Zo'n patiënt kun je niet leren kennen

Het is voor buitenstaanders nauwelijks te begrijpen waarom personeel van zorginstellingen ertoe overgaat patiënten vast te binden. Doen ze iets fout?

Patiënten als Brandon zijn een vergeten groep, zegt orthopedagoog Alice Padmos, regiodirecteur van het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE). „Mensen weten niet dat ze bestaan, kunnen zich er geen voorstelling van maken hoe ze zijn. Ze zien Brandon rustig praten op de televisie en hebben er geen idee van hoe hij is als hij door het lint gaat.” Het CCE, opgericht na de publiciteit rond de naakt vastgebonden Jolanda Venema in 1988, helpt instellingen om te gaan met patiënten met wie ze zich geen raad weten.

Om wat voor mensen gaat het?

„Het zijn vaak mensen die een goed verstand hebben, maar niet in staat zijn hun impulsen te beheersen. Je ziet een groot lijf dat gaat stampvoeten en bijten als het zijn zin niet krijgt, als een kleuter. Vaak hebben ze achteraf spijt, maar ze doen het toch. Acuut en impulsief. De ene seconde denk je: We kunnen gezellig iets gaan doen. Het volgende moment exploderen ze. Door een gedachte, een geluid, dat is soms niet eens te achterhalen. Een deel heeft daarbij bijna obsessieve gedachten aan dood, moord, wurging. ”

Wat gebeurt er bij zo’n uitbarsting?

„Kaakbreuken, plukken haar die uit het hoofd getrokken worden, een aanval in de rug. Er zijn begeleiders die er een posttraumatisch stresssyndroom aan overhouden.”

Hoe worden deze mensen begeleid?

„Een op een, of twee op een. Jolanda Venema heeft zelfs enige tijd drie begeleiders gehad. Dat zijn grote teams. Het is moeilijk zo’n team lang gemotiveerd te houden. Je moet hard nadenken bij alles wat je doet. Dat put je uit.”

De staatssecretaris zegt dat mensen in de zorg niet meer vastgebonden mogen worden. Is dat realistisch?

„Ik ben het ermee eens dat dat het streven moet zijn. Maar het zal altijd voorkomen dat het tijdelijk nodig is. Iemand uit het vaste team wordt ziek, je moet met een uitzendkracht werken die het niet kan, die bang is. Dat voelen deze mensen feilloos aan. Dan moet je soms je toevlucht nemen tot een tijdelijke maatregel als vastbinden. Maar het mag nooit iets zijn voor levenslang.”

De staatssecretaris zegt ook dat vastbinden met de jongste inzichten wellicht kan worden voorkomen. Is dat zo?

„Als je wilt dat deze mensen goed verzorgd worden en buiten komen, moet je ontzettend goed voor je personeel zorgen. Tijd maken voor intervisie. Goede nazorg geven na een incident. De behandeling filmen en evalueren. Veel aan bijscholing doen zodat mensen op de hoogte zijn van nieuwe behandelmogelijkheden.”

Doen alle instellingen dit goed?

„Sommige beter dan andere. Dat kan met van alles te maken hebben: visie, verloop onder het personeel, een fusieproces. Heel kwetsbare mensen leggen altijd de zwakke plekken van een organisatie bloot. Sommige zorgaanbieders verschuilen zich achter het argument dat het te veel kost, maar dat is niet het probleem. De overheid heeft hier enorm veel geld voor uitgetrokken. Bovenop het zwaarst mogelijke ‘zorgzwaartepakket’ kunnen deze mensen nog een ‘extreme zorgzwaartetoeslag’ krijgen.”

Hoe groot is de groep die extreem veel zorg nodig heeft?

„Wij kregen vorig jaar 1.200 vragen over mensen die in de omstandigheden van Brandon terecht dreigden te komen. Voor een deel zijn dat mensen als hij, heel agressief of seksueel grensoverschrijdend. En er is een groeiende groep die tussen wal en schip valt. Bijvoorbeeld een autistische jongen met een normale begaafdheid maar heel moeilijk gedrag. Daar zijn geen stabiele woonplekken voor. Dat is rampzalig.”

Hebben zij even veel zorg nodig als iemand als Brandon?

„Ja. Soms op een andere manier. Bijvoorbeeld een jonge vrouw met autisme die ook anorexia heeft. Die komt dan in een eetkliniek waar ze haar autisme weer niet begrijpen, zodat ze bijna doodgaat.”

Hoe doet ’s Heeren Loo het, de instelling waar Brandon verblijft?

„Daar doen wij geen uitspraak over.”

Twee jaar geleden kwam Brandon daar nog wel eens buiten. Kennelijk is er toch een alternatief voor vastbinden.

„Het kan een tijd goed gaan. Tot iemand uit het zorgteam zwanger wordt. Een andere baan zoekt. Er overlijdt een ouder. Dingen waar je niets aan kunt doen, maar die een enorme terugval geven.”