Onderschat vooral de voedselfactor niet

Wat hebben Amerikaanse legerrekruten, de onlusten in Tunesië en het klimaat in Rusland met elkaar te maken?

Ze maken onderdeel uit van een mondiaal voedselsysteem.

Van David Wallerstein, een bestuurder van McDonald’s, wordt gezegd dat hij het ‘supersizen’ heeft bedacht, het aanbieden van extra grote porties, wat al snel werd overgenomen door andere fastfoodketens. Dat bleef niet zonder gevolgen: overgewicht en suikerziekte hebben steeds meer gevolgen voor de Amerikaanse samenleving en rukken ook op in Europa. Vorig jaar bleek dat meer dan een kwart van de Amerikaanse 17- tot 24-jarigen te dik is om in het leger te kunnen dienen, dat dan ook moeite heeft om rekruten aan te trekken.

De relatie tussen voedsel, landbouw en de loop van de geschiedenis is lange tijd verwaarloosd. Een andere Wallerstein, Immanuel, was een geschiedkundige die in zijn boek The Modern World System de ban doorbrak. Voedsel, landbouw en klimaat hebben een grote structurele invloed op de historische ontwikkeling.

Ook de politieke omwenteling die dezer dagen in Tunesië plaatsvindt, heeft te maken met voeding. De hoge voedselprijzen droegen bij aan het explosieve klimaat waarin president Ben Ali gedwongen werd te vluchten naar Saoedi-Arabië. Zijn concessie om de – al gesubsidieerde – voedselprijzen te verlagen kwam te laat.

Ben Ali’s lot heeft al geleid tot speculaties over politieke onrust in andere landen. Toen de voedselprijzen in de zomer van 2008 tot recordhoogte stegen, ging dat vooral om de prijs van rijst. De onrust die uitbrak vond plaats in Aziatische landen als Bangladesh en de Filippijnen.

De prijspiek van nu is volgens de Voedsel- en landbouworganisatie FAO van de Verenigde Naties al hoger dan destijds. Maar ditmaal is de prijs van rijst het probleem (nog) niet, maar wordt de recordrace geleid door de prijs van graan. Tunesië heeft, volgens de jongste FAO-landenrapportage, door tegenvallende regen te kampen met een oogst die bijna de helft lager belooft uit te pakken dan vorig jaar. Het land was al een netto-importeur en moet nu méér invoeren tegen de zeer hoge prijzen op de wereldmarkt. De overheid houdt zijn voedselsubsidies onder die omstandigheden niet vol. Het stilzwijgende contract tussen staat en bevolking: maatschappelijke gehoorzaamheid in ruil voor goedkoop voedsel, breekt.

In de rest van het Midden-Oosten en Noord-Afrika verschilt de situatie sterk. Afgezien van Turkije, dat jaren doormaakt waarin het netto-exporteur is, voeren vrijwel alle landen graan in. Voor alle landen loopt de rekening dus op met de prijzen op de wereldmarkt, maar landen als Egypte, Algerije, Jemen en Iran stellen daar nog een redelijke tot goede binnenlandse oogst tegenover.

Als de FAO-rapportages kloppen zijn Marokko, Syrië en Libanon de landen met tegenvallende oogsten, die de dubbele klap krijgen van fors hogere import tegen recordprijzen.

Maar als de hele regio netto importeur is, wie is dan de exporteur? Rusland. Maar dat maakte vorig jaar bekend de export van graan sterk te beperken, als gevolg van extreme droogte en bosbranden. De prijzen schoten daarop omhoog, en speculanten op de voedseltermijnmarkten deden de rest.

Zo draagt de Russische droogte bij aan Ben Ali’s val vijfduizend kilometer westwaarts. Hoe modern we onszelf ook vinden, voedsel mag niet worden onderschat. Of het nu de goedkope overvloed is van de McDonald’s of het dure tekort in Tunis.

Maarten Schinkel is redacteur van NRC Handelsblad