Lusteloze allochtonen

Het was een eigenaardige bijeenkomst, afgelopen weekend in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Het publiek was niet blank of boven de vijftig, maar qua leeftijd en afkomst zo gemengd dat je nu eens de Hollandse heren in driedelige pakken kon tellen. De paar die er waren, droegen gympies onder hun pakken, wat misschien een statement is, maar lelijk blijft. Het eigenaardige was ook dat de bekende en minder bekende Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse mannen en vrouwen die de schouwburg hadden overgenomen niet in alle uitbundigheid de bloemetjes buiten aan het zetten waren. Het was een feest, maar in het glorieuze gebouw hing een merkwaardige sfeer van melancholie.

Het ging om het jubileum van Atana, een organisatie die zich inzet voor meer diversiteit in de besturen van culturele instellingen. Het begon tien jaar geleden met staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur, PvdA), die wees op het misverstand dat de Nederlandse cultuur ‘af’ was en het cultuurbeleid daarom niet meer voorstelde dan wat routinematige onderhoud. „Het cultuurbeleid is alleen ‘af’ voor degenen die er nu profijt van hebben. Ik wil me ook richten op degenen die er nu niet van profiteren”, schreef Van der Ploeg.

Dat waren de allochtonen. Er moest meer diversiteit komen, zowel op de podia als in de zalen, maar hoe deed je dat? Wat moest je veranderen? Verander je het aanbod en zet je rappers en kawinabandjes op het podium van het Concertgebouw, of verander je het publiek, door te doen aan cultuureducatie en volksverheffing?

Het lukte uiteindelijk geen van beide. Wat wel lukte, was het diverser maken van de besturen van de instellingen, dankzij het Atana-initiatief, dat heel praktisch te werk ging: cursussen aan hoogopgeleide allochtonen om bestuurlijke vaardigheden te verwerven. Kunstinstellingen kwamen niet meer weg met het argument dat ‘ze er niet zijn’, allochtonen, vrouwen, jonge bestuurders. Enkele honderden allochtonen kwamen in de besturen van musea en theaters terecht. Er was dus alle reden voor een feestje, afgelopen zaterdagavond.

Waarom was de stemming niet uitgelaten? Misschien omdat het geen echt feestje was. Er waren hapjes en drankjes, maar ook lezingen, paneldiscussies en werkgroepen. Dat hoort op een bijeenkomst van de allochtone culturele elite, maar er was weinig intellectueels aan de presentaties. Een mevrouw zei dat er nu „meer kansen waren dan ooit” en dat men moest ophouden „het slachtoffer uit te hangen”. Goed, ze was van de VVD, maar waarom was ze uitgenodigd? Er was een workshop televisiejournalistiek die werd gegeven door Humberto Tan. Het werd RTL Boulevard-journalistiek, maar wat had men anders verwacht? Aan het slot was er een optreden van Jörgen Raymann, alsof we vooral niet de indruk willen wekken aan hogere cultuur te doen.

Daarmee is de melancholie nog niet verklaard. Het is voor de cultuur en voor allochtonen de moeilijkst denkbare tijd in Nederland. Nog maar tien jaar geleden moest de meerderheid leren om meer rekening te houden met minderheden. Het huidige kabinet wil het omgekeerde. Dat is krankzinnig.

De aanwezige, allochtone, culturele elite, die de voorhoede zou moeten zijn in het protest, was eerder lusteloos dan strijdbaar. Het was alsof men wegkroop onder de muffe deken van bekrompenheid die dit kabinet over de samenleving legt. Niemand leek behoefte te hebben het ideaal van beschaving met hartstocht te verdedigen, behalve één man, de oprichter van Atana, in pak met gympies daaronder, die naar de zaal wees en door de microfoon zei: „De politiek is te achterlijk om in te zien dat dit het nieuwe Nederland is, maar jongens, alsjeblieft, doe je best. Ze verdienen het niet, maar we gaan het ze gewoon gunnen.”

Ik vergaf hem de gympies.