De nomade is de roodhuid van de 'eastern'

Veertig jarig jubileum voor het International Film Festival Rotterdam

Augustí Villaronga is er te spreken over zijn demonen, de Russen blijken ook Westerns te hebben gemaakt, wat is wuxia precies en wat hebben modeontwerpers met film? Vier programma-onderdelen op IFFR uitgelicht.

Tot aan het eind van de Sovjet-Unie, in 1991, maakten de diverse Sovjet-filmfabrieken elk jaar enkele honderden publieksfilms, die het Westen nooit te zien kreeg. Er waren detectives bij, sentimentele familiedrama’s en avonturenfilms. Een paar van die laatste zijn op het IFFR te zien onder de noemer ‘Red Westerns’. Die benaming, afkomstig van Russische filmkenners, wringt een beetje.

Want wat maakt Witte zon van de woestijn (Bjeloje solntse poestini) van Vladimir Motil uit 1969 nu eigenlijk tot een ‘western’? De handeling speelt zich niet in de Verenigde Staten af maar in Sovjet-Centraal-Azië, waar een Russische militaire commandant, Soechov, gewapenderhand de beschaving wil komen brengen onder de nomaden. En zeker, hoofdrolspeler Anatoli Koeznetsov kan voor zijn ingehouden speelstijl heel goed inspiratie hebben opgedaan bij John Wayne. Maar wie zou zich een Amerikaanse western kunnen voorstellen waarin de held – gesteld voor de verleiding van een inlands meisje dat hij uit de harem heeft gered – avances afwijst omdat hij op het beslissende moment geplaagd wordt door het visioen van zijn frisse Russische verloofde, met andere frisse Russische meisjes thuis tussen de koeien en bloemen? Daar moet je Rus voor zijn. Nee, de benaming ‘Easterns’, die het programmaboekje van het Red Western-programma ook voorstelt, lijkt meer op zijn plaats. ‘Easterns’ zijn dan meestal avonturenfilms die spelen in de jaren van de burgeroorlog van ’18-’21 of vaker nog in de Centraal-Aziatische Sovjet-republieken.

De Easterns en Westerns delen een bedenkelijke morele achtergrond. In de jaren twintig en dertig werden de volkeren in Centraal-Azië met geweld van hun nomadische status afgeholpen, hun cultuur vernietigd en hun machthebbers vermoord. Die aanpak kan de vergelijking met de Amerikaanse benadering van ‘roodhuiden’ ruimschoots doorstaan.

Prachtige films zijn het, dat wel. Witte zon van de woestijn bijvoorbeeld kenmerkt zich door spectaculair camerawerk, dat de eenzaamheid van hoofdfiguur Soechov goed doet uitkomen. Te lachen valt er ook, meestal onbedoeld: Russische militairen brengen uit een harem bevrijde schoonheden onder in ‘het eerste pension voor vrije vrouwen van het Oosten’– je waant je bij de Nederlandse militairen in Uruzgan.

Behalve Sovjet-films behelst het programma ook ‘westerns’ die na 1945 gemaakt zijn in Polen, de DDR, Bulgarije, Tsjechoslowakije en Roemenië. Een Sovjet-curiosum uit 1924, De buitengewone avonturen van Mr. West in het land van de bolsjevieken, van Lev Koelosjov, complementeert het programma. Die film, over de avonturen van een Amerikaan in Moskou die door volkscommissarissen uit de klauwen van de maffia wordt gered, illustreert aardig de traditionele Russische angst dat de rest van de wereld hen als barbaren ziet. Iedereen is tenslotte iemands indiaan.