Een diagnose stellen is vaak complex

Impulsieve, onbeteugelde agressie laat zich lastig behandelen. Mensen kunnen van alles mankeren en oorzaken zijn moeilijk vast te stellen.

Wat gebeurt er eigenlijk in het hoofd van mensen die plotseling agressief worden en die agressie niet kunnen beheersen – wat gebeurt er op dat moment? Daar is minder over bekend dan we zouden willen.

Volgens psychiater Rob Brouwers, die in 2007 in Tilburg promoveerde op onderzoek naar impulsief geweld, zijn er grofweg twee dingen mis. „Deze mensen hebben een verhoogde aandrang, zeg maar een kort lontje. En je ziet ook wel dat mensen weten dat ze te snel reageren, maar dat ze het toch niet kunnen helpen.” Het eerste is een storing in een wat primitiever deel van de hersenen; het beheersprobleem zit in de frontale cortex. „Als die controle wegvalt, reageert iemand heel primitief.” Brouwers vergelijkt de twee processen met te veel gas geven én te weinig sturen.

Brouwers werkt inmiddels bij Trajectum, Hoeve Bosschoord te Bosschoord, waar hij mensen met agressiestoornissen behandelt. Mensen die „zeker te vergelijken zijn” met Brandon, zegt hij. Tbs’ers ook. „Het is vaak maar toevallig of iemand een keer aangifte doet”, zegt hij laconiek. „Het kan ook jaren goed gaan.”

De verstoorde hersenprocessen van zulke mensen worden vaak bijgestuurd met medicijnen, zegt Brouwers. „Als je antipsychotica geeft – niet omdat ze psychotisch zijn, maar een lagere dosis – wordt de informatieverwerking vertraagd. Dat geeft deze mensen net iets meer tijd en dat kan leiden tot een betere inschatting van de situatie. En een antidepressivum kan mensen helpen de wereld als minder dreigend te ervaren. Als je gezonde vrijwilligers een antidepressivum geeft, zie je ook dat hun hersenen minder sterk reageren op plaatjes die een dreiging uitbeelden – zelfs zonder dat ze dat zichzelf bewust zijn.”

En directe hersenstimulatie? „Dat heeft inderdaad goede resultaten opgeleverd bij mensen met een depressie, maar voor zover ik weet is het niet toegepast bij impulsieve agressie.”

Wat mensen die plotseling agressief kunnen worden precies mankeert, varieert enorm. Een precieze diagnose stellen is „ook vaak een complex verhaal”, aldus Brouwers. „Het begint vaak met een verstandelijke beperking en daar komt dan allerlei psychopathologie bij. Sommige mensen zijn erg somber, anderen psychotisch of autistisch, soms komt er verslavingsproblematiek bij. Het is vaak een puzzel om dat goed in kaart te brengen. De observatie hier duurt sowieso minstens drie maanden. En komt het soms toch nog voor dat hij in eerste instantie op de verkeerde afdeling terechtkomt – dat je eerst denkt dat vooral agressie het probleem is, en dan blijkt het toch meer autisme te zijn. Kijk, dit is een verbaal zwakke groep; deze mensen gaan niet even gezellig vertellen wat ze voelen. Daar moet je toch wat meer tijd voor uittrekken.”

En dat deze mensen zich over het algemeen moeilijk kunnen uitdrukken, kan hen ook weer agressief maken, uit frustratie. Dat was een van de bevindingen uit Brouwers promotieonderzoek: naast het hebben van een wapen en het onder invloed zijn, was lage taalvaardigheid de belangrijkste voorspeller van agressief gedrag. Taalvaardigheid aanleren kan dus helpen, zegt hij. „Agressie moet ook geremd worden in een socialisatieproces. Als je je goed kunt uitdrukken, heb je meer mogelijkheden.”

Wat zijn de oorzaken van agressie bij psychiatrische stoornissen? Brouwers zucht: „Het is ongetwijfeld deels genetisch, maar over zo veel genen verspreid dat je niet kunt zeggen: het is dat gen. Het heeft ook met iemands opgroeimogelijkheden te maken: als je je heel sterk bedreigd voelt, stoppen bepaalde hersenontwikkelprocessen eerder en moet je het je hele leven met minder doen. En later heeft de persoon zelf ook invloed: is iemand gevoelig voor alcohol en drinkt hij veel, beschadigt hij zichzelf en krijgt hij daardoor steeds kleine hersenschuddingen? Dat kan het erger maken.”