In harnas aan de muur

De beelden van de jongen doen historicus Vijselaar denken aan eeuwen terug.

Nu nog worden patiënten aan de barbaars ogende behandelingen onderworpen.

Het beeld van Brandon, vastgebonden aan de muur van zijn kamer in instelling ’s Heeren Loo, kwam Joost Vijselaar direct bekend voor. Hij is bijzonder hoogleraar geschiedenis van de psychiatrie aan de Universiteit Utrecht. Het beeld deed hem denken aan een in de psychiatrie beroemde afbeelding van de patiënt William Norris, die aan het begin van de negentiende eeuw twaalf jaar zat vastgeketend in Bedlam, het bekendste ‘dolhuis’ van Engeland. „Eigenlijk op dezelfde manier, in een soort harnas en aan een beugel in de muur”, zegt Vijselaar. De afbeelding had grote invloed op de Engelse psychiatrie. Norris werd een symbool van de mensonwaardige toestanden in de Engelse gestichten.

Twee eeuwen later zijn er nog altijd patiënten die aan deze barbaars ogende behandeling worden onderworpen, zij het minder vaak en minder lang achter elkaar. Volgens het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE), dat zorginstellingen adviseert over de omgang met zeer complexe patiënten, worden in Nederland ongeveer veertig patiënten geregeld vastgebonden. Daarnaast staan instellingen vaak op het punt het te doen. Vorig jaar kreeg het CCE elfhonderd vragen over onberekenbare, agressieve patiënten als Brandon. Het CCE adviseert meestal de patiënt niet vast te binden, maar te isoleren in een ruimte waar hij niets kan vernielen en niemand kan aanvallen. Slechts een enkele keer acht het CCE vastbinden acceptabel.

In de tijd van William Norris is deze werkwijze normaal, maar dat zou niet lang meer duren. In de jaren dertig van de negentiende eeuw ontstaat in Engeland een beweging genaamd non-restraint die af wil van de fysieke dwangmiddelen in de inrichtingen. Dwangbuizen, die ruim een eeuw eerder de ijzeren voetboeien hadden vervangen, werden verbrand – ze zouden niet meer nodig zijn als de therapie maar intensief genoeg was. Er kwam wel iets voor in de plaats: de isoleercel. „Uiteindelijk vindt men isoleren humaner dan vastbinden”, zegt historicus Vijselaar.

Dat wil zeggen, in Engeland. De houding ten aanzien van dwangmiddelen blijkt deels cultureel bepaald. Zo waren de Fransen volgens Vijselaar helemaal niet gediend van de non-restraintbeweging. „Ja, in een land als Nederland kan dat werken, zeiden ze, want Nederlanders zijn lang niet zo maniakaal als de Fransen. Hier in Frankrijk lukt dat niet.” Ook een gezaghebbende Nederlandse gezondheidsinspecteur moest niets van de isoleercel hebben. „Hij vond dat je mensen altijd beter in de groep kon laten. Als je ze alleen liet gingen ze volgens hem vreselijke dingen doen, zoals ontlasting op de muren smeren of masturberen.”

Toch is eind negentiende eeuw de opvatting dat isoleren beter is dan vastbinden ook in Nederland gemeengoed. Zozeer, dat separatie hier tot op de dag van vandaag vaker wordt toegepast dan in de ons omringende landen. Het krijgt in de Nederlandse cultuur zelfs de voorkeur boven medicatie. „Het verschijnsel platspuiten wordt in Nederland ‘chemische dwang’ genoemd”, zegt Vijselaar. „In Scandinavië is er veel minder bezwaar tegen medicatie, daar wordt dat weer veel vaker toegepast.”

Incidenteel blijft het ook in Nederland voorkomen dat onrustige patiënten worden vastgebonden. Eind jaren tachtig is er grote maatschappelijke verontwaardiging over een foto van Jolanda Venema. De verstandelijk gehandicapte vrouw, 23 jaar oud, is naakt met een touw vastgebonden aan een muur van haar kamer in een instelling. Naar aanleiding van de ophef trekt de overheid meer geld uit voor de behandeling van sterk gedragsgestoorde, verstandelijk gehandicapten. Ook wordt er geïnvesteerd in de ontwikkeling van alternatieve behandelwijzen. Sinds 2009 is er het programma ‘Ban de Band’, waarmee zorginstellingen het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen kunnen terugdringen. Sinds begin dit jaar zijn banden en andere middelen, zoals tafelbladen waarmee demente ouderen worden vastgezet in hun stoel, alleen nog onder strenge voorwaarden toegestaan. Daar is ook een wetenschappelijke reden voor. Uit onderzoek blijkt dat het gebruik van dit type middelen leidt tot angst, depressie, onrust, toenemend gebruik van medicijnen en een groter risico op incontinentie, doorligwonden en letsel. Door (verkeerd) gebruik van banden overlijden per jaar gemiddeld drie mensen, in 2008 zelfs acht.

Het verzet tegen middelen om onrustige patiënten te kalmeren komt in golven, zegt Vijselaar. Midden negentiende eeuw was er een golf, eind negentiende eeuw, in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw en weer in de jaren 60 en 70. „Zo’n beweging begint met verve, maar raakt na een tijdje weer in het slop. Het blijkt moeilijk de cultuur, het elan, de inzet die erbij horen in stand te houden. Het vergt zoveel geduld en tact om patiënten zonder dwangmiddelen te behandelen. Mensen weten dat een tijd op te brengen, maar niet eindeloos.”

Zullen er over twee eeuwen nog steeds Brandons zijn? „De geschiedenis laat zien dat het een tijdloos verschijnsel is”, zegt Vijselaar. „En dat het voortkomt uit de aard van de problematiek. Er zijn vormen van gedrag waar geen kruid tegen gewassen is.”