Bij Luycken valt de regen met rechte etslijnen uit de lucht

Tentoonstelling: Jan Luyken (1649-1712). T/m 15 april in Teylers Museum, Spaarne 16, Haarlem. Inl: www.teylersmuseum.nl ****

Het prentenkabinet van Teylers Museum hangt dezer dagen lekker vol met etsen van Jan Luyken (1649-1712), en die etsen zelf zijn ook nog eens lekker vol. Het is zo’n tentoonstelling waar je steeds langzamer doorheen loopt, om uiteindelijk voor elke prent lange tijd stil te staan. De conservator is zo aardig geweest houten stoelen in de ruimte neer te zetten, zodat bezoekers de vele details ook zittend kunnen bestuderen.

Luykens kleinste werk, dicht bijeen op één wand gehangen, is het snelst bekeken. Het zijn vooral moralistische prentjes, met titels als De gierigheid bedreigt de wijsheid, De baggermolen: het aardse is slijk en De boekenkast – waarom zoveel? Ets na ets wordt ons ingeprent dat alles ijdelheid is.

Jan Luyken was doopsgezind in een tijd dat doopsgezinden in Nederland wel gedoogd werden, maar hun geloof niet al te openlijk mochten belijden. Des te nadrukkelijker deed hij dat in zijn werk. Hij illustreerde de Martelaarsspiegel der doopsgezinde of weerloze Christenen en een boek over de vervolging van protestanten in Frankrijk. In Teylers is ook een serie prentjes over het lijden van christelijke martelaars te zien.

Doopsgezinden rond 1700 werden door zulk werk misschien gesterkt of getroost, maar de hedendaagse kunstliefhebber pakt pas een stoel om Luykens grote etsen van bijbelse scènes aandachtig te bekijken. De onafzienbare mensenmassa’s in die prenten doen denken aan de 3D-animaties van oprukkende legers of verhuizende volken die je tegenwoordig vaak in fantasyfilms ziet – met dat verschil dat ze niet door een computer gekloond, maar stuk voor stuk door mensenhanden getekend zijn.

De meeste figuren hebben geen gezicht, maar zijn wel duidelijk in de menigte te onderscheiden, zelfs heel in de verte nog. Ze bestaan uit arceringen die de plooien van hun kleding volgen, en dus ook hun houdingen en bewegingen. Meer in het groot zijn er de bewegingen van massa’s ten opzichte van elkaar, die Luyken vaak slim heeft ingezet om de ruimtelijkheid van een landschap te versterken.

Andere details om voor te gaan zitten: de levendigheid van gebladerte (bijvoorbeeld in de kleine ets Viering van het Loofhuttenfeest) en Luykens weergave van rook en vlammen. Het blijken verwante vormen te zijn: een vuur groeit als een struik op een altaar en de zondige inwoners van Sodom worden getroffen door vlammetjes die als herfstbladeren naar beneden dwarrelen.

Vooral in voorstellingen van plagen en openbaringen zijn de weersomstandigheden en lichtsituaties spectaculair. De wetgeving op de berg Sinaï gaat met donder en bliksem gepaard. Een vulkaanuitbarsting is er niks bij. In een prent van de Zondvloed valt de regen met bakken, of eigenlijk met ontelbaar veel rechte etslijnen uit de lucht. Nog dichter zijn de arceringen als Egypte door God met duisternis wordt gestraft. Bij de de Bekering van Paulus breekt de hemel open. Het licht dat Paulus verblindt lijkt nog feller door het diepzwarte silhouet van een boom, dat de lichtbundel doorsnijdt.

Het zijn effecten die in dienst staan van het verhaal, niet van de moraal. Daarom zijn Luykens oudtestamentische voorstellingen veel overtuigender dan zijn stichtelijke prentjes.