Vrijen in de Maastunnel, 19 m onder NAP

Volgend jaar is de Maastunnel in Rotterdam 70 jaar. Voor het zover is gaat hij in mei dicht voor onderhoud. Een expositie in de tunnel toont zijn historie.

De Maastunnel in aanbouw boven en onder de grond, jaren 30. Foto's C. Kierdorff

Om het uur een glas melk. Dat was in de beginjaren het devies voor de patrouillerende verkeersagenten aan weerszijden van de Maastunnel. „De beste remedie tegen de giftige uitlaatgassen, was toen de gedachte”, vertelt Henk van der Maas tijdens een rondleiding door Europa’s eerste afgezonken tunnelverbinding.

Van der Maas is technisch beheerder van een van Rotterdams beroemdste oeververbindingen, die volgend jaar zeventig jaar oud is. Hij heeft zijn naam mee. Collega’s van Gemeentewerken noemen hem steevast Henk van der Maastunnel. „Toch ben ik niet op mijn achternaam aangenomen.”

Met een gisteren geopende tentoonstelling toont Rotterdam de geschiedenis en het belang van het Rijksmonument, dat de noord- en de zuidoever van de Nieuwe Maas met elkaar verbindt. In het roltrappengebouw aan weerszijden van de rivier zijn onder meer een montage van historisch beeldmateriaal te zien van de vier buizen: twee voor het gemotoriseerde verkeer, een voor fietsers en een voor voetgangers. De bouw ging op 15 juni 1937 van start, de opening volgde op 14 februari 1942 (Valentijnsdag).

Dichter Jan Prins (1876-1948) betuigde zijn liefde voor Nederlands oudste tunnel met een kwatrijn:

Een lichtbaan, die den nacht doorschrijdt,

Een pad door stilte en eenzaamheid,

Lever ik leven’s schatten uit:

Van Zuid aan Noord, van Noord aan Zuid.

Prins’ dichtregels zijn ruim twee jaar geleden in woord en geluid aangebracht in de zuidelijke ingang van het ontwerp van architect Ad van der Steur (1893-1953). Over twee maanden markeert het Rotterdamse Centrum Beeldende Kunst de noord- en de zuidzijde van de tunnel met telkens verspringende neonletters ‘Daar’ en ‘Hier’. „We zijn trots op dit bouwwerk”, benadrukte wethouder Alexandra van Huffelen (binnenstad en buitenruimte, D66) gisteren.

Maar de door haar geopende expositie is ook een aankondiging van mogelijk barre tijden voor Rotterdammers. Wegens onderhoudswerkzaamheden gaat de tunnelbuis die het autoverkeer van noord naar zuid leidt medio mei voor twaalf weken op slot. Gevreesd wordt voor een verkeersinfarct, want de – inclusief af- en aanritten – 1.070 meter lange Maastunnel vervult nog altijd een cruciale rol in het wegennetwerk van de tweede stad van Nederland. Dagelijks rijden 75.000 auto’s door de twee tunnelbuizen. „Dat is meer dan de Erasmusbrug en de Willemsbrug samen op één dag te verwerken krijgen”, zegt Van der Maas.

Maar de stad heeft geen keuze; het onderhoud kan niet langer wachten. In 2014 wordt een nieuwe tunnelwet van kracht. De Maastunnel voldoet (nog) niet aan de aangescherpte milieueisen. De eerste asbestdeeltjes laten los, vertelt Van der Maas in een van de schachten van het gebouw. „Nu in nog ongevaarlijke concentraties, maar als we niets doen en de tunnel zou over een paar jaar getroffen worden door een grote brand, is dat slecht nieuws.” Ook het ventilatiesysteem wordt aangepakt en daarmee de 32 reusachtige pers- en zuigventilatoren en de 2.250 ventilatiekokers.

Grote rampen zijn de oeververbinding in bijna zeventig jaar bespaard gebleven. Vorig jaar ontstond – een snel bedwongen – brand, nadat een roekeloze automobilist met 120 kilometer per uur door de tunnel was gereden. Een paar vonken waren genoeg om de hoogste staat van alarm af te kondigen. De schade van de dollemansrit bleef beperkt. In de tunnel geldt een snelheidslimiet van 50 kilometer per uur en daar wordt streng op gecontroleerd.

Maar in de controlekamer zien de medewerkers van Stadstoezicht meer dan alleen lange rijen op en neer rijdende auto’s. In totaal 68 camera’s hebben zij tot hun beschikking en dat 24 uur per dag. Ook in de fiets- en voetgangerstunnel. „Ja, wij zien nog weleens wat”, knipoogt een van de toezichthouders, zittend achter een paneel met 22 beeldschermen. Vooral in het weekeinde is het raak, vertelt hij: van beschonken nachtbrakers die als zombies door de voetgangerstunnel zwalken tot verliefde stelletjes die een nummertje maken op 19 meter 20 onder NAP (maximale diepte). „Kan allemaal in Rotterdam, meneer!”

Het had weinig gescheeld of de Maastunnel was nooit gebouwd. Al in 1899 werd gesproken over de noodzaak van een ondergrondse verbinding om de groeiende verkeersstromen in de havenstad het hoofd te bieden. Toch ging de voorkeur aanvankelijk uit naar een tweede brug, naast de Willemsbrug uit 1878. Toen bleek dat daarvoor het Witte Huis, decennialang het hoogste kantoorgebouw van Europa, moest sneuvelen, werd alsnog besloten plannen te maken voor een verbinding onder water. Op 13 mei 1933 besloot de gemeenteraad van Rotterdam tot de aanleg van de Maastunnel. Totale kosten: 19,5 miljoen gulden.

Grootste blikvanger zijn ook anno 2011 de acht massieve roltrappen, waarmee fietsers en voetgangers een hoogte van 16,94 meter overbruggen. Elke roltrap kan per uur 8.880 voetgangers of 1.800 fietsers naar boven of beneden vervoeren. „Vanwege het onderhoud zijn ze ons grootste zorgenkind, maar tegelijkertijd vertegenwoordigen ze grote historische waarde”, zegt Van der Maas.

In de jaren vijftig waren roltrappen nog een bezienswaardigheid. Menig schoolreisje deed om die reden Rotterdam dan ook aan, weet Van der Maas. In die jaren gebruikten dagelijks 40.000 fietsers de roltrappen. Nu ligt dat aantal lager, al nemen de aantallen weer toe, zegt Van der Maas. „Rotterdammers stappen de laatste jaren vaker op de fiets.”

Van der Maas zegt verknocht te zijn aan de tunnel. „Een oude dame van bijna zeventig wier liefde ik helaas moet delen met anderen.”