De duivel lispelt altijd in je oor

Scandinavische romans laten volgens Kester Freriks zien hoe het faustiaanse streven naar een verbond met het kwaad, is veranderd in een groot besef van schuld en boete.

‘U bent de advocaat in de moordzaak, die moord op... een Serviër. Het is waarschijnlijk erg zwaar om zoiets te doen. Om met de donkere kanten van de mens bezig te zijn.’

Deze eenvoudige maar doeltreffende zin spreekt een tabakswinkelier uit tegen de Noorse advocaat Mikael Brenne. Het is in de dagen voor Kerst, ‘een tijd van vrede en vergiffenis’, voegt de winkelier eraan toe. Deze laatste zin is niet zomaar een gemeenplaats over Kerst. In de context van deze roman en andere recentelijk verschenen Scandinavische boeken viert niet zozeer het kwaad hoogtij, maar vergiffenis. Noordelijke auteurs zijn een nieuwe weg ingeslagen. Het gaat niet alleen over kwaad, het gaat veel meer over schuldbesef. Over hoe iemand na een misdaad met zijn schuld in het reine komt.

Advocaat Brenne is de hoofdpersoon in de roman De verleiding van het kwaad, het debuut van Chris Tvedt, een in het Noorse Bergen woonachtige advocaat en schrijver. Brenne is een idealist die zaken behartigt van armlastige cliënten. In het origineel luidt de titel Rimelig tvil en onder de letterlijk vertaalde titel eerder aangeboden als Gerede twijfel. Dat de advocaat in Tvedts boek door het kwaad verleid wordt, is niet verrassend: het kwaad lokt de mens al eeuwen, de duivel lispelt altijd in je oor.

Tvedts advocaat is het toonbeeld van iemand die ondanks goede bedoelingen en een zuiver innerlijk toch in de duistere schaduwwereld van de misdaad terechtkomt. Hij laat zich inpalmen door charmante Serviërs die hem steeds dieper de hel van het kwaad in zuigen. Totdat hij zelf de dader wordt van een gruwelijke moordpartij.

Tot aan dat punt is De verleiding van het kwaad een thriller vol spanning. Met die doodslag bereikt de roman het keerpunt. Advocaat Brenne pleit zichzelf vrij alsof hij zijn eigen cliënt is, zoals de volgende passage bewijst: ‘Ik wist opeens hoe het was om een verdachte te zijn, voor het eerst voelde ik het. Ik stond zelf in de verdachtenbank, maar was verkleed in een zwarte toga, en niemand wist het.’ Al wordt Brenne vrijgesproken, het schuldbesef blijft in hem branden.

Deze verschuiving van misdaad naar verinnerlijking is terug te vinden in een bijzondere oogst romans, zoals Kamer 516 van de Deense schrijfster Kirsten Hammann, Hemel en hel van de IJslander Jón Kalman Stefánsson, Dochter van Kari van de Finse auteur Katja Kallio en Droomfabriek door Sara Stridsberg, een jong Zweeds talent. Met dit boek won zij de belangrijkste Scandinavische prijs, de Literatuurprijs van de Noordse Raad.

Ook Kamer 516 van Kirsten Hammann is een uiteenzetting van de lokroep van het kwaad. De vrouwelijke hoofdpersoon Mette Maet heeft hoogstaande idealen, net als advocaat Brenne. Zij wil de wereld helpen en meldt zich aan als lid van een comité dat armoede bestrijdt. Ze vervoegt zich in een hotelkamer met nummer 516. Als ze over de drempel stapt, komt ze terecht in een Afrikaans dorp waar mensen werkelijk verhongeren. Ze ruikt de geur van het land, voelt de hitte op haar huid.

De onverwachte confrontatie met het rauwe leed komt als een schok. Dat rauwe fascineert haar. Keer op keer gaat ze terug naar de hotelkamer om achter die deur in een sinistere werkelijkheid te komen, zoals bijvoorbeeld een fabriek voor spijkerbroeken in China waar kinderen werken.

Pistoolschoten

Hetzelfde thema wordt behandeld in Droomfabriek van Sara Stridsberg over de radicaal-feministische schrijfster Valerie Solanas, die op 3 juni 1968 enkele pistoolschoten afvuurde op Andy Warhol. Die overleefde de aanslag maar genas nooit helemaal van zijn verwondingen. De roman, geschreven uit de optiek van de schizofrene Solanas, laat zien hoe iemand gelokt wordt door het verlangen iemand te doden en vervolgens probeert deze misdaad uit haar leven en vooral uit haar geheugen te bannen. Al deze personages gaan de drempel over van goed naar kwaad. Het lijkt een kleine stap. De gevolgen zijn ingrijpend. En teruggaan is onmogelijk. De onschuld is voorgoed voorbij.

In de prachtige, korte roman Hemel en hel van Kalman Stefánsson probeert een naamloze jongen in het reine te komen met de dood van zijn vriend, Bardur. De twee worden tijdens het vissen op zee overvallen door een helse storm. Bardur raakt door sneeuw en hagel onderkoeld, want hij is vergeten warme kleding mee te nemen.

Met de dood van Bardur is iets vreemds aan de hand. Het noodlottige ongeval vond zijn oorzaak in de poëzie: vlak voordat het schip afvaart, rent hij naar huis om nog even enkele mooie regels uit John Miltons Paradise Lost (Het verloren paradijs) te lezen om die te kunnen citeren aan zijn vriend. In de haast vergeet hij warme kleren. Zijn vriend voelt zich verantwoordelijk voor Bardurs dood. Net als advocaat Brenne en Valerie Solanas staat zijn leven vanaf dat moment in het teken van het verlangen om met de dood in het reine te komen.

In de wonderlijke roman Dochter van Kari van Katja Kallio figureert een man, Kari, die de vader is van vier kinderen, drie dochters en een zoon. Ze hebben allen een andere moeder. De dochters dragen dezelfde naam, Katariina. Waarom? Kort na de dood van deze raadselachtige vader gaat de oudste dochter op onderzoek uit. Hoe meer de dochter over haar vader te weten komt via gesprekken met haar zussen en broer, des te meer maakt beschuldiging plaats voor compassie en begrip. Ze is niet in staat ook maar iets van het kwaad in haar vader te zien.

Katariina’s zoektocht boeit vanaf de eerste bladzijde. Een verrassende rol is weggelegd voor de eigenares van het hotel De Huiselijkheid waar vader Kari is overleden. Zij blijkt de man met begrip bejegend te hebben. Dat hij vier kinderen heeft, komt voor haar als een onthutsende verrassing. Zij velt geen oordeel, integendeel. Voor haar zijn kinderen uitingen van liefde. Haar laatste woorden in de roman gaan over die liefde tussen ouder en kind: ‘Liefde in een zodanig pure vorm, nog puurdere liefde bestaat niet, niet eens de engelen of God kunnen dat. Daar ben ik bijna van overtuigd.’

In de omvangrijke roman Engelen vallen langzaam van Karl Ove Knausgård spiegelt de auteur ons een nieuwe theologie van engelen voor. De obsessie voor engelen door de eeuwen heen, van Italiaanse frescoschilders tot huidige wetenschappers, draait telkens om de vraag of zij slechts fantasiebeelden zijn of werkelijk bestaand. Hebben engelen bijvoorbeeld organen? Vormen ze echt de verbinding tussen mens en god? Verlossen ze de mens van het kwaad?

Knausgård beschrijft op elegante wijze engelen met een dubbele identiteit; ze kunnen verlossing bieden maar de zoekende, twijfelende mens ook tot wanhoop en zelfs dood brengen. Het zijn ook bodes uit een niet-hemelse wereld die hun fatale machten op de mens richten.

Reinigen

Met deze nieuwe boeken uit de toch al zo rijke Scandinavische literatuur komt een nieuwe thematiek naar voren: het faustiaanse streven om een verbond met het kwaad te sluiten is veranderd in een groot besef van boete en schuld. Alle personages willen zich van het kwaad verlossen, zich reinigen, hoezeer ze er ook door geobsedeerd worden.

Hierbij past een stijl van verinnerlijking. Zelfs een thrillerachtige roman als De verleiding van het kwaad toont geleidelijk een subtiele ingetogenheid en het verlangen van advocaat Mikael Brenne om aan die harde schaduwwereld van het kwaad te ontsnappen. Hij zou terug willen naar de tijd voordat het kwaad hem in de greep kreeg, voor de ontmoeting met de praktijken uit de louche onderwereld. Maar hij kan niet terug, het keerpunt is al bereikt.

In de razend spannende slothoofdstukken wordt de advocaat door een jury berecht. Schuld of vrijspraak? Fascinerend om te lezen hoe een advocaat zijn slechte geweten weet te sussen met pleidooien die, ondanks de daadwerkelijk gepleegde moord, zijn schuldeloosheid bewijzen.

Chris Tvedt: De verleiding van het kwaad. Vert. Neeltje Wiersma. De Geus, 383 blz. €19,90

Kirsten Hammann: Kamer 516. Vert. Diederik Grit en Edith Koenders. Cossee, 285 blz. €19,90

Katja Kallio: Dochter van Kari. Vert. Annemarie Raas. Sijthoff, 256 blz. €17, 50

Sara Stridsberg: Droomfabriek. Vert: Janny Middelbeek-Ortgiesen. De Geus, 352 blz. €19,90

Jón Kalman Stefánsson: Hemel en hel. Vert. Marcel Otten. Anthos, 207 blz. € 19,95

Karl Ove Knausgård: Engelen vallen langzaam. Vert. Marianne Molenaar. Geus, 574 blz. €24,90