De veeleisende zuurpruim was ook een giraffe met jicht

In een biografie uit 1994 kwam Roald Dahl naar voren als een dominante zuurpruim. Nu is er een biografie die meerdere kanten belicht van de schrijvende familieman die het anderszijn cultiveerde.

Donald Sturrock: Verhalenverteller. Het leven van Roald Dahl. Vertaling van Storyteller door Marianne Gossije. De Geus, 743 blz., €29,90

Roald Dahl (1916-1990) moest niets van biografieën en hun schrijvers hebben. Biografen, beweerde hij, ‘zijn duffe feitengaarders, saaie mensen met boeken die meestal net zo futloos zijn als het leven van degene die ze beschrijven. […] Waarom zou je in godsnaam een verzameling details, een opsomming van feiten willen lezen terwijl er ook zoveel goede romans zijn?’ vroeg hij in 1986 zijn gast Donald Sturrock, die als beginnend documentairemaker bij de BBC een biografisch portret van de omstreden, maar immens populaire (kinderboeken)schrijver wilde maken. Het citaat is typerend voor Dahl: schrijvers moeten entertainen en ‘fantasie’ is de beste manier om dat te realiseren. Een verhaal moet interessant zijn en dan mag je de waarheid best verzinnen. En als mens had Dahl ‘een grote behoefte om te choqueren’, om stelling te nemen en discussies uit te lokken, om ruzie te zoeken en ruzie te maken.

Sturrock liet zich in 1986 echter niet van zijn stuk brengen door zijn gastheer. In tegendeel, hij was geprikkeld geraakt. Wie was deze subversieve man die als uiterst humeurig en lastig bekendstond, maar in zijn publieke optredens en boeken als Sjakie en de chocoladefabriek en De reuzenperzik bewees evengoed luchtig en geestig te kunnen zijn? Wie was deze magere oude man die ‘als een giraffe met jicht’ liep en zijn boeken met potlood schreef op een met groen laken bedekte schrijfplank, zittend in een oude stoel met een slaapzak over zijn benen, in zijn met rariteiten gevulde tuinhuisje bij zijn geliefde cottage in Great Missenden?

De BBC-documentaire die volgde – grotendeels gebaseerd op Dahls autobiografische boeken Boy en Going Solo waarin hij schaamteloos zijn jeugdherinneringen heeft gefictionaliseerd – was een fraai, maar voorlopig antwoord van Sturrock. Zijn definitieve antwoord heet Verhalenverteller: een geautoriseerde biografie geschreven op verzoek van de erven Dahl, die moeite hadden met het onsympathieke beeld van hun vader als vrouwonvriendelijke, dominante en veeleisende zuurpruim, dat was ontstaan na verschijning van Jeremy Treglowns Roald Dahl: A Biography in 1994.

Gelukkig heeft Sturrock zich door het verzoek niet laten verleiden tot het schrijven van een hagiografie. Hij portretteert Dahl niet mooier dan hij was, maar doet een eerlijke poging hem met al zijn gebreken en onhebbelijkheden te tonen. Maar Sturrock is wel heel behoedzaam. Hij oordeelt niet en interpreteert helaas maar minimaal. Daardoor komen enkele passages wat krampachtig over. Zoals het hoofdstuk waarin de 56-jarige Dahl zijn grote liefde Felicity (Liccy) Crosland besluit te veroveren en daarvoor zijn echtgenote en moeder van zijn vijf kinderen, de bekende Amerikaanse filmster Patricia Neal (Pat), min of meer aan de kant zet.

Dat hij voor het eerst in zijn leven ‘die prachtige, zachte gloed van de liefde’ ervoer klinkt romantisch en verleidelijk. Dat Liccy Dahl veranderde van een introverte rationalist in een liefdevolle man is geweldig. Dat Dahl deze mooie, intelligente vrouw daarom per se wilde veroveren is volledig invoelbaar. Maar moet je, Pat had kort daarvoor een hersenbloeding had gehad, niet gewoon concluderen dat Dahl ronduit egoïstisch was? Ondanks Dahls oprechte pogingen zijn huwelijk te redden? Hij wist dat hij zou falen en vroeg in een brief aan Pat begrip voor zijn situatie: ‘wat ik het liefste wil… is met jou verder leven en dat jij ook van mij houdt zonder ook maar een greintje jaloezie voor het feit dat ik, zo nu en dan, […] met Liccy ga lunchen’.

