Protesteren doe je vooral voor jezelf

In Moskou demonstreren jongeren tegen de opkomst van extreem-rechts. Marina Achmedova (31) vreest dat de volgende revolutie van vandalen komt.

Voor een portiek in het centrum van Moskou herdenken tientallen jongeren de 33-jarige mensenrechtenadvocaat Stanislav Markjelov en de 25-jarige journaliste Anastasia Baboerova. Twee jaar geleden werden ze hier doodgeschoten, waarschijnlijk door een lid van een rechts-extremistische beweging, die jarenlang door het Kremlin bleek te zijn gefinancierd.

De meeste herdenkers zijn antifascisten. Ze leggen rode rozen en anjers bij de portretten van de slachtoffers en zetten waxinelichtjes neer. Schrijfster en journaliste Marina Achmedova (31) is ook gekomen. „Ik ga zo dadelijk ook meelopen in de demonstratie”, zegt ze, rillend van de vrieskou.

Achmedova is bezorgd over de toekomst van haar land, sinds in december 7.000 voetbalfans de straat opgingen om hun woede te uiten, nadat een van hun kameraden in een ruzie met jongeren uit de noordelijke Kaukasus werd gedood. Tijdens hun protest op het Manegeplein sloegen ze een paar Kaukasische jongens halfdood. In Moskou hing een sfeer van pogroms en wraakacties. „Onder die supporters bevonden zich tal van rechts-extremisten, die qua opvattingen niet van die supporters verschillen. Samen vormen ze een politieke kracht die niet meer door de staat wordt beheerst.”

Juist daarin schuilt het gevaar, zegt ze. „Van de intelligentsia hoef je geen revolutie te verwachten. Die weten heel goed dat ze geen kans maken, omdat Poetin in de provincie nog altijd heel populair is, dankzij de propaganda op de staatstelevisie. Maar als die extremisten in opstand komen, is het einde zoek.” Onder hen bestaat volgens haar grote onvrede over de toestand in Rusland. Tijdens het protest kwam die tot uiting. „Ze stonden daar heus niet alleen te schreeuwen omdat een van hun kameraden was gedood.”

Dat de fans enkele dagen na hun protest openlijk steun kregen van Poetin zegt genoeg. „De premier is gewoon bang om hen als kiezers te verliezen en manifesteerde zich daarom als populist.”

Dan voegt Achmedova zich bij de groep van zo’n 1.000 demonstranten die een optocht aan het vormen zijn. Een groot deel van hen is gemaskerd. „Ze zijn bang om door de politie gefotografeerd te worden.”

Spandoeken worden onthuld, leuzen als ‘geen fascisme - geen probleem’ gescandeerd. De mars over een kilometer van de Tverboulevard kan beginnen. „Zo’n demonstratie is alleen maar goed voor de deelnemers, want er verschijnt niets over op de staatskanalen”, zegt ze.

Als een half uur later achterin de stoet fakkels worden ontstoken en de politie overgaat tot de eerste arrestaties, loopt ze zwijgend verder. „Gedenk onze strijd”, roepen de betogers. Een paar minuten later is het protest voorbij. Zo’n twintig deelnemers zijn gearresteerd. De overige betogers lopen naar de metro. Marina gaat naar huis, verder met haar nieuwe roman.