Een aanval op de eenvormigheid

Zondagsschilder of gevestigd kunstenaar – iedereen mag inschrijven op ‘Anoniem gekozen’. Maar alleen het beste werk wordt getoond. „Het wordt geen Idols.”

Of er een leeftijdsgrens is, wil een dame van middelbare leeftijd weten. Nee, ze vraagt het niet voor zichzelf. Ze wil de kleuters aan wie ze kunstles geeft laten deelnemen. „Dat zou toch te gek zijn, werk van kleuters in het Gemeentemuseum.”

Kleuterkunst – het is niet direct wat directeur Benno Tempel van het Gemeentemuseum Den Haag voor ogen had toen hij besloot zijn museum open te stellen voor een expositie die tot stand komt via open inschrijving: iedereen mag inzenden, een jury beslist welke 250 werken worden geëxposeerd op een zomertentoonstelling, in navolging van de eeuwenoude Summer Exhibition van de Royal Academy of Arts in Londen. Online zullen nog eens 600 werken getoond worden.

In het Gemeentemuseum werd gisteren de zomertentoonstelling gelanceerd. Belangstellenden konden vragen stellen, zoals: „Mag je ook een traditioneel landschap schilderen?” Antwoord: ja. „Krijg je ook feedback?” In de voorrondes niet.

Tempel is niet bang dat het niveau van het werk niet goed genoeg zal zijn. Integendeel. Het streven is juist kunst te ontdekken die museabel is, maar die nu niet in musea komt. Tempel: „De inschrijving begon in december en we hebben nu al 800 deelnemers voor 1.600 werken. Als we zo doorgaan, komen we uit op 2.000 deelnemers, dus 4.000 werken. Daar zitten zeker 250 goede werken bij.”

Nederland heeft de grootste museumdichtheid ter wereld. Toch is de kans voor een kunstenaar klein om dit ultieme podium te bereiken. „Er is sprake van eenvormigheid”, zegt Tempel. „Veel musea hebben dezelfde kunstenaars. Uit angst, om te missen wat hot is. Er is duidelijk behoefte aan meer zichtbaarheid van kunstenaars die nu bijvoorbeeld alleen in galeries te zien zijn.”

De titel van de expositie is ‘Anoniem gekozen’, want de werken worden geanonimiseerd voorgelegd aan de jury. „De status en de achtergrond van de kunstenaar worden weggeveegd. Ieder werk wordt bekeken op zijn eigen zeggingskracht”, zegt Carlien Oudes van de projectgroep zomerexpo 2011. „De route naar een museum is ingewikkeld en ondoorzichtig. Wie bepaalt wat kunst is? Daarom organiseren we dit.”

Doel is een kwalitatief goede tentoonstelling met gevestigde en niet gevestigde kunstenaars. Het wordt geen Idols, waarschuwt Oudes. „We willen mensen niet een worst voorhouden: nu word je ontdekt. Wel willen we een breder zicht hebben wat museabele kunst is.”

Voor de expositie zijn drie thema’s gekozen: portret, landschap en stilleven. Onder dat laatste vallen ook installaties – „een modern stilleven” in de woorden van Oudes. Het mag abstract zijn, figuratief of conceptueel. De werken zijn aan maximum afmetingen gebonden.

Om mee te doen, moet je je vóór half maart inschrijven op de website. Vervolgens moet je met je kunstwerk(en) naar een van de voorronden, in maart en april verspreid over het land: in Museum Belvédère in Heerenveen, de Westergasfabriek in Amsterdam en het Stedelijk Museum in Den Bosch.

Een jury maakt een eerste snelle selectie van hooguit 200 werken, die alle gefotografeerd worden. Op basis van de foto’s worden 60 werken per locatie geselecteerd die in het museum mogen. De namen van de juryleden worden nog niet bekendgemaakt, omdat ze dan overspoeld zouden worden met kunstwerken. „De organisatie krijgt al veel werk opgestuurd”, zegt Oudes. „Dat is niet de bedoeling.”

Nu al zitten bij de inschrijving bekende namen, zoals fotograaf Jan Banning („ik wil dat mijn werk een rol speelt in het publieke debat”) en beeldend kunstenaar David Bade („misschien val ik wel door de mand”). Bade, die woest werk maakt – schilderijen en installaties – grapt dat hij nu „misschien een landschap-aquarel” instuurt.

In het gebouw van de Royal Academy zijn de muren tijdens de zomerexpositie van onder tot boven behangen met kunst. Ook het Gemeentemuseum zal schilderijen boven elkaar moeten hangen, zegt Tempel. „Maar zeker niet zo gek als bij de Franse Salon uit de negentiende eeuw. Ik denk dat het afgewisseld wordt, soms een rij en soms een aantal groeperen. Maar dat hangt af van de inzendingen.” Voor de expositie worden de zalen op de eerste verdieping van het museum gebruikt, waar de mogelijkheid is om video te tonen in kleinere donkere zalen, afgewisseld met grote ruimtes.

Het project heeft steun van het Fonds voor Cultuurparticipatie, dat in 2009 werd opgericht om te stimuleren dat zoveel mogelijk mensen actief aan cultuur doen. Voor drie jaar stelt het fonds 600.000 euro beschikbaar. De Mondriaanstichting, die bijzondere projecten op het gebied van beeldende kunst, vormgeving en musea steunt, geeft het eerste jaar 50.000 euro. De rest wordt bekostigd uit de eigen bijdrage van 25 euro per ingeschreven kunstwerk.

De zomerexpositie duurt van 9 juli tot en met 14 augustus. Expres in de zomermaanden, zegt Tempel, „omdat dan ook de familie van de kunstenaar kan komen kijken”. Els van Asten hoopt één van die uitverkorenen te zijn. Ze heeft met haar figuratieve schilderijen geëxposeerd in galeries, bedrijven en ziekenhuizen. „Ik wil ontdekken waar ik sta als kunstenaar, hoe mijn werk wordt beoordeeld. Dit is heel spannend en hoopgevend.”