Mahler jong en wild

City of Birmingham Symphony Orchestra/Andris Nelsons. Werk van Mahler en Rachmaninoff. 19/1 Concertgebouw A’dam. ****

Het is zijn derde seizoen als chef van het City of Birmingham Symphony Orchestra. Veel beter had de Letse dirigent Andris Nelsons (32), oud-leerling van Mariss Jansons en in oermuzikaliteit en aanpak diens verwante – het zo vroeg in zijn carrière niet kunnen treffen. Aan het CBSO heeft hij een orkest dat ontvankelijk is voor zijn instinct voor schoonheid en drama, maar dat ook de kwaliteit heeft om hem als dirigent verder te laten groeien.

Nelsons leidt in Birmingham zijn eigen meerjarige Mahler-cyclus. Wijs was het dat hij juist de Eerste symfonie koos voor zijn korte tournee met het orkest deze week. Nelsons is jong, en zo ook klinkt zijn Mahler – maar in puur positieve zin. Pril natuurontwaken mondde uit in een explosie van levenslust (I) en stroomde via een aanstekelijk boerenstoere dans (II) naar het ingetogen derde deel. Nelsons charmeerde en imponeerde door zijn voelsprieten voor symfonisch theater en zijn grote gave voor bedwelmende klankschoonheid. Alleen midden in het slotdeel raakte de rode draad soms zoek in een kluwen van hoofd- en bijzaken.

Als opwarmer klonk het Derde pianoconcert (“Rach 3”) van Rachmaninoff: nec plus ultra van de romantische pianoconcertliteratuur en als geen ander werk uit het standaardrepertoire berucht, bemind én beschimpt.

Nikolaj Lugansky is een pianist van zowel technisch als interpretatief absoluut topniveau. In Rachmaninoff bleek hij opnieuw als weinig andere meesterpianisten van nu in staat de nodige vetheid te realiseren zonder modderig te worden. In Nelsons vond hij een partner die hem meer ruimte gunde dan de vorige CBSO-chef Oramo op een (succesvolle) cd.

Nelsons en Lugansky pasten ook bij elkaar in hoe zij Rachmaninoffs in de kern troffen. Niet zozeer epaterend met Grote Gebaren als wel toverend met details oogstten zij een begrijpelijke, zeldzame publiekstriomf.