Pieter de Gooijer ging brug te ver

Topambtenaar Pieter de Gooijer had de besluitvorming over Uruzgan moeten overlaten aan zijn politieke baas in plaats van zelf politiek te bedrijven, vinden Maud van de Wiel en Marike Simons.

De directeur-generaal politieke zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Pieter de Gooijer, heeft – volgens de Amerikaanse ambtsberichten – via de Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO toenmalig minister Bos (Financiën, PvdA) onder druk proberen te zetten om in te stemmen met het verlengen van de missie in Uruzgan. Dat schreef deze krant op 15 januari, op basis van een van de cables van de Amerikaanse ambassade in Den Haag.

Voordat mensen denken dat politiek bedrijven door ambtenaren alleen gebeurt in de internationale wereld – het gebeurt op alle niveaus. Daar kunnen we schande van spreken, maar dat doet geen recht aan het fenomeen waarmee zowel politici als ambtenaren dagelijks worstelen – waar ligt de grens tussen politiek bedrijven en opereren met politiek gevoel? Toch mogen we blij zijn dat deze grenzen worden opgezocht en opgerekt. Slechts één ding is erger dan ambtenaren die over de schreef gaan. Dat zijn ambtenaren die een meer dan veilige afstand houden tot de politiek.

Politiek gevoel in het openbaar bestuur is essentieel voor ambtenaren, maar wat is het eigenlijk? Neem een ambtenaar die zo veel mogelijk informatie verzamelt om zijn politieke baas goed te informeren en te adviseren. Hiervoor kan het uiteraard nodig zijn om gesprekken te voeren met alle belanghebbenden, maar wat de ambtenaar nooit uit het oog mag verliezen, is de positie en de mening van de politiek bestuurder voor wie hij werkt.

Te vaak wordt eerst allerlei inhoudelijke informatie verzameld en vanuit het ambtelijk apparaat een advies geformuleerd, zonder van te voren te vragen aan de bestuurder wat hij of zij eigenlijk belangrijk vindt, of er nog cruciale politieke informatie is die de ambtenaren moeten meenemen en wat de eventuele hete hangijzers zijn in de coalitie.

Deze informatie is nodig om het politieke proces goed te kunnen beheren. Dit klinkt duidelijk, maar wanneer gaat een ambtenaar bij het in goede banen leiden van de politieke besluitvorming over de grens en bedrijft hij zelf politiek? Dat hangt samen met de houding die de ambtenaar aanneemt ten opzichte van zijn politieke bestuurder. Een grens wordt overschreden zodra een ambtenaar de mening van een bestuurder vraagt met als voornaamste doel deze mening onderuit te halen, omdat hij of zij zelf een andere mening is toegedaan. Nog erger wordt het als de ambtenaar hiermee doorgaat nadat het besluit is bekrachtigd door de volksvertegenwoordiging.

Een ander voorbeeld is de ambtenaar die zelf tegenkrachten organiseert – bijvoorbeeld belangengroepen of zelfs volksvertegenwoordigers activeert om de richting van het politiek bestuur ‘bij te sturen’. En heel soms, zoals in het geval van De Gooijer, proberen ambtenaren via andere politieke bestuurders hun zin, of die van hun politieke baas, door te drijven. Hij was daarmee geen goede adviseur van zijn politieke baas.

Of De Gooijer nu zelf van mening was dat we in Uruzgan moesten blijven of niet, doet niet ter zake. Misschien was het zijn politieke overtuiging, of was hij gewoon geïmponeerd door de Amerikanen. Wat hij had moeten doen, was uitleggen aan zijn Amerikaanse collega’s hoe de hazen lopen in Nederland, of hoe hazen als Bos juist niet lopen, en het politieke werk overlaten aan de politici. Extra chic was het geweest als hij vervolgens met open vizier bij Bos had gemeld dat hij, en wellicht anderen, onder druk werden gezet door de Amerikanen om hem op andere gedachten te brengen. Voormalig minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) sprong in deze krant van 18 januari voor de ambtenaar in de bres door te verklaren dat een politiek gevoelige topambtenaar als De Gooijer nooit verder zal gaan dan zijn bewindspersoon, in dit geval Verhagen (CDA), toestaat. Als dat waar is, laat Verhagen zijn voormalige vertrouweling nu de klappen opvangen. Sterker nog, hij heeft hem in het verleden al in een lastig parket gebracht, door hem te vragen een klus te klaren die uitsluitend en alleen de politicus zelf kan doen – het onder druk zetten van een medebewindspersoon op een politiek explosief dossier.

Dit maakt van De Gooijer nog geen willoos slachtoffer. Als een politiek bestuurder een oneigenlijke opdracht geeft, hoor je de intuïtie en de moed te hebben de politicus hierop te wijzen. Een ambtenaar bedrijft zelf immers nooit politiek. Hij kan hooguit de bestuurder hierin bijstaan. Dat hoort zelfs bij zijn taken, evenals het in goede banen leiden van de politieke besluitvorming – een taak waaraan menig ambtenaar zich overigens ten onrechte onttrekt.

Nu bovendien bekend is geworden dat De Gooijer door het kabinet tot ambassadeur van Nederland bij de Europese Unie is benoemd, net voor het naar buiten komen van de cables, is hij zelf een politiek issue geworden. Een ambtenaar die een politiek probleem is, kan onmogelijk nog onafhankelijk functioneren.

Maud van de Wiel en Marike Simons helpen de politiek-bestuurlijke sensitiviteit van ambtenaren te vergroten.