Sturrock probeert Dahl en vooral alle feiten – afkomstig uit stapels brieven aan zijn moeder, Pat, Liccy, vrienden en redacteuren en gesprekken met bekenden van Dahl – zoveel mogelijk voor zich zelf te laten spreken en verkiest hier dus de rol van de door Dahl zo geminachte ‘feitengaarder’. Gezien het verzoek van de Dahl-familie is Sturrocks streven naar volledigheid en objectiviteit begrijpelijk, maar daardoor is hij ook wat lang van stof, bijvoorbeeld in de hoofdstukken over de vele ruzies met uitgeverijen over royalties, belastingproblemen en getroffen schikkingen aan het einde van zijn leven. Toch is De verhalenverteller niet saai, dankzij Dahl: van zo’n leven kan een biograaf alleen dromen. Zonder het schrijverschap zou het al zeer ongewoon zijn geweest. Zodanig dat je er niets van zou geloven als het fictie was.

Dat leven begon in Zuid-Wales. Dahl was een zoon van welgestelde Noorse ouders. Samen met een broer en vier zusjes groeide hij te midden van de natuur op Zijn allereerste levensjaren waren idyllisch. Maar op driejarige leeftijd eindigde het geluk abrupt: zijn oudste zus, zeven jaar, overleed aan buikvliesontsteking waarna zijn door verdriet overmande vader een maand later volgde.

In Dahls volwassen leven kregen deze tragische incidenten een vervolg: zijn babyzoon Theo raakte ernstig gewond bij een verkeersongeluk, zijn oudste dochter Olivia – hoe wreed is het lot – overleed net als zijn zusje op zevenjarige leeftijd aan de gevolgen van mazelen (waarna zijn dochter Tessa zich altijd in de schaduw van Olivia voelde staan), zijn 39-jarige vrouw Pat kreeg die hersenbloeding en zijn stiefdochter Lorina (26) stierf aan een hersentumor.

Van zijn fantasierijke onconventionele moeder, Dahls ‘betrouwbare referentiepunt en gids’, had hij leren overleven. ‘Gewoon doorgaan’ werd zijn levensmotto. Niet terugkijken maar vooruitkijken. En dat deed Dahl, hoewel hij zijn basisschool ervoer als ‘een privégekkenhuis’ en werd verteerd door heimwee en zijn leven op de traditionele kostschool Repton beheerst werd door ‘angst voor de stok’ en ondanks dat hij zich door zijn Noorse afkomst altijd een buitenstaander voelde. Sturrock verzamelde vele levendige, soms dwaze anekdotes die inzichtelijk maken dat Dahl dat gevoel van ‘anders zijn’ cultiveerde en gebruikte: het gaf hem een excuus een anarchistische houding aan te nemen, eigenzinnige keuzes te maken en ongebruikelijke wegen in te slaan.

Hij gokte. Hij stroopte met zijn buurman in Great Missenden fazanten door ze te lokken met gedrogeerde rozijnen. Hij verzamelde vogeleieren en kunst. Hij liet zich als twintiger uit praktische overwegingen een kunstgebit aanmeten. En als vader van zijn kinderen – Pat noemde hem ‘een moederlijke vader’ – vervulde hij de rol van de teruggetrokken snoeptovenaar en kindervriend Willy Wonka uit Sjakie en de chocoladefabriek. Zo leerde hij in zijn boomgaard zijn 10-jarige dochter Ophelia in een oude Morris Minor rijden en vertrok hij geen spier toen hij een jaar later ontdekte dat ze er stiekem mee over de weggetjes van Buckinhamshire reed om vriendinnetjes te bezoeken.

Na Repton koos hij voor ‘de olie omdat alle meisjes op oliemannen vallen’. Zo kwam hij als Shell-medewerker in Tanganjika, waar hij in de oorlog een opleiding tot RAF-piloot volgde en op zijn eerste missie neerstortte in de woestijn (met levenslange fysieke gevolgen).

Zijn eigenzinnigheid bracht hem vervolgens als assistent-luchtmachtattaché in Washington in de Oval Office bij Franklin Roosevelt en vicepresident Henry Wallace, die hij per ongeluk maar op slinkse wijze ten behoeve van Churchill het document ‘Our Job in the Pacific’ ontfutselde, waarin Amerika de wens en noodzaak uitsprak grote delen van het Britse Rijk te verzelfstandigen na de oorlog.

Het bracht hem als brood- en scriptschrijver in Hollywood. Het bracht hem, ‘onvoorspelbaar, aantrekkelijk en onweerstaanbaar als hij was’, in bed bij vele prachtige, welgestelde vrouwen. Het bracht hem als schrijver van kortverhalenbundels als Someone Like You succes in de VS en afwijzingen in het conformistische Engeland, waar de klasseloze Dahl tot zijn spijt nooit zou doordringen tot het Londense literaire bolwerk.

Maar bovenal bracht het hem verhalen, en al die verhalen weerspiegelen in hun tegelijkertijd macabere en lichtvoetige karakter Dahls wonderbaarlijke leven waarin tragiek en humor, duisternis en lichtheid, eenvoud en weelde, avontuur en huiselijkheid hand in hand gingen.