Mojito erbij en Bach wordt trendy

In de zoektocht naar jong publiek presenteren drie orkesten deze week nieuwe concertvormen. Klassiek in Paradiso, of in een zitzak kennismaken met J.S. Bach.

„Het beeld dat ik van klassieke muziek heb? Serieus, rustgevend, en saai. Hopelijk blijkt dat niet te kloppen!” Anwar Winter (27) groeide op met hiphop en soul. Via een vriendin werd hij getipt op de eerste Classic Club Night, een initiatief van het Rotterdams Philharmonisch Orkest om meer publiek tussen de 20 en 40 jaar aan te trekken. Kamermuziek krijgt een informele setting: bankjes, zitzakken, mojito’s en loungemuziek zetten de toon in de Willem Burger Hal in de Doelen.

Classic Club Nights valt dezer dagen samen met nieuwe experimenten van het Nederlands Kamerorkest en het Koninklijk Concertgebouworkest. De noodzaak van orkesten om een breder en jonger publiek te trekken wordt al langer gevoeld. Het Sociaal en Cultureel Planbureau becijferde dat de laatste decennia een golfbeweging in het concertbezoek plaatsvond, waarbij de top van de golf steeds ouder werd. Vooral de generatie van 1934 tot 1941 bleef trouw kaarten kopen. Nieuwe generaties zijn minder loyaal. De vergoelijking dat het publiek bij klassieke concerten altijd al grijs was, gaat dus niet helemaal op.

,,We hopen een ander publiek te trekken dan in het Concertgebouw, niet per se alleen jonger”, zegt Bas van Donselaar van het maandagavond in Paradiso optredende Nederlands Kamerorkest. „We gaan de concertbeleving minder formeel en intiemer maken, zonder inhoudelijk water bij de wijn te doen. Dus geen cross-overs.” Het kamerorkest zit midden op de vloer, het publiek met een drankje er dicht omheen, luisterend naar onder meer Bach en een slagwerkimprovisatie die overloopt in Schuberts Der Tod und das Mädchen.

Het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) gaat wél de cross-over aan. Op Koninginnenacht wordt het podium gedeeld met singer-songwriter Patrick Watson. Maar ook die samenwerking is vanuit de inhoud gedacht, zegt zakelijk directeur David Bazen. „Modern orkestrepertoire wordt gekoppeld aan kwaliteitspop, arrangementen voorkomen harde knippen daartussen.” Daarnaast is het KCO de verbredende AAA-serie gestart, die barrières moet slechten tussen verschillende genres. Bazen: „Door samenwerking met het Stedelijk Museum worden cultuurliefhebbers getrokken die uit zichzelf minder snel naar een klassiek concert gaan.” Een nachtconcert in intieme setting, morgenavond geprogrammeerd vlak ná het ‘gewone’ concert met de Zevende van Mahler, is ook een uiting van de zoektocht naar nieuwe concertvormen.

In Rotterdam zijn grijze hoofden vanavond duidelijk in de minderheid onder de tweehonderd bezoekers van de Classic Club Night. Jongeren blijken een attractie; ze worden uitgebreid geënquêteerd, en gefotografeerd. De avond moet zijn vorm nog vinden: na een sterk begin met Piazzolla wordt de vaart er steeds uitgehaald door eindeloze podiumpraatjes. Dat klassieke muziek uitleg nodig heeft blijft een hardnekkig misverstand.

„Er werd wat veel geluld”, vindt ook Renee Boomstra na afloop, „en ik had meer een mix met clubmuziek verwacht. Volgende keer ga ik toch weer naar de gewone concertzaal, dan is er voor de muziek zelf meer aandacht.” Anwar Winter miste ook ‘pit’. „Maar het was mooi qua entourage, met die videobeelden erbij. Klassiek nog steeds saai? Nee, eigenlijk niet.”

Volgende Classic Club Night: 9/3, zie classiclab.nl. Ned. Kamerorkest, 24/1 Paradiso. Nachtconcert KCO 21/1. KCO +Patrick Watson: 29/4.