Een oververhitte Chinese economie zorgt voor inflatiedruk

De Chinese president Hu Jintao zegt dat de hoge inflatie in zijn land geen opwaardering van de Chinese munt, de yuan, zal afdwingen. Maar misschien zou het beter zijn als dat wel zou gebeuren. De consumentenprijzen zijn in december op jaarbasis met 4,6 procent gestegen en de economie groeit met 13 procent per jaar – méér dan de trendmatige groei. Een oververhitte Chinese economie zorgt voor inflatiedruk en de onderwaardering van de yuan verergert het probleem.

De inflatie was maandenlang een bedreiging, maar is inmiddels een realiteit. De inflatieverwachtingen van de huishoudens hebben het hoogste niveau in tien jaar bereikt, zo blijkt uit een onderzoek van de centrale bank. De producentenprijzen zijn in december met 5,9 procent gestegen ten opzichte van een jaar geleden. Dat duidt erop dat de consumentenprijzen voor andere producten dan voedsel nog verder omhoog zullen gaan. Kleding wordt bijvoorbeeld duurder omdat de katoenprijs in 2010 met 86 procent is gestegen, aldus een onderzoek van de Deutsche Bank.

Een hyperactieve economie, zoals die naar voren komt in de meest recente cijfers over 2010, leidt tot het risico van een loon-prijs-spiraal. De maandelijkse omzetstijging in de detailhandel is het grootste deel van 2010 ruim 20 procent op jaarbasis geweest. Het herstel van de export heeft de groei nog verder gestimuleerd, waarbij de uitvoer 8 procentpunt heeft bijgedragen aan de groei van het bruto binnenlands product, terwijl de bijdrage aan de bbp-groei van 2009 nog negatief was. En geen wonder: ondanks de snelgroeiende economie is de waarde van de yuan in 2010 gelijk gebleven ten opzichte van een mandje met buitenlandse valuta’s, aldus JPMorgan.

Een toename van de geldhoeveelheid zal de druk nog verder verhogen. Chinese banken voeren doorgaans hun kredietverlening aan het begin van het jaar op. De kredietgroei is meestal het laagst in december en op zijn hoogst in januari. Een goedkope yuan zal kapitaal naar China ‘lokken’. De reserves aan buitenlandse valuta’s zijn in 2010 met 460 miljard dollar (341 miljard euro) gestegen, wat betekent dat voor eenzelfde bedrag in de economie is terecht gekomen.

China bestrijdt de inflatie volgens president Hu met een uitgebreid instrumentarium, maar het is lastig de wisselkoers van de yuan buiten beschouwing te laten. Een groot deel van de overtollige liquiditeit is veroorzaakt door buitenlands kapitaal dat door Chinese producenten werd verdiend, gesteund door de lage wisselkoers, of dat werd aangetrokken door de verwachtingen over een koersverhoging van de yuan.

De ‘inflatietolerantie’ van Beijing wordt zwaar op de proef gesteld. De officiële doelsteling was 3 procent voor 2010, hoewel de Staatsraad bereid lijkt 4 procent te accepteren en de stijging van de consumentenprijzen nu bijna op 5 procent ligt. Hu kan het probleem van de wisselkoers van de yuan niet veel langer uit de weg gaan.

Wei Gu

Vertaling: Menno Grootveld