Tunesische regering heft verbod op politieke partijen op

De Tunesische interim-regering heeft vandaag  in de ministerraad besloten het verbod op verschillende politieke partijen op te heffen en amnestie te verlenen aan politieke gevangenen, meldt Reuters.

Onderwijsminister en oppositieleider Ahmed Ibrahim spreekt van een “historische dag”. Hij benadrukte dat de amnestie ook geldt voor mensen die gevangen zitten, omdat zij lid zijn van de verboden moslimbeweging Ennahda. Volgens persbureau AP zaten er in 2007 zo’n tweehonderdzeventig mensen gevangen wegens hun politieke of religieuze opvattingen, dit waren merendeels leden van Ennahda.

Ennahda is één van de partijen die echt verboden was door oud-president Ben Ali, legt Carolien Roelants, buitenlandredacteur van NRC Handelsblad uit.

Je had de tamme oppositie waarvan de leiders weleens opgepakt werden als ze te ver gingen en zich daarna koest hielden. Die mochten ook meedoen bij de verkiezingen maar die bereikten niks. De echte verboden partijen waren die van de communisten, wat linkse oppositie en Ennahda. Ben Ali zei altijd tegen het Westen dat die laatste, de fundamentalisten, Tunesië en Noord-Afrika bedreigden en dat het Westen hem daarom moest steunen.

Nu het verbod op Ennahda wordt opgeheven zal de leider Rached Ghannouchi waarschijnlijk terugkeren uit zijn ballingschap in Londen en deelnemen aan de nieuwe verkiezingen. Het is nog maar de vraag of de politieke partij genoeg steun heeft om een rol te spelen in een nieuwe Tunesische regering:

“Door de onderdrukking van Ben Ali weet niemand hoeveel steun de verschillende partijen hebben. Pas dan weten we hoe sterk fundamentalistisch het land is en hoe de verhoudingen liggen. Dat moet zich nu uitkristalliseren. Het Westen is altijd bang geweest voor fundamentalisten. Maar Ennahda bestaat uit politieke fundamentalisten, geen gewapende.”

Vanochtend demonstreerden ongeveer vijftienhonderd mensen in de straten van Tunis tegen de maandag aangetreden interim-regering. De protesten houden aan, ondanks het vertrek van Ben Ali, omdat veel bewindslieden van zijn regime opnieuw in de interim-regering zijn benoemd. In de nieuwe regering namen ook oppositieleiders plaats. Dinsdag stapten daar vier van op.