Kleine planetoïde is een brokstuk van mantel Vesta

Amerikaanse en Duitse astronomen hebben een brokstuk gevonden van het inwendige van Vesta, een 500 kilometer grote planetoïde die tussen Mars en Jupiter om de zon draait. Het gaat om een duizend meter groot rotsblok dat in een elliptische baan om de zon draait en afgelopen jaar vrij dicht bij de aarde kwam. Het werd ooit uit Vesta weggeslingerd toen die in botsing kwam met een andere planetoïde, zo melden Vishnu Reddy en collega’s binnenkort in het vakblad Icarus.

Vesta is een van de ontelbare overblijfselen uit de ontstaansperiode van het zonnestelsel. Vele van deze puinbrokken botsen soms tegen soortgenoten. Ook Vesta heeft dat meegemaakt, zoals blijkt uit een reusachtige krater in het zuidpoolgebied van de planetoïde. Tijdens deze inslag werden vele kleinere brokstukken weggeslingerd. Een deel daarvan bleef rond de baan van Vesta hangen, maar sommige werden door de zware planeet Jupiter in een baan getrokken die hen periodiek in de buurt van de aarde bracht.

Van een groep kleine planetoïden rond de baan van Vesta werd al een tijdje vermoed dat het overblijfselen van Vesta’s korst zouden kunnen zijn. Maar nu is van een van deze kleinere planetoïden, 1999 TA10 genaamd, aangetoond dat hij van grotere diepte uit Vesta komt. Deze planetoïde kwam afgelopen jaar vrij dicht bij de aarde en werd toen bestudeerd met een grote infraroodtelescoop op Hawaii. Zijn samenstelling komt overeen met die van het inwendige van Vesta, en niet met de korst van dat hemellichaam. Vooral de verhouding tussen twee mineralen, wollastoniet en ferrosiliet, is daarbij doorslaggevend. Die verhouding is in de kost anders dan in de mantel van Vesta.

De nieuwe waarnemingen laten zien dat de inslag op Vesta zo krachtig was dat niet alleen stukken van de korst, maar ook dieperliggend materiaal werd weggeslingerd. En aangezien dit een andere samenstelling heeft dan de korst, bevestigt dit de theorie dat Vesta geen homogeen hemellichaam is, maar uit een korst, mantel en ijzerrijke kern bestaat. Vesta moet kort na zijn ontstaan deels gesmolten zijn geweest, waardoor lichtere materialen konden opstijgen en zwaardere dalen. Vesta heeft dus dezelfde opbouw als de aarde-achtige planeten – Mercurius, Venus, de aarde en Mars – en is daarmee uniek onder de planetoïden.

Vesta is ook het eerste doelwit van Dawn, een sonde van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. Dawn moet in augustus in een baan om Vesta komen, om deze onvolgroeide planeet vervolgens een jaar lang in detail te bestuderen.