Witte en zwarte volkscultuur bij elkaar op de koffie, dankzij Ali B

Willeke Alberti en Kleine Viezerik in 'Ali B op volle toeren' (TROS)

Vorige week ging zangeres Willeke Alberti (65) in het aardige programma Verborgen verleden (NTR) op zoek naar informatie over haar voorouders. Ze belandde onder meer in de strafkolonie Veenhuizen, waar verschillende van haar familieleden rond 1870 opgesloten waren geweest wegens bedelarij.

Dat gegeven schoot gisteren voortdurend door mijn hoofd, toen ik de rappers Ali B en Kleine Viezerik op de koffie zag zitten bij een keurige mevrouw in een villa in Laren. Willeke en de jongens konden het verrassend goed met elkaar vinden, zoals ook de ontmoetingen in de voorgaande twee afleveringen van Ali B op volle toeren (TROS) nogal vruchtbaar hadden uitgepakt.

De gearrangeerde muzikale uitwisseling tussen twee soorten muzikale volkscultuur, een witte en een zwarte, vormt de basis voor een ijzersterk programma, zowel in de formule als de uitwerking. Je kunt het rustig de surprisehit van dit televisieseizoen noemen.

Op volle toeren, in de jaren zeventig en tachtig gepresenteerd door de besnorde Chiel Montagne, betekende destijds het televisiedebuut van de populaire Nederlandstalige muziek. Daarvoor werden Johnny Hoes, Vader Abraham en Corry en de Rekels geacht niet te passen in de goede smaak, waar de publieke omroep voor stond. Met deze emancipatie werden de sluisdeuren geopend voor een tsunami, die uiteindelijk zou resulteren in Oh Oh Cherso.

Blanker en nationalistischer dan de huidige fans van Sterren.nl vind je ze bijna niet. Des te opmerkelijker is de beslissing van de TROS om zorgvuldig op kwaliteit geselecteerde vertolkers van „gouwe ouwen” te koppelen aan gekleurde nieuwe televisieparia’s.

De verbindingsschakel vormt troetelallochtoon Ali B, die meer dan ooit bewijst met zijn alerte gevoel voor humor en charme een programma te kunnen dragen. Hij wordt met een bij het brede publiek onbekende hiphopper (Keizer, Kleine Viezerik) op expeditie gestuurd naar een hun volslagen onbekende coryfee als Lenny Kuhr of Ben Cramer.

En daar zitten ze dan, midden in Brabant of Baarn, op de bank bij la Hollande profonde. En ondanks wederzijdse onwennigheid blijkt de opdracht om een succesnummer van de andere partij in eigen idioom te bewerken, tot werkbare resultaten te leiden.

Sterker nog: Ali B en zijn makker van dienst luisteren met open mond naar De troubadour en Telkens weer. Wat is een troubadour dan? Iemand die rondreist om liedjes te zingen over wat hem beweegt? Oh, een rapper dus!

Kuhr en Alberti ontpoppen zich als (groot)moederfiguren, die enthousiast een getatoeëerde dolende jongen aan de borst drukken.

Alleen toen Cramer zelf ging proberen te rappen, was dat een brug te ver. Het leidde tot lichte ergernis, omdat hij niet zichzelf bleef. Tot nu toe was dat het enige moment van uitzondering in een oceaan van soms iets te zoetsappige acceptatie over en weer.

Maar grappig en bovenal nuttig is het zeker, deze operatie van verbroedering achter de linies.