Bulgaren blijven buiten

Bulgarije en Roemenië mogen van enkele grote EU-landen nog niet bij de visumvrije zone. Ze doen te weinig tegen corruptie. Immigratie speelt ook mee.

Europese ambtenaren die een paar weken geleden de Bulgaarse grens kwamen controleren, wisten niet wat ze zagen. Bulgarije is al bijna lid van de Schengenzone, met nu 25 Europese landen. Wie daar eenmaal binnen is, hoeft zijn paspoort niet meer te laten zien. De Bulgaarse grens wordt een belangrijke buitengrens van Schengen. Maar de bewaking daar, zagen de ambtenaren, deugt helemaal niet. Ze schreven een vernietigend verslag.

De bedoeling was dat dat vertrouwelijk zou blijven, maar er waren te veel Europese landen die er belang bij hadden dat het bekend werd. Bulgarije en Roemenië zouden dit voorjaar allebei bij Schengen gaan horen, maar vooral grote landen als Frankrijk en Duitsland verzetten zich daar tegen: ze vinden dat de twee landen te weinig doen om corruptie en misdaad te bestrijden.

Roemenië, dat volgens de Europese ambtenaren zijn grensbewaking wel op orde heeft, was daar woedend over. Roemenië kan niet los van Bulgarije lid worden van Schengen, omdat de Roemeens-Bulgaarse grens zelf nooit is bekeken met de technische Schengencriteria in de hand – het was steeds de bedoeling dat ze samen lid worden. Maar corruptiebestrijding is géén officiële voorwaarde om lid te mogen worden van Schengen. De Fransen en de Duitsers, zeiden Roemeense ministers tegen hun Europese collega’s, veranderen de spelregels tijdens de wedstrijd – die ook nog eens bijna afgelopen is. Op een vergadering van EU-ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken, gisteren en vandaag in Hongarije, kwamen Roemeense en Bulgaarse politici ook vertellen dat de grensproblemen in Bulgarije zo goed als opgelost waren. De ambtenaren mochten weer komen kijken.

Maar ook als de computers van de Bulgaarse douane werken zoals de bedoeling is, zei de Duitse minister van Binnenlandse Zaken Thomas de Maizière gisteren net voor de vergadering, dan nog zit het Schengenlidmaatschap voor Roemenië en Bulgarije er nu niet in. „We houden onze twijfels of de landen er klaar voor zijn.”

Veel Europese landen vinden dat Roemenië en Bulgarije te snel lid zijn geworden van de EU. De EU controleert de landen nog op corruptie- en misdaadbestrijding, maar echte druk zetten is moeilijk omdat ze nu eenmaal EU-lid zijn. „Schengen is ons laatste pressiemiddel”, zei een Duitse regeringsvertegenwoordiger vorige week anoniem tegen journalisten.

Maar er speelt ook een acuut probleem mee, dat zich nu nog vooral voordoet aan een andere buitengrens van Schengen: die van Griekenland met Turkije. Die wordt door Europese politici „zo lek als een mandje” genoemd. Een topambtenaar van de EU zei gisteren in Hongarije dat vorig jaar in het Griekse grensgebied meer dan 40.000 illegale immigranten waren opgepakt, en aan Turkse kant zo’n 12.000. De Griekse minister van Burgerbescherming Christos Papoutsis noemde het getal van 100.000 vluchtelingen die in 2010 via Griekenland andere Europese landen probeerden te bereiken.

Op de vergadering van EU-ministers kreeg Papoutsis harde kritiek van zijn collega’s. De Grieken moeten vluchtelingen eindelijk eens netjes gaan behandelen, zei de Duitse minister De Maizière. De grens moest ook eens goed bewaakt gaan worden, zeiden anderen. De EU heeft een speciaal interventieteam naar de Grieks-Turkse grens gestuurd en Griekenland krijgt extra geld van de EU om de problemen op te lossen. Bij de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, gaan ze ervan uit dat dat echt zal helpen.

En als dat zo is? Dan gaan vluchtelingen op zoek naar een andere grens. „Bulgarije ligt het meest voor de hand”, zegt een diplomaat. „Maar zo lang Bulgarije niet bij Schengen hoort, is dat geen aantrekkelijk alternatief.” Het is voor veel EU-landen nog meer reden om dat land, en ook Roemenië, buiten Schengen te houden.

Roemenië en Bulgarije worden wel gesteund door landen uit de buurt, zoals Hongarije dat nu EU-voorzitter is. En door Griekenland. Een diplomaat uit Athene was er gisteren eerlijk over: „Voor ons zou het een verlichting zijn als ze erbij komen.”