Bert en Bert: het spijt ons

De topmannen van NS en ProRail werden gisteren gehoord door de Kamer.

Over de excuses waren ze het eens, maar er waren ook veel onderlinge verschillen.

Hij zei het niet met zoveel woorden, maar al met al vond hij het wel meevallen. „Het ging om drie dagen”, zei topman Bert Klerk van spoorbeheerder ProRail. Alleen op 4, 17 en 19 december zorgde het winterweer voor een dusdanige chaos op het spoor dat het treinverkeer zo goed als stilviel.

Die constatering weerhield Klerk, en ook NS-topman Bert Meerstadt, er gisteren tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer niet van uitgebreide excuses aan te bieden. „Voor u zit een treurige president-directeur van ProRail”, zei Klerk. „Voor het tweede achtereenvolgende jaar moeten we het hoofd buigen voor de reiziger. Die is geconfronteerd met onacceptabele overlast. Ik heb er de smoor in.” Meerstadt zei zich „de machteloosheid van onze klanten” goed te kunnen voorstellen. „Op zo’n moment is ons product niet goed genoeg.” Vooral 4 december was „een drama”, zei Meerstadt: „Mensen hadden juist voor de trein gekozen en niet voor de auto om op tijd thuis te zijn met Sinterklaasavond.”

Dat een mea culpa ten overstaan van de politiek en de massaal aanwezige media het imago wat zou kunnen opvijzelen, daar waren beide topmannen het blijkbaar wel over eens. Maar over veel andere zaken verschillen ze van mening. Zo klaagde Klerk gisteren opnieuw over het grote aantal wissels. „We hebben een buitengewoon fijnmazig systeem. Dat maakt het complex.” Maar minder wissels betekent een uitgeklede dienstregeling en dat wil Meerstadt weer niet. „Als je aan de keuzevrijheid van de klant komt, ga je een stap te ver.”

Er zijn meer onenigheden. Beide partijen willen dat de reisinformatie in één hand komt, maar ze willen zélf graag die hand zijn. Juist de slechte informatievoorziening zorgde vorige maand voor veel kritiek. Reizigers strandden op stations en keken naar lege informatieborden. NS-medewerkers konden niks doen, omdat ze ook geen informatie hadden.

Ook over het onlangs opgerichte eigen weerbureau verschilden de meningen. Klerk was redelijk tevreden, terwijl Meerstadt klaagde dat de hoeveelheid sneeuw verkeerd was voorspeld. En de discussie of NS-medewerkers op vaste trajecten moeten rijden (ProRail: ja, NS: nee) werd zoveel mogelijk vermeden.

De Tweede Kamer discussieert met enige regelmaat over de problemen in de spoorsector. Het eerste Paarse kabinet besloot in 1995 de spoorwegen op te splitsen in NS en ProRail, volgens velen een van de oorzaken van de huidige problemen op het spoor. Dinsdag stelden de oud-Kamerleden Nicky van ’t Riet (D66) en Johan Remkes (VVD) dat dat kabinetsbesluit onzorgvuldig en te rigoureus is geweest. Klerk en Meerstadt onderschrijven die visie. Klerk: „Er is te rigoureus geknipt. Dat moet je daarna gaan plakken, en dat is in het verleden te weinig gedaan.” Meerstadt sprak over een besluit „dat geen schoonheidsprijs verdient”.

Maar dat wil niet zeggen dat beide bedrijven maar weer moeten worden samengevoegd tot één staatsbedrijf, zoals bijvoorbeeld de SP wil. Meerstadt: „Dat gaat een trauma van jaren opleveren. De organisatie zal op drift raken.” Klerk: „De sector zal weer een tijdje in de war zijn.”

Volgens universitair docent Wijnand Veeneman van de TU Delft, een van de genodigden tijdens de hoorzitting, lost een fusie het probleem niet op: „Dat is niks meer dan een Superbert boven de twee Berten plaatsen. Maar het probleem ligt op de werkvloer. Daar moet beter worden samengewerkt.”

Maar hoe die samenwerking beter moet, dat bleef gisteren in het midden. Al zaten Meerstadt en Klerk gebroederlijk naast elkaar en spraken ze vriendschappelijk over elkaar, tot concrete ideeën kwam het niet. VVD-Kamerlid Charlie Aptroot sprak dan ook van een déjà vu-gevoel: „Elke keer hebben we een bak problemen, krijgen we excuses, en daarna een berg goede voornemens.”

Maar beide topmannen houden de moed er in. Meerstadt: „Er is nooit een onderwerp geweest waar wij het uiteindelijk samen niet over eens zijn geworden.”