Een Openbaring voor de bankensector

Een nieuwe ronde van stresstests voor de banken, dat wordt zo te zien de eerste grote klus voor de Europese Bankautoriteit (EBA), een van de drie toezichthouders op Europees niveau die in de nasleep van de kredietcrisis zijn opgericht.

Zo’n nieuwe test is geen luxe. Een soortgelijke proef om de weerstand van de 91 belangrijkste Europese banken te toetsen in een zwaarweer-scenario was vorig jaar een farce. Allied Irish Bank en de Bank of Ireland doorstonden de test. Nog geen half jaar later bloedde de Ierse overheid leeg omdat zij zoveel geld nodig had om de banken te steunen, dat zij door de rest van de eurozone moest worden gered.

Het economische scenario dat destijds onder de proef lag, werd door De Nederlandsche Bank voor onze banken als volgt samengevat: een nieuwe recessie, met een economische krimp van 1 procent in de eerstvolgende twee jaar, een werkloosheid die stijgt tot 7 procent, een stijging van de kortetermijnrente van 3,3 naar 4,9 procent, en een prijsdaling van 20 procent voor de huizenmarkt, commercieel vastgoed en de aandelenmarkten.

Dat is inderdaad een scenario van flinke tegenslag, maar het zijn nu niet direct de ‘Vier Ruiters van de Apocalyps’. Banken zouden overeind moeten blijven onder veel ergere omstandigheden. Bovendien leed de test aan een viertal euvels. Allereerst werden de banken alleen getest op de gevolgen van stress voor hun solvabiliteitspositie: de vraag of zijn voldoende vermogen overhielden om aan hun verplichtingen te voldoen. Maar het zei niets over hun liquiditeitspositie: de vraag of zij in staat zijn voldoende geld aan te trekken of vrij te maken om aan hun onmiddellijke verplichtingen te voldoen. Daarop gingen de twee Ierse banken als eerste nat. Veel Spaanse spaarbanken, de Cajas, zakten zelfs bij deze test al door het ijs, en dat is een teken hoe slecht ze er nog steeds aan toe zijn. Wat wil je, met een bonte verzameling van regionale bonzen die de banken bestuurden, waaronder zelfs priesters – die er hopelijk niet zaten voor het microkrediet.

Maar er is meer. Banken bezitten grote hoeveelheden staatsobligaties waarvan de waarde, gezien de Griekse en Ierse belevenissen van vorig jaar, nogal is gedaald. Griekse staatsobligaties zijn op dit moment nog maar 71 procent van hun uitgiftekoers waard, Ierse 75 procent en Portugese 86 procent. Maar in de eerste test werden alleen obligaties meegeteld die deel uit maken van het zogenoemde handelsboek, waar ze ingezet worden voor transacties op de financiële markten. De veel grotere post van staatsschuldbezit in het zogeheten bankenboek werd niet meegeteld. Dat zal wel moeten.

En dan is er nog het allerneteligste probleem. Wil een scenario écht geloofwaardig zijn, dan houdt het er rekening mee dat een euroland, zeg Griekenland, niet meer aan zijn schuldverplichtingen wil of kan voldoen en zijn schulden niet of slechts gedeeltelijk afbetaalt.

Dat lijkt een redelijk onderdeel van een doemscenario. Maar als de Europese Bankautoriteit deze mogelijkheid meeneemt, dan erkennen zij impliciet dus ook dat hij bestaat. De oplossing? Een snelle politieke overeenkomst voordat de stresstests beginnen. Het sterke gerucht doet de ronde dat Griekenland straks zijn eigen staatsschuld tegen de huidige lage koers mag terugkopen, met geld dat wordt geleend van de sterke eurolanden. Da’s ook een manier om de banken overeind te houden. Maar wel een dure.

Maarten Schinkel