Drachten ging Moerdijk voor

Elf jaar geleden brandde het Friese afvalbedrijf ATF af. Eén directeur kreeg een boete, het provinciebestuur een schrobbering en drie mensen hielden blijvende, astmatische klachten.

Op 12 mei 2000, een dag voor de vuurwerkramp in Enschede, ging bij afvalverwerker ATF De Pijp in Drachten 480 ton chemisch afval in vlammen op. Er kwamen giftige stoffen vrij, waaronder lood, dioxine, cadmium en pcb’s.

Een zwarte rookwolk trok door de oostenwind over dorpjes De Veenhoop, Smalle Ee, de Wilgen en de Drachtster woonwijk De Sanding. De oorzaak van de brand bij ATF, in september 1999 geopend, was broei. Verder werkte de vereiste schuimblusinstallatie niet.

De parallellen met Moerdijk gaan verder: er was veel kritiek van omwonenden op de gemeente Smallingerland en de brandweer.

Zes vragen en antwoorden over de brand in Drachten:

1 Wat waren de gevolgen? Is er onderzoek verricht?

Direct na de brand klaagden tientallen personen over klachten aan de luchtwegen, hoofdpijn en misselijkheid, onder wie stadswachten en politieagenten. Een gemeentelijk evaluatieonderzoek in 2001 gaf aan dat de volksgezondheid niet in gevaar was geweest. De gemeenteraad achtte onafhankelijk onderzoek niet nodig.

Omwonenden bleven zich roeren en vijf jaar na de brand gaven veertig mensen, op vragen van de GGD, aan dat ze nog klachten hadden die een gevolg zouden zijn van de brand, bijvoorbeeld aandoeningen aan huid en luchtwegen. In 2007 werd uiteindelijk duidelijk dat drie mensen blijvend astmatische klachten hebben overgehouden die met zekerheid zijn toe te schrijven aan de brand.

Toxicoloog Frans Greven van de GGD Groningen, die destijds de onderzoeken uitvoerde, zegt dat het belangrijk is klachten van mensen direct goed te registreren en hen te bevragen. Hierdoor kan mogelijk een patroon zichtbaar worden en duidelijk worden of de klachten door de brand zijn ontstaan. Bij aanhoudende klachten is ook medisch onderzoek van mensen die volop in de rook stonden aan te bevelen, stelt Greven.

2 Wie vergoedde de schade van de boeren?

Driehonderd veehouders in het gebied tussen Drachten en Wommels moesten de dag van de ATF-brand hun vee op stal zetten, variërend van enkele dagen tot een week. ATF vergoedde de schade van enkele tonnen aan de veehouders. Onderhandelingen daarover duurden een á twee jaar, aldus Klaas Johan Osinga van LTO-Noord. De spruitjestelers in Zuid-Holland zullen meer schade ondervinden dan de Friese veehouders destijds, verwacht hij.

3 Zijn de veiligheidsvoorschriften verscherpt?

In mei 2004 ging de nieuwe opslaghal voor chemisch afval open van het afvalverwerkingsbedrijf Van Gansewinkel, dat de ATF-boedel in 2001 had overgenomen. Een derde van de bouwkosten van drie miljoen euro werd besteed aan veiligheidsvoorzieningen. Zo werd een vergaande compartimentering toegepast. Ook werden de strengere Amerikaanse normen voor opslag van chemicaliën gehanteerd. Een voorbeeld: licht ontvlambare vloeistoffen worden niet opgeslagen in kunststof depots maar in die van staal. Sindsdien zijn er geen incidenten bekend.

4 Hoe stond het met de vergunningen?

Provinciale Staten oordeelden dat de Gedeputeerde Staten ernstig tekort waren geschoten in de controle op ATF. Ook toenmalig VROM-minister Sybilla Dekker oordeelde in 2003 dat de provincie nalatig was geweest. Van Gansewinkel heeft drie opslaghallen voor chemisch afval in Nederland. Uitbreiding is er sinds 2004 niet geweest.

5 Is ATF De Pijp strafrechtelijk vervolgd?

Ja, in 2003 klaagde het openbaar ministerie de drie ATF-directeuren aan wegens brand door schuld, valsheid in geschrifte en overtreding van milieuregels. De rechtbank sprak twee directeuren vrij, de derde kreeg een geldboete voor het zonder vergunning mengen van afvalstoffen. Volgens Nico Kwakman, docent strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, is het vaak ingewikkeld om er achter te komen waar het is fout gegaan bij een bedrijf en wie daarvoor verantwoordelijk is. Als de directie redelijkerwijs maatregelen had kunnen treffen om een brand te voorkomen, of willens en wetens risico’s heeft aanvaard, kan niet alleen onvoorzichtigheid, maar voorwaardelijke opzet ten laste worden gelegd.