Pacman met pantoffeldier, daar kan geen spel tegenop

Met pantoffeldiertjes kun je Pacman spelen, flipperen en voetballen.

Biotische spelletjes zouden nog weleens de gamesector kunnen gaan veroveren.

Levende pantoffeldiertjes kunnen meespelen in computergames. Dat laten wetenschappers van Stanford University zien in de jongste editie van het wetenschappelijk tijdschrift Lab on a Chip.

Pantoffeldiertjes (Paramecium caudatum) zijn eencelligen met trilhaartjes waarmee ze schokkerig rondzwemmen. Ingmar Riedel-Kruse van Stanford bedacht dat je met deze pantoffeldiertjes klassieke computerspelletjes kunt spelen, zoals Pacman, het virtuele tennisspel Pong en digitaal flipperen of voetbal.

Pantoffeldiertjes die in een piepklein vierkant bakje leven, laten zich sturen door elektroden of door chemicaliën die in hun omgeving worden geïnjecteerd. Riedel-Kruse plaatste een camera boven de plastic bakjes (van 1 bij 1 cm) met pantoffeldiertjes en projecteerde hun gezwem op een computerscherm. Ook ontwikkelde hij een joystick waarmee spelers bijvoorbeeld het elektrisch veld kunnen variëren. De pantoffeldiertjes zwemmen graag in de richting van een negatieve elektrode.

Bij een van de simpelste spelletjes is het doel de pantoffeldiertjes zoveel mogelijk binnen een virtueel vierkantje op het scherm te laten zwemmen. In het voetbalspel duwen de pantoffeldiertjes een virtuele bal op het scherm voor zich uit, totdat die in het doel belandt. In het spel Pac-mecium ‘jagen’ de pantoffeldiertjes op virtuele gistcellen en worden ze achterna gezeten door een babyzebravis, ook in het echte leven de schrik van het pantoffeldiertje. De spelletjes ogen dynamisch, doordat pantoffeldiertjes ondanks een geringe lichaamslengte van grofweg 0,1 millimeter snel kunnen zwemmen.

„Wij hopen dat biologische spelletjes mensen nieuwsgierig zullen maken naar dit soort processen die je met het blote oog niet kunt volgen”, aldus Riedel-Kruse in een persbericht. In de studie schrijft hij dat pantoffeldiertjes meer dan een uur lang ‘speelbaar’ zijn voordat ze vervangen moeten worden. Dierenmishandeling? Riedel-Kruse benadrukt dat pantoffeldiertjes geen brein hebben en geen pijn voelen.

Hij meent dat zijn games in eerste instantie geschikt zijn voor het onderwijs. Studenten kunnen eencelligen observeren en bekijken hoe ze op prikkels reageren. De spelletjes zijn niet alleen op het lab gespeeld, maar ook daarbuiten door bezoekers van een open dag. Riedel-Kruse meent dat deze nieuwe generatie spelletjes ook de de amusementssector kan veroveren. „Net als computerspelletjes kunnen biotische spelletjes een belangrijke gangmaker worden van economie, technologie en wetenschap.” Grootspraak? Riedel-Kruse schrijft: ‘Vijftig jaar geleden kon ook niemand zich voorstellen dat computers in elk huishouden zouden staan en dat veel mensen ze zouden kopen om spelletjes op te doen’.

Volgens Riedel-Kruse hebben zijn games iets te bieden waar geen computergame tegenop kan: het echte leven. ‘Gamers gaan nu op in virtuele biologische werelden. De rekenkracht van computers is in korte tijd enorm toegenomen, maar toch lukt het niet om een zwemmende eencellige op een goede manier te simuleren. Dit is geen simulatie, maar het echte leven. Biologische spellen kunnen in games een tot nog toe ongekend niveau van realisme introduceren.’ Misschien wacht pantoffeldiertjes een mooie toekomst in de game-industie.

Bekijk filmpjes van de pantoffelgames op www.stanford.edu/group/riedel-kruse