Eigenlijk zit alles steeds mee

Twee politiek redacteuren betoogden in oktober dat Nederland een stabiel/instabiel kabinet zou krijgen. Honderd dagen later denken ze nog steeds het gelijk aan hun kant te hebben.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Stabiel. In de eerste honderd dagen zijn Rutte en zijn ministers nauwelijks in problemen geweest. De studentendemonstratie van vandaag kan niet verhullen dat het ingecalculeerde maatschappelijke verzet reuze meevalt. Het kabinet toonde daadkracht met een reeks snelle maatregelen. En de altijd opgewekte premier Mark Rutte lachte de meningsverschillen met Geert Wilders weg. „Wen er maar aan.”

Goed, er zijn gevaren. Strubbelingen binnen de partijen bijvoorbeeld. Die waren er even bij de PVV. In november volgden de onthullingen elkaar snel op. PVV-leider Wilders was zichtbaar aangeslagen over het vele nieuws over de brievenbuspissende, ontuchtplegende en kopstootgevende seksbaronnen in zijn fractie. Eén Kamerlid ging weg, een ander bracht een bloemetje naar een ex-buurvrouw. Zo waaiden de affaires betrekkelijk snel over, geholpen door Wilders’ vaste tactiek om naar „de hyperige media” te wijzen. De samenwerkingspartners VVD en CDA wensten van de PVV-onthullingen geen politiek te maken, en dus is alles voorlopig vergeten.

De schade voor de PVV lijkt inmiddels mee te vallen, in de opiniepeilingen is de groei alweer ingezet. De fractie ontpopte zich als model-gedoger. Dat het kabinet helemaal geen drieduizend extra agenten aanstelt? Hero Brinkman: „Als dit kabinet er niet was geweest en er waarschijnlijk een PvdA-minister had gezeten, waren drieduizend man de laan uitgestuurd.” Klaar.

Dan het CDA, de andere risicofactor. De heftige machtsstrijd in de zomer mondde uit in hét congres van 2 oktober. Interim-partijleider Maxime Verhagen kreeg een meerderheid achter zich, waarmee, in de woorden van Piet Hein Donner, een grondwet gewijzigd kan worden: 68 procent. Sinds de bordesscène is de kritiek verstomd. Ad Koppejan en Kathleen Ferrier doen gewoon mee in de fractie. Meest gevoelig voor hen was het strengere asiel- en immigratiebeleid, maar de kans dat zij de marges moeten aangeven is niet zo groot. Dat doen de internationale verdragen en Europa wel. CDA-minister Leers kon zich hier al een enkele keer achter verschuilen. Wilders noemde hem „uitermate zwak” maar het CDA en Leers maakten hier geen probleem van.

Ook buiten de fractie bleef het bij het CDA stil. Het besef is groot dat op korte termijn breken geen optie is. Beter is om de natuurlijke bondgenoot VVD vast te houden en de PVV te gedogen. Ook als de Statenverkiezingen op 2 maart slecht aflopen is dat de meest waarschijnlijke lijn. Oppositievoeren vanuit het midden is geen aantrekkelijk alternatief.

Van cruciaal belang is natuurlijk dat de coalitie na 2 maart in de Eerste Kamer een meerderheid haalt. Peilingen zijn gunstig. De oppositie maakt een weinig stralende indruk. Ook zal de komende week blijken of het kabinet een belangrijk besluit zonder PVV-steun door het parlement krijgt. Als dat met de missie naar Afghanistan niet lukt, is dat een domper voor Rutte, maar ook voor anderen die hun nek uitstaken (GroenLinks en D66).

Na 2 maart begint het echte regeren. Dan moeten de miljardenbezuinigingen vorm krijgen. De economische groei helpt al mee, en ook de standvastigheid om links buiten de deur houden.