jaar in China geweest om te zien of onze aanwezigheid daar invloed had op de markt en meer openheid zou brengen in informatie. Maar we kwamen erachter dat dat niet het geval was. Mensen in de regering waren erg geïnteresseerd in wat we deden (Arora doelt op de Chinese hackaanval op Google begin vorig jaar, red.) dus stopten we.

„Betekent dat het over is? Nee, want mensen veranderen. En zelfs landen veranderen.”