Een enkeling uit het naamloze leger der willige daders

Martin Davidson: The Perfect Nazi. Penguin Viking, 316 blz. € 24,30

Wanneer Bruno Langbehn in 1992 zijn einde afwacht in een Berlijns ziekenhuis omvat zijn leven vijf tijdperken in de Duitse geschiedenis. De Keizertijd waarin zijn wieg stond, de Weimarrepubliek waarin hij partij koos en vocht, het Derde Rijk waarin hij carrière maakte, de Bondsrepubliek waarin ook hij van het Wirtschaftswunder profiteerde en tot slot nog de Hereniging, als korte slotakte van een veelbewogen leven. Je kunt ook zeggen: een onverdraagzaam leven, want als een aangename man komt Langbehn geen moment naar voren in The Perfect Nazi. Wie was hij en waarom is er een boek over hem geschreven?

Bruno Langbehn (1906) was de grootvader van de Britse BBC-journalist Martin Davidson. Soms een joviale man, maar vooral een huistiran met een duister verleden. Opa’s oorlogsverleden was ‘the elephant in the room’ bij Martin Davidson thuis. Zijn moeder Frauke ontweek of verbood iedere speculatie over het onderwerp. Opa was tandarts geweest en had alleen als dienstplichtig soldaat bij de Wehrmacht gediend, en dat was dat. Pas als hij overleden is, geeft ze in een indringend telefoongesprek toe. ‘Ja, hij zat bij de SS’. Zijn oren suizen, maar eigenlijk wist hij het al. Bruno had hem ooit in een vreemd onderonsje uitgedaagd om door te vragen, maar hij had de handschoen niet opgepakt. Jaren later, Davidson had inmiddels documentaires over het Derde Rijk gemaakt, besluit hij die lacune op te vullen. In The Perfect Nazi probeert hij zijn opa’s leven bloot te leggen. Volgens Davidson is het boek van meer dan alleen persoonlijk belang. ‘We weten heel veel van de leiders en van de Duitse bevolking’, schrijft hij, terwijl aan individuele gewone nazi’s, ‘de willige daders’, vaak weinig aandacht wordt besteed. Uit dat naamloze leger straatvechters wil hij er één een gezicht geven.

Door de opgebouwde spanning in het mooi geschreven begin neemt Davidson je mee in een soort omgekeerde whodunnit. De dader is bekend, alleen zijn misdaden nog niet. Dat Langbehn tandarts en SS’er was, is een onheilspellende combinatie die Davidsons angst dat zijn opa iets met de kampen te maken had invoelbaar maakt. Omdat The Perfect Nazi in de kern de ontrafeling van een geheime geschiedenis is, zou het verklappen ervan de angel uit het verhaal halen.

Hoewel Davidson er in grote lijnen in slaagt het verhaal van Bruno Langbehn op te tekenen, wordt hij gehinderd door het feit dat hij weinig bronnenmateriaal heeft. Veel meer dan een door Bruno zelf geschreven aanbevelingsbrief aan de SS en de verhalen van zijn moeder Frauke en van Langbehns tweede vrouw Gisela heeft hij niet. Die laatste getuigenissen leveren genoeg stof op over Langbehns naoorlogse leven, maar relatief weinig over de tijd tot 1945.

Dat leidt ertoe dat Davidson in feite een geschiedenis van het Derde Rijk schreef, waarin Bruno Langbehn fungeert als het zoeklicht dat langs verschillende facetten van het Derde Rijk strijkt. Iedere organisatie waarvan Langbehn lid was, beschrijft Davidson met gevoel voor spanning en is goed gedocumenteerd. Langbehns levensloop wordt uit de bekende historische feiten herleid. Dat leidt tot aannames van de soort ‘het kan bijna niet anders of Bruno heeft hieraan meegedaan’, maar ook tot erg weinig zekerheden. Daarmee is The Perfect Nazi eerder een lezenswaardige maar grillige geschiedenis van het Derde Rijk dan een geslaagde reconstructie van het leven van een gewone nazi.