De mens kan ook onbaatzuchtig zijn

Een Britse rechter probeert te achterhalen of de aanslagen in 2005 voorkomen hadden kunnen worden. Emotionele getuigen doen hun verhaal.

„Dank u voor alles wat u die dag heeft gedaan.” Rechter Heather Hallett zou het gisteren op verschillende manieren zeggen, net zoals ze de afgelopen maanden tientallen andere getuigen bedankte voor hun optreden bij de aanslagen van 2005 in Londen, toen er vier bommen afgingen in metro’s en een bus.

Ze hoorde slachtoffers spreken over het moment dat ze zich realiseerden dat ze hun benen kwijt waren, of beseften dat ze in brand stonden. Over overlevenden die over de lichamen van hun medepassagiers naar buiten vluchtten, of juist bleven om een ander in zijn laatste uren bij te staan.

De gerechtelijke lijkschouwing, waarbij de rechter zoveel mogelijk feiten over de gebeurtenissen naar boven moet halen en onder meer moet kijken of de aanslagen voorkomen hadden kunnen worden, is nu 48 dagen bezig. Het is een belangrijk onderdeel van het nog altijd lopende onderzoek naar de aanslagen.

Gisteren waren de getuigen artsen en passanten. Zonder na te denken hielpen ze slachtoffers. Ze waren toevallige getuigen toen bus 30, tijdens de ochtendspits, ontplofte op Tavistock Square. 13 mensen kwamen daarbij om. Rechter Hallett zegt: „We zijn allen bewust van het geluk dat de overlevenden hadden dat zo veel mensen in de buurt waren.” Het laat zien dat de mens onbaatzuchtig kan zijn in nood.

Sam Everington is de eerste getuige. Hij is huisarts in Tower Hamlet, een van de armste buurten van Londen. Maar hij is ook vicevoorzitter van de British Medical Association, die zijn kantoor heeft aan Tavistock Square. Daar was hij toen de bom ontplofte.

„Ik wist precies wat het was, omdat ik een sms-je had gekregen, maar ook omdat ik een paar jaar eerder in Whitehall was toen een mortier Downing Street raakte. Ik rende naar beneden en naar buiten, en zag de bus.”

„Het was een gekke mengeling van rust, stilte, een paar sirenes op de achtergrond, koerende duiven, heel vreemd, en heel heel veel slachtoffers en duidelijk doden, en net buiten ons kantoor een die, ik vind het onaangenaam om het zelfs te zeggen, ernstig verminkt was.” Op de stoep ligt een lichaam zonder armen, benen en hoofd.

Everington reageerde instinctief. Met gevaar voor eigen leven. Dat er een tweede bom in de bus zou kunnen zitten – een uur na de aanslag voerde de explosievenopruimingsdienst een gecontroleerde ontploffing uit – kwam niet in hem op. Hij dirigeerde zijn collega’s, die achter hem aan kwamen gerend, naar de slachtoffers, zodat iedereen van medische hulp was voorzien. „We deden wat we moesten doen, en met de middelen die we hadden.”

Tafellakens uit de kantine werden gebruikt als verband. Tafels als stretchers, de resten van de bus als spaken, plakband om wonden te dichtten. „We zijn maar een kantoor, geen ziekenhuis”, herhaalt hij een paar maal, bijna verontschuldigend, alsof het gebrek aan professioneel medisch materiaal de oorzaak was van het leed.

De lijkschouwing gaat om details; waar en op welk moment was iedereen. Het Openbaar Ministerie vraagt om tijden. Opnieuw verontschuldigt Everington zich. Na vijf jaar is het moeilijk om alles exact te herinneren. „We beseften dat er bommen waren en ongelooflijke chaos elders. Dat is wat we wisten, want we waren te druk met het helpen van slachtoffers om uit te zoeken wat er nu echt was gebeurd.”

Ook niet-medici hielpen die dag. De Amerikaanse antropologe Stephanie Riak-Akuei liep naar haar werk toen de bom ontplofte. Ze hoorde een knal, mensen die haar kant op renden, bedacht dat ze met haar kennis van eerste hulp misschien kon helpen, en liep naar de plek van ontploffing.

Via een videolink vertelt ze vanuit Nebraska: „Ik rook een vreselijke lucht van vlees, dat was mijn eerste zintuiglijke reactie. En op de grond een bloedbad. Lichaamsdelen lagen binnen enkele meters van waar ik stond.”

Niet iedereen was zo behulpzaam als Everington en Riak-Akuei. Maandag vertelde een andere getuige hoe hij had geprobeerd omstanders weg te jagen. Ze maakten alleen maar foto’s en deden niets om te helpen, zei hij.

Nog tot eind maart zal rechter Hallett getuigen horen.