Amnestie voor alle dissidenten

De nieuwe Tunesische regering heeft gisteren tijdens haar eerste bijeenkomst besloten tot een amnestie voor alle politieke gevangenen, met inbegrip van moslimfundamentalisten. Betogers klagen dat ondanks herhaalde beloften lang niet alle mensen zijn vrijgelaten die om politieke redenen onder het bewind van de gevluchte president Zine al-Abidine Ben Ali zijn vastgezet.

De regering, waarin de belangrijkste ministers van Ben Ali zijn gehandhaafd, beloofde verder presidentsverkiezingen te gaan voorbereiden en politieke hervormingen te bespoedigen. Volgens de grondwet moeten verkiezingen in het geval van een machtsvacuüm binnen twee maanden plaatshebben, maar premier Mohammed Ghannouchi heeft gezegd dat het wel zes maanden kan duren.

De nog altijd verboden fundamentalistische partij Ennahdha (wedergeboorte) heeft bekendgemaakt dat zij wil worden gelegaliseerd. Ben Ali wettigde zijn repressieve regime onder verwijzing naar het gevaar dat fundamentalisten het land zouden overnemen. Na 23 jaar repressie is het onduidelijk hoeveel steun de partij heeft. Een woordvoerder zei gisteren dat „niemand bang hoeft te zijn”. „We zijn niet de Talibaan of Al-Qaeda of Ahmadinejad”, zei hij.

Afgaand op schattingen van de Wereld Goud Raad van de goudvoorraad van de Tunesische Centrale Bank in december ontbreekt er nu inderdaad 1,5 ton goud. Na de vlucht van Ben Ali, afgelopen vrijdag naar Saoedi-Arabië, gingen er geruchten dat zijn vrouw Leila goud had meegenomen. De Centrale Bank verzekerde woensdag dat zijn hele voorraad van 5,3 ton aanwezig is. Maar de Goud Raad, die de belangrijkste goudproducenten omvat, schatte de Tunesische goudvoorraad vorige maand op 6,8 ton. (Reuters, AP, AFP)