Een Tate Modern aan de Yamuna

In Delhi en Mumbai schieten galeries als paddestoelen uit de grond. De Art Fair India wordt druk bezocht. India’s uitdijende middenklasse raakt steeds meer geïnteresseerd in kunst. Voor het eerst lonkt de Biënnale van Venetië

Visitors look at a car-like sculpture made out of material moulded in the shape of bones during a three-day India Art Summit in 2008 in New Delhi on August 23, 2008. The Art Summit is India's first industry platform for art and will showcase some of the best and most comprehensive collection of modern and contemporary art. AFP PHOTO/RAVEENDRAN AFP

Neha Kirpal (30) weet van aanpakken. Na haar studie marketing aan de University of the Arts in Londen keerde ze vier jaar geleden terug naar Delhi. Nu is ze directeur van de grootste kunstbeurs in Zuid-Azië. Gisteren opende de derde editie van de door haar opgerichte India Art Summit.

In 2008, toen het evenement voor het eerst werd gehouden, kwamen er nog geen 10.000 bezoekers op af. Een jaar later, in augustus 2009, waren dat er 40.000. Nu wordt gerekend op 60.000 à 70.000 belangstellenden, uitgesmeerd over vier dagen. 84 galerieën doen mee. Daarvan zijn 34 buitenlandse, een verdubbeling ten opzichte van de vorige keer.

Het succes van de India Art Summit markeert India’s opkomst in de internationale kunstwereld. Gedreven door speculatieve vraag uit het Westen bloeide de Chinese kunstmarkt tien jaar geleden plotseling op. India werd op grote achterstand gezet. Na een valse start in 2008 en 2009, toen de prijzen inklapten door de economische terugval, maakt het zich nu op voor een inhaalrace. India’s uitdijende middenklasse raakt steeds meer geïnteresseerd in kunst. Belangrijker nog, het kan zich veroorloven kunst te kopen.

„In Engeland had ik een goede baan kunnen krijgen, maar daar had ik niets nieuws kunnen toevoegen”, zegt Kirpal. „Hier kan ik iets van de grond af aan opbouwen. India’s culturele geschiedenis bestrijkt meer dan vijfduizend jaar, maar de contouren van een kunstmarkt beginnen zich nu pas te ontwikkelen. India staat aan het begin van een nieuwe evolutie, economisch maar ook cultureel.”

Niet alleen door de Art Summit staat kunst dezer dagen in de schijnwerpers. In kunstkringen is grote opwinding ontstaan door de suggestie van de regering van Delhi om een afgedankte kolencentrale aan de oever van de Yamuna om te vormen tot een museum voor moderne kunst, naar voorbeeld van Tate Modern in Londen. De plannen zijn nog niet helemaal rond, zegt een woordvoerder, maar het enthousiasme is er niet minder om. „Het zou fantastisch zijn”, meent Parul Vadehra (30), directeur van Vadehra Art Gallery, een van de oudste en meest gerenommeerde galerieën in Delhi.

En dan is er de eigenzinnige Anish Kapoor, verreweg de beroemdste kunstenaar uit de Indiase diaspora. Kapoor, die al sinds zijn 23ste in Londen woont en werkt, is even terug in zijn geboorteland. In de National Gallery of Modern Art in New Delhi loopt nog tot en met eind februari een overzichtstentoonstelling van zijn werk. Een tweede tentoonstelling in de grote filmstudio’s van Mehbood in Mumbai, zijn geboortestad, werd afgelopen weekeinde afgesloten.

De media schreven afgelopen najaar enthousiast over ‘de thuiskomst’ van Kapoor toen de exposities werden aangekondigd. Kapoors monumentale sculpturen en installaties zijn over de hele wereld neergezet, hij kreeg eervolle exposities in onder andere de Royal Academy en Tate Modern in Londen, maar zijn werk was nog nooit te zien in zijn moederland.

Kapoor, die ook zal spreken op de Art Summit, is een zelfbewust man. Als blikvanger voor de Olympische Spelen van 2012 in Londen heeft hij de Orbit ontworpen, een 120 meter hoge, rode kronkeltoren van gevlochten staal. Belangrijkste financier is een andere Indiase uitblinker in de diaspora, staalbaron Lakshmi Mittal. „Ik ben altijd overtuigd geweest van het denkbeeld dat je nieuwe ruimte moet creëren om nieuwe kunst te maken”, zegt Kapoor in een videopresentatie in de National Gallery.

Als je de grote tentoonstellingsruimte daar binnen stapt, zie je jezelf eerst terug in ‘Vertigo’, een bijna vijf meter lange, gebogen spiegelwand van roestvrij staal, uitgeleend door museum De Pont in Tilburg. Als je een paar stappen terug doet, zie je jezelf plotseling op de kop weglopen van ‘Vertigo’.

Professor Rajeev Lochan, directeur van de National Gallery, is het diepst geraakt door de rode en gele pigmentvormen die verderop lijken vastgeplakt op de laminaatvloer. Die poederwerken dateren uit de beginperiode van Kapoor, ze roepen vanzelfsprekend associaties op met een Indiase specerijenmarkt.

Lochan zag ze voor het eerst in 1987 in Tokio, toen ook hij daar exposeerde. „Ik was verbluft te zien hoe iemand erin was geslaagd de ziel van India zo treffend tot uitdrukking te brengen in hedendaagse vorm. U kunt zich voorstellen hoe verheugd ik ben dat mijn droom is verwezenlijkt dit aan het Indiase publiek te laten zien.”

Lochan zegt dat „op goede dagen” 900 tot 1.000 bezoekers naar ‘Kapoor’ komen. Hij wil niet spreken van een ‘renaissance’ van de Indiase kunst. Die term impliceert immers dat de Indiase kunst ooit niets of weinig heeft voorgesteld. En dat is niet het geval. „De vitaliteit en veelzijdigheid van dit land heeft altijd krachtige kunst voortgebracht. Maar we zijn nooit in staat geweest dat internationaal goed voor het voetlicht te brengen”, zegt hij. Daarom is het veelbetekenend dat India in juni voor het eerst in de geschiedenis zal deelnemen aan de Biënnale in Venetië.

Dat de Indiase kunst nu wel furore begint te maken, weet ook de Amsterdamse galeriehouder Willem Baars, gasthoogleraar aan de Vrije Universiteit. Als enige vertegenwoordiger uit Nederland is hij naar de Art Summit gekomen met onder andere tien Picasso’s en een zwarte pigmentsculptuur van Anish Kapoor uit de jaren tachtig. „Ik ben benieuwd hoe men zal reageren.”

Baars heeft de afgelopen jaren werk van jonge kunstenaars uit Mumbai naar Nederland gehaald, onder wie Jitish Kallat. Hij kan zich de tijd nog herinneren dat hij in Engeland voor 600 Britse pond een schilderij van de Indiase F.N. Souza op de kop tikte en dat in India verkocht. Van de winst kon hij een maandlang rondreizen in dat land. Dat was in de jaren negentig. Tegenwoordig brengt zo’n schilderij al gauw 200.000 dollar op.

Ook dat illustreert India’s opkomst. Maar net als anderen onderstreept Baars dat de Indiase kunstmarkt nog maar aan het begin van een rijpingsproces staat. Door de recente crisis trokken veel speculanten zich haastig terug. Maar nog steeds maken echte verzamelaars maar een klein deel uit van de kopersmarkt. De kennis over kunst in het algemeen is nog beperkt. En de belangstelling is overwegend gericht op kunst uit eigen land. „Pas als serieuze collectioneurs in de meerderheid zijn, kun je spreken van een volwassen, stabiele markt. Op dat moment zal men ook kunst uit het Westen kopen, hoop ik. Ik denk dat je dan al gauw vijf, tien, vijftien jaar verder bent”, zegt Baars. „Maar het gaat gebeuren.”

Op zondagochtend, als de saaie grijze hemel wordt weerspiegeld in Kapoors ‘Sky Mirror’ op het grasveld voor de National Gallery, leidt een schoolonderwijzer in het museum zijn kinderen rond langs objecten en maquettes van Kapoor. „Kijk en geniet ervan als je het mooi vindt. Meer hoef je niet te doen”, zegt hij tegen een meisje.

Openbare musea als de National Gallery spelen een belangrijke rol in de ‘opvoeding’ van het publiek. Maar India, met bijna 1,2 miljard inwoners, telt slechts een handjevol van dergelijke musea voor moderne en contemporaine kunst. Net als in andere sectoren, zoals onderwijs en gezondheidszorg, vult het particulier initiatief het vacuüm. De India Art Summit is het meest in het oog springende voorbeeld. In grote steden als Delhi en Mumbai hebben zich de afgelopen jaren zo’n vierhonderd galeries gevestigd. Ook aan die groei is de opkomst van de Indiase kunstmarkt af te meten. Maar hun aantal valt nog steeds in het niet bij de ongeveer 9.000 galerieën die Londen alleen al telt.

Jaarlijks komen er in India zo’n 4.500 studenten van de verschillende kunstacademies. Alleen al om hen te ondersteunen bij de verkoop van hun werk, moeten er ten minste duizend nieuwe galerieën bijkomen, zegt directeur Vadehra van Vadehra Art Gallery.

Volgens haar is samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven, zoals bij financiering van de Kapoor-tentoonstellingen, de aangewezen weg voor versterking van de Indiase kunstwereld. Ze verwijst naar de Amerikaanse voorbeelden van het Whitney Museum of American Art, Guggenheim en het Museum of Modern Art – „opgericht door particuliere spelers met forse ondersteuning door de staat”. Een Indiase Tate Modern aan de Yamuna, ondergebracht in oude fabrieksloodsen, zou precies in dat model passen, zegt ze.

Een uur rijden buiten Delhi, in Noida aan de overkant van de rivier waar in de verte crèmekleurige appartementcomplexen oprijzen in een desolaat landschap, is het terrein van HCL, een van India’s toonaangevende IT-ondernemingen. In een van de witte gebouwen is het particuliere Kiran Nadar Museum of Art gevestigd, beheerd door de echtgenote van HCL-oprichter Shiv Nadar. De toegang is gratis. Op de vorige Art Summit kocht het museum een blauw weerspiegelende honingraatschotel van ongeveer twee meter doorsnede, ‘Ongetiteld’ en gemaakt door Anish Kapoor.

In de strakke, gekoelde expositiezaal, waar geen stofje te bekennen is, hangen schilderijen van Souza, Husain, Swaminathan, A. Ramachandran, Arpita Singh en andere vooraanstaande Indiase kunstenaars. Maar sommige plekken zijn leeg. Ook van Kapoors werk is geen spoor te bekennen. Een bewaker zegt dat de collectie verhuist naar een onderkomen bij het gloednieuwe winkelcomplex South Court Saket in Zuid-Delhi, dichter bij de mensen.

Aan de achterkant van glanzende winkelpassages, restaurants en bioscopen zijn schilders en tegelzetters in de weer met de inrichting van nog meer winkels en kantoren. Ook in de nieuwe museumruimte is men nog volop bezig. ‘Kapoor’ hangt al aan de muur, maar het bobbeltjesplastic zit er nog omheen. Als dat er straks is afgehaald, en ook de andere kunstwerken op hun plaats hangen of staan, is de nieuwe Indiase symbiose tussen economische welvaart en moderne kunst daar gerealiseerd.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Een Tate Modern aan de Yamuna (21 januari, CS) wordt galeriehouder Willem Baars aangeduid als gasthoogleraar. Hij is gastdocent. De foto van een werk van Anish Kapoor is niet gemaakt in de National Gallery, zoals het onderschrift meldt, maar in het particuliere Kiran Nadar Museum in Saket/Delhi.