'We moeten er op het ministerie even mentaal doorheen'

Minister Uri Rosenthal wil nog niet ingaan op de vele berichten over Nederlandse diplomaten. Hij erkent wel dat het vertrouwen in de diplomatie onder druk staat.

De minister staart recht vooruit met de lippen stijf op elkaar. The lips are sealed? Ja, knikt hij. Uri Rosenthal, minister van Buitenlandse Zaken, loopt op eieren. Geen dag gaat voorbij of Nederlandse media melden wel iets over wat mensen van ‘zijn’ departement tegen vertegenwoordigers van de Amerikaanse ambassade in Den Haag hebben gezegd. Een gevolg van het uitlekken van de ruim 3.000 ambtsberichten die de Amerikaanse ambassade naar het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington stuurde.

Maar de minister kiest voor zwijgen. „Op dit moment.” Zoals hij eerder deze week ook al zweeg toen de Tweede Kamer hem om opheldering vroeg. De teksten die naar buiten zijn gekomen over „gesprekken die wel of niet hebben plaatsgevonden” zijn „voor rekening van de opstellers”, luidt zijn standaardantwoord. En, dat wil hij nog wel kwijt: ,,De verslagen van de gesprekken zijn vanuit Amerikaans perspectief benaderd.’’

Of hij ‘met de wetenschap van nu’ toch niet anders omgaat met zijn contacten met de Amerikanen? „Mijn communicatie met de ambassade is niet anders dan die was.” Maar, relativeert Rosenthal direct, toen WikiLeaks begon was hij ook nog maar net als minister aangetreden. „Ik heb dus nooit anders meegemaakt.”

Maar wat betekent het dan voor de diplomatie? Aarzelend komt het eruit, het ligt ook allemaal zo gevoelig. „Natuurlijk is het, ehm, nu ja, sommigen praten over trust. Er is in de diplomatie vertrouwen nodig. Dat vertrouwen is onder druk komen te staan.”

Niets meer over WikiLeaks?

Mini-puntje dan: „We moeten er hier op het ministerie natuurlijk mentaal even doorheen. Het is in zekere zin wachten tot de kust weer veilig is.”

WikiLeaks vormt hét gespreksonderwerp voor de ruim 150 Nederlandse ambassadeurs die deze week in Nederland zijn voor de jaarlijkse terugkomdagen. Dat wil zeggen: het informele gespreksonderwerp. Formeel staan zaken op de agenda als de aangekondigde bezuinigingen en veranderende vormen van diplomatie.

Over dat laatste onderwerp wil Rosenthal wel graag praten. Dat de diplomatie verandert, weet hij zeker. „Onherroepelijk.” Met of zonder WikiLeaks. „En dus moeten we moderniseren. Structuur volgt functie, of zo zou het in ieder geval móéten zijn. Deze bezuinigingen bieden een kans om te veranderen in lijn met de ontwikkelingen in de wereld. Hoofdvraag: hoe kan de diplomatieke dienst een bijdrage leveren aan de welvaartsvergroting in Nederland?”

Dat is nu niet zo?

„Jawel. Ik weet wel dat op een groot aantal posten volop in deze lijn wordt gewerkt. Maar het gaat er natuurlijk om dat de diplomatieke dienst zich er ook volop van bewust is dat toegevoegde waarde moet worden geleverd om Nederland sterker, veiliger en welvarender te maken. Als we kijken naar het duur verdiende belastinggeld dat bij ons binnenkomt, moet de vraag voortdurend zijn: waar zetten we op in? Het zou dan best kunnen zijn dat een speciaal programma sinologie meer oplevert dan een nieuw kantoor, of andere bekende zaken. Ik kan me voorstellen dat je in China meer nodig hebt dan een ambassade, consulaten, en noem maar op.

„Er zijn landen waarvan je weet dat één keer het Concertgebouw aanzienlijk effectiever is voor onze welvaartsvergroting dan welk gangbaar diplomatiek verkeer ook.”

Meer marktgericht denken dus?

„Okee, noem het zo. En dan gaat het niet alleen om handelsbevordering, maar ook om hele harde zaken als het zeker stellen, tegen een zo goedkoop mogelijke prijs, van de toevoer van strategische goederen naar ons land. Energie, ja, maar ook zeldzame aardmetalen. Een land kan tegenwoordig niet meer zonder. „

Kan dat met de huidige diplomaten?

„Het zijn vogels van diverse pluimage. Het cliché dat het allemaal keurige Leyenaren zijn, gaat echt niet meer op. Eerder zei ik: we moeten meer laptopdiplomaten krijgen. Nu met WikiLeaks kun je dat natuurlijk niet meer zeggen.